*

 

Ook voor christenen is groei niet zaligmakend

Wouter Beekers, medewerker Historisch documentatiecentrum voor Nederlands protestantisme van de VU Amsterdam − 26/03/09, 00:00

Het huidige CDA put te weinig uit de traditie van de partij die kritisch staat tegenover het liberale consumentisme en de ’eeuwige jacht op het geld’.

Crisis, crisis, en nog eens crisis. Dagelijks klinken bezorgde geluiden over de economische stremming of zelfs terugval die ons land te wachten staat. De bezorgdheid is begrijpelijk, zeker omdat de werkgelegenheid in het geding is. En een doordacht antwoord van de overheid is op zijn plaats. Maar ook een relativering. Niet alleen omdat de term crisis wel al te gemakkelijk gebruikt wordt maar ook omdat economische vooruitgang niet zaligmakend is.

Dat geluid zou wat mij betreft meer mogen klinken vanuit de christen-democratie. Zij put in deze kwestie te weinig uit de kritische elementen van haar eigen traditie. De christen-democratie is immers ontstaan als een reactie op de dominantie van het liberale denken in de negentiende eeuw, gekenmerkt door een sterk vertrouwen in de heilzame werking van wetenschappelijke, sociale én economische vooruitgang.

Het groeidenken op economische gebied werd al door antirevolutionair staatsman Abraham Kuyper bekritiseerd. De eeuwige ’jacht op het geld’ noemde hij in navolging van de apostel Paulus ’de wortel van alle kwaad’. Kuyper meende dat ’geldzucht’ sinds de Franse Revolutie teveel werd gezien als de motor van een kapitalistische systeem, dat uiteindelijk veel goeds bracht. Kuyper hekelde het liberale ’dwepen met den vooruitgang’, dat vooral onrust met zich meebracht: ’nooit verademing, een leven zonder sabbat’.

Deze ideeën hebben de politieke lijn van de vroegere christen-democraten helaas lange tijd nauwelijks gekleurd. Toen de kiesrechtuitbreiding van 1917 een tijdperk van politieke dominantie bracht leken de confessionelen te willen bewijzen dat zij in staat waren Nederland mee te nemen in de vaart der volkeren.

Een werkelijke uitwerking van Kuypers vooruitgangskritiek vond pas plaats onder invloed van een algemene kritiek op het consumentisme uit de jaren zestig en de werkloosheid- en milieuproblematiek van de jaren zeventig. De bekendste spreekbuis werd voormalig ARP-Tweede Kamerlid en hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit Bob Goudzwaard. Tot op heden – bijvoorbeeld in het onlangs verschenen ’Wegen van hoop in tijden van crisis’ – belicht hij het paradoxale karakter van de economische vooruitgang. Hij benadrukt niet alleen de groeiende milieu- en armoedeproblematiek wereldwijd, maar bijvoorbeeld ook de toenemende tijdsdruk die veel individuen ervaren ondanks de welvaartsgroei.

Goudzwaards ideeën kregen een weerslag op de verkiezingsprogramma’s van het CDA, dat in de jaren zeventig ontstond. Termen als ’economie van het genoeg’ en ’rentmeesterschap’ deden hun entree. De partij riep burgers op ’hun materiële verlangens te matigen’ om plaats te maken voor aandacht voor de ’kwaliteit en solidariteit’ in de samenleving. Maar de invloed van dergelijke ideeën op concreet politiek beleid bleef gering. Ten dele had dat te maken met de massiviteit van de kritiek van Goudzwaard en de zijnen en een gebrek aan realisme in de geopperde alternatieve economische modellen. Maar ook de positie van het CDA als partij van het brede midden maakte het moeilijk om politiek tegenwicht te bieden aan een nog steeds breed geaccepteerd vertoog van materieel vooruitgangsdenken.

De christen-democratie zou het streven naar economische vooruitgang meer moeten verbinden aan een kritische reflectie, om steeds een onderscheid te maken tussen middel en doel. Groei moet niet meer zijn dan een instrument ter bevordering van het individuele en collectieve welzijn. Zo kunnen investeringen in de kracht van maatschappelijke verbanden en particulier initiatief op de lange termijn een afzien van economische groei op korte termijn vragen. Denk daarbij aan de huidige fiscale stimulering van de kinderopvang, die weliswaar arbeidsdeelname bevorderd, maar evidente gevolgen heeft voor de banden van gezin.

Van de christen-democratie zou tenslotte een meer relativerend geluid verwacht mogen worden ten aanzien van de angst voor economische teruggang. Onze collectieve welvaart is nog steeds niet in het geding. Daarbij zouden de christen-democraten meer mogen teruggrijpen op het geloof in een God, die mensen zal geven wat zij nodig hebben.

Dit is een verkorte weergave van Beekers’ bijdrage aan Christen Democratische Verkenningen die vandaag verschijnt.

mailIcon print |