*

 

En wederom passeert de premier het parlement

Joop van Holsteyn, universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar kiezersonderzoek aan de Universiteit Leiden − 05/02/09, 00:00

Premier Balkenende heeft er een handje van om op cruciale momenten de Tweede Kamer buitenspel te zetten. Dat is een aantasting van onze democratie.

  • Premier Balkenende spreekt woensdagavond over de crisis in de Tweede kamer. (ANP)

Jan Peter Balkenende zal bij het nemen van de beslissing over het onderzoek naar de besluitvorming rondom de Nederlandse steun voor de Amerikaanse inval in Irak de haan hebben horen kraaien. Het lijkt er op dat hij met de instelling van een extern onderzoek naar die besluitvorming de Nederlandse representatieve democratie voor de derde maal verloochend heeft.

Voor de eerste keer moeten we naar de uiterst woelige tijden van het eerste kabinet-Balkenende, waarin naast CDA en VVD de LPF van wijlen Pim Fortuyn de coalitiepartner was. Na voortdurend gedonder met en in de LPF, binnen en buiten het kabinet, trokken de coalitiegenoten gezamenlijk de spreekwoordelijke stekker uit het kabinet. Opmerkelijk was dat Balkenende vervolgens weinig behoefte leek te hebben aan nieuwe verkiezingen en het democratische ritueel van het afleggen van verantwoordelijkheid. Het regeerbeleid werd met meer kracht dan voordien opgezet en uitgevoerd, ook ten aanzien van onderdelen die niet onomstreden waren. Vraagstukken van democratische legitimiteit en verantwoording kwamen met afstand op het tweede plan. Ach, het waren barre tijden, beweerde men, en op die manier kwam er althans enige rust in de politieke tent. En het land moest worden geregeerd.

Die argumentatie kon een paar jaar later minder eenvoudig worden gebruikt. Na de vorming van het vierde kabinet-Balkenende werd een tournee door het land georganiseerd van niet minder dan 100 dagen, waarin het kabinet in tal van werkbezoeken in het land ideeën opdeed ten aanzien van diverse beleidsvoorstellen. Dat lijkt het toppunt van democratie: het volk regeert! Schijn bedriegt echter. Nergens is duidelijk geworden wie precies op welke punten en met welke argumenten invloed op het beleid hebben gehad. En vooral: we hebben nu eenmaal een representatieve democratie in Nederland, waarbij een centraal idee is dat het volk van zich laat horen via de direct verkozen volksvertegenwoordiging.

Die volksvertegenwoordiging werd door de kabinetstoer welhaast letterlijk gepasseerd. Het parlement had grote moeite om de opgedragen kerntaken van controle en medewetgeving naar behoren uit te voeren. Daar komt bij dat het kabinet na de 100 dagen altijd die tournee kon gebruiken tegen de gekozen volksvertegenwoordigers. Mocht de Tweede Kamer zich willen verzetten tegen plan A, dan kon op zijn minst worden gesuggereerd dat juist dit plan was geopperd door het volk zelf en dus een directe democratische legitimatie kende. Volk en volksvertegenwoordiging konden op weinig transparante wijze tegen elkaar worden uitgespeeld.

En nu dus het externe onderzoek naar de besluitvorming naar de politieke steun van Nederland voor de Amerikaanse inval in Irak. Een extern onderzoek, geheel in de traditie van depolitisering die Nederland al zo lang kent, en die blijkbaar onverwoestbaar is. Maar het betekent wel dat het parlement, dat met het parlementaire onderzoek en eventueel de parlementaire enquête prima instrumenten tot zijn beschikking heeft voor het doen van onderzoek, nogmaals buitenspel gezet wordt. Dit slaat de controle van het beleid uit handen van de institutie die daar in onze representatieve democratie bij uitstek geschikt voor zou zijn, het parlement en dan met name de Tweede Kamer. Sterker nog, het idee is zelfs dat dit parlement voorlopig zwijgt over de hele problematiek, zolang het externe onderzoek gaande is. We kennen die gang van zaken – denk bijvoorbeeld terug aan de norm dat iedereen zich stil hield over de gruwelijkheden in Srebrenica en besluitvorming hieromtrent zolang het Niod de zaak in onderzoek had – maar dat maakt het democratische gehalte er uiteraard niet hoger op.

Met het instellen van een extern onderzoek passeert het kabinet-Balkenende voor de derde maal in relatief korte tijd ten aanzien van een majeure politieke kwestie de gekende democratische organen van controle, verantwoording en legitimatie. Politiek in Nederland is vooral bestuur en de regering moet vooral kunnen regeren, maar met het herhaaldelijk passeren van de democratische instituties en conventies als het er werkelijk om gaat, dreigt een gevaar van aantasting juist van die democratische ordening. Hoe veel vaker dan drie keer kan Balkenende die ordening verloochenen?

mailIcon print |