Artsen moeten een medisch zinloze behandeling kunnen staken. Nederland bewijst al jaren hoe zorgvuldig zo’n besluit genomen wordt. Wederom zaten de afgelopen weken politici op de bedrand van een stervende patiënt, terwijl dat toekomt aan familie en hulpverleners. De vraag of iemand die nooit meer bij bewustzijn komt, mag sterven door het staken van kunstmatige toediening van voeding en vocht, leidde in Italië tot verhitte debatten. Op de dag dat de Senaat zich over een noodwet boog, overleed Eluana Englaro.
Het is hetzelfde tumult als eerder rond de Amerikaanse Terri Schiavo, voor wie George Bush in 2005 zijn vakantie onderbrak om haar met politieke kunstgrepen van de dood te redden. Tevergeefs: de kunstmatige toediening van voeding en vocht werd na 15 jaar vegetatieve toestand gestaakt. Ook in de VS waren wanhopige familieleden met hun bewusteloze familielid op zoek naar een plaats om te mogen sterven. In Italië wierpen mensen zich voor de ambulance, riepen ’moordenaar’, en zetten symbolisch flessen water op de trappen van de Dom van Milaan.
Het is niet te hopen dat elk land op deze wijze, over de ruggen van kwetsbare patiënten en families heen, het conflict uitvecht over de beste oplossing in deze uitzichtloze situatie. Dat hoeft ook niet, want de oplossing is in Nederland al sinds de jaren ’90 beschikbaar, lerend van de eerste praktijkervaringen. Hier zoeken artsen met families naar een individuele uitweg en zijn de kaders voor het handelen goed beschreven.
Als het bewustzijn niet terugkeert, achtte de Gezondheidsraad het in 1994 al rechtvaardig om kunstmatige toediening van voeding en vocht achterwege te laten, als onderdeel van de beslissing om van levensverlengend handelen af te zien. De artsenorganisatie KNMG ging in 1997 nog een stap verder door te stellen dat het doen voortduren van de toestand van de patiënt in strijd is met de waardigheid, en dat voortgaande behandeling zinloos is. Van de medicus mag men verwachten dat hij op een gegeven moment overgaat tot het staken van de behandeling. Justitie vervolgde de artsen niet die binnen deze kaders handelden.
Daarmee is in Nederland voldoende ruimte voor artsen gecreëerd om er met de familie uit te komen en de behandeling te staken. Het staken van een door de patiënt niet gewenste behandeling, die naar heersend medisch inzicht zinloos is geworden als het bewustzijn niet terugkeert, valt Nederland buiten de definitie van euthanasie.
Ook in Italië is er een recht om behandelingen te weigeren. Toch werd in vrijwel elke krantenkop over het staken van de sondevoeding van Eluana, ook door de Nederlandse media, de term ’euthanasie’ gebruikt. Dat is niet aan de orde, want er worden immers geen dodelijke middelen toegediend op uitdrukkelijk verzoek van een patiënt vanwege uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Er is ook geen enkele medische reden om dat te doen, zonder verzoek en ondraaglijk lijden, en met de wetenschap dat het stervensproces na het staken van de behandeling over het algemeen rustig verloopt.
Juist in Italië, waar euthanasie verboden is en volgens sommigen gelijk staat aan moord, zou een scherp onderscheid met euthanasie de gepolariseerde discussie verder kunnen helpen. Nederland kan een gidsfunctie vervullen met de transparante en zorgvuldige wijze waarop dit soort moeilijke besluitvorming al is geregeld.
In Nederland is van de eerste praktijkervaringen ook geleerd dat de besluitvorming niet thuishoort bij besturen van instellingen, laat staan bij politici, maar bij degene die erover gaat: de behandelend arts. Iemand moet in medisch uitzichtloze situaties kunnen zeggen: ’genoeg is genoeg’, al zal het altijd moeilijk blijven die persoon te zijn. Nederland is het enige land ter wereld waar verpleeghuisartsen opgeleid worden om dit soort moeilijke beslissingen zorgvuldig te nemen. Nergens ter wereld zijn dit soort medische beslissingen rond het levenseinde zo transparant beschreven in wetenschappelijk onderzoek als hier.
Het Hollandse model van consensus zoeken met familie over het staken van zinloos medisch handelen, kan ook een brug slaan in het gepolariseerde debat over dit onderwerp.
Als de beschikbare leerpunten vanuit Nederland opgepakt worden, zal de olie op het vuur van het debat wellicht vervangen kunnen worden door water om het te blussen. Water dat dan nooit meer in flessen op de trappen van een kathedraal hoeft te worden gezet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.