Het verbeteren van de mens komt er aan, is al gearriveerd en er is niets tegen.
Sinds Darwin weten we dat de mens in zijn huidige vorm niet het resultaat is van een of ander goddelijk ontwerp, maar van toevallige mutaties en selectie. Daarom is het Darwin-jaar een goede aanleiding om een antwoord te geven op de vraag of ’verbetering’ van de mens toelaatbaar is. Er is niets noodzakelijk aan de mens en er zijn dan ook geen dwingende redenen om zijn huidige evolutionaire fase tot iets onaantastbaars te verheffen.
Integendeel zelfs. De mens heeft eerder een morele verantwoordelijkheid om zichzelf in zijn huidige opmaak te verbeteren. Hoewel ons leven niet meer ’hard, smerig en kort’ is, zoals Thomas Hobbes (1588- 1679) de menselijke conditie ooit typeerde, zorgen ziekte, lijden en aftakeling nog steeds voor veel verdriet en drama in het leven van de meesten. De Britse filosoof John Harris zegt in Enhancing Evolution „indien je vindt dat we als morele wezens de verantwoordelijkheid hebben om deze wereld een betere plek voor iedereen te maken, hebben we juist een ethische plicht om onze huidige conditie te verbeteren met alles wat ons ter beschikking staat”.
Tegenwoordig staat ons op medisch gebied heel wat ter beschikking om aan die plicht te voldoen. Toch zullen de komende generaties in de 21-ste eeuw ontwikkelingen meemaken waarbij de huidige mogelijkheden verbleken. Het hangt in de lucht. Zo kondigden Google en Nasa afgelopen dinsdag hun samenwerking aan in een nieuwe universiteit, the Singularity University. Men zal zich daar verdiepen in de exponentieel groeiende bio-, nano- en informatietechnologieën en kijken hoe onderlinge verbindingen tussen deze technologieën baanbrekende toepassingen kunnen opleveren.
De Singularity University is de voorbode van een toekomst waarin ivf standaard is, en ouders met een genetisch ingenieur bespreken wat voor een kind ze willen en hoeveel het ze gaat kosten. Nu dringt de vraag zich natuurlijk onmiddellijk op of het nastreven hiervan nog steeds onder onze morele verantwoordelijkheid valt.
Als we er lijden, ziekte en afwijkingen mee voorkomen wel. Daar is iedereen het ongeveer wel over eens. Maar niet als het om verbetering van normaal functioneren gaat. De wens om slimmere, sterkere en mooiere versies van onszelf te maken, wordt vaak moreel verdacht, zo niet moreel verwerpelijk gevonden. Herstel van wat normaal is mogen we wensen, maar geen veredeling van wat gegeven is. We vinden therapie goed, maar verbetering fout.
Het heeft iets zuinigs, maar bovendien is de morele scheiding tussen therapie en verbetering aanvechtbaar. Of je nu therapeutisch of veredelend ingrijpt, in de kern van de zaak ben je aan het verbeteren. Een therapeutische ingreep beoogt immers altijd een verbetering ten opzichte van de toestand die er aan vooraf ging. Waarom zouden we dan iemand het recht tot verbeteren alleen maar toestaan tot de grens van het ’normale’ is bereikt en het hem daar voorbij te ontzeggen?
Therapie en verbetering maken beiden deel uit van het zelfde, namelijk welzijnsverhoging. Ongeacht of we de toestand die er aan vooraf ging als ziek of gezond bestempelen, betrokkenheid op het welzijn van elkaar en onszelf, verantwoordt niet alleen iedere ingreep die de kwaliteit van leven beoogt te verhogen, maar motiveert het bovendien. Vanuit het perspectief van welzijn, hebben we dus een morele verantwoordelijkheid om onszelf beter te maken dan we zijn, om de eenvoudige reden dat het goed voor ons is.
Sceptici vrezen echter dat het slechts goed zal zijn voor enkelen. Dat is niet waarschijnlijk. Alle nieuwe technologieën zijn bij introductie moeilijk verkrijgbaar, vaak niet zonder risico’s en bovendien duur. Maar na de eerste groep van ’early adapters’ treedt er altijd een moment op dat het algemeen verkrijgbaar, relatief veilig en goedkoop is. Zo is het tot nu toe met alle technologieën gegaan, en zo zal het ook met enhancement technologieën gaan. Sociale ongelijkheid ligt altijd op de loer. Dat los je niet op door technologieën te verbieden.
Natuurlijk, de sociale druk zal toenemen naarmate meer mensen gebruik gaan maken van enhancement. Dat is onvermijdelijk. Mensen die niet mee willen doen lopen het risico te marginaliseren. Wat dat betreft zijn we een slaaf van de technologie. We moeten wel meedoen. Maar technologie bevrijdt ons ook. Toen de mens een vuistbijl ter hand nam was dat een emancipatoir moment in zijn evolutie. De afgelopen millennia heeft de mens zich van zijn omgeving geëmancipeerd. Nu is hij op het punt aangekomen dat zich van zichzelf gaat emanciperen. Natuurlijke selectie wordt vervangen door gestuurde selectie. Die vrijheid is ons lot sinds ons huwelijk met de techniek.
Op 24 februari wordt door de European Technology Assessment Group (ETAG) een workshop georganiseerd. Mensen uit het veld en Europarlementariërs gaan daar nadenken welke strategieën de Europese Unie zou moeten volgen in antwoord op de toekomstige technologische ontwikkelingen. De Britse bio-ethicus Andy Miah zal daar een ’pro-enhancemt approach’ verdedigen. Een daad de herinnering aan Darwin waardig.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.