*

 

Het jaar van de broekriem

Rob Schouten − 02/01/09, 00:00

opinie Dit is de vijfenvijftigste keer dat ik aan een nieuw jaar begin. Van de eerste herinner ik me weinig tot niets maar vanaf een jaar of zes was ik er toch met mijn geheugen wel bij.

Het jaar als rekeneenheid voor het menselijk bestaan heeft iets angstaanjagends, want heel veel heb je er niet tot je beschikking, negentig hoogstens. Toch gaan we er, behalve bij baby’s van nog geen jaar, niet toe over om dan maar in maanden te rekenen, die een zoveel aangenamer perspectief geven: een stuk of duizend. Laat staan weken: zo’n vierduizend. Dagen. Uren. Hoe begin je een nieuw jaar? J.C. Bloem deed het, teneinde alle goede voornemens en hoop maar direct de grond in te boren, als volgt in het gedicht ’Nieuwjaar’:

’De dag is onbeschrijflijk goor. / Men is alleen gelaten en aanvaardt het zo. / Men vraagt zich zelfs niet af: waarom is ’t en waardoor?’

Echt een vers voor de man van ’Alles is veel voor wie niet veel verwacht’. Het jaar eindigen is een stuk makkelijker, je maakt de balans op en sluit de boeken. Mijn held Samuel Pepys schreef op iedere oudejaarsavond op wat-ie verdiend had en wat-ie bezat en dankte vervolgens God. Maar hoe begin je als je nog geen flauw idee hebt? Me dunkt dat het schansspringen te Garmisch-Partenkirchen en het nieuwjaarsconcert er vooral toe dienen om onze onwennige schreden in het nieuwe jaar een beetje te versoepelen. Het is de schoenlepel waarmee we ons in de nieuwe schoen laten glijden. En voor we het weten lopen we dan vanzelf weer, net als vorig jaar. 2009, het klinkt nog naar niks, zoals ooit 1909 en 1809 naar niks klonken.

Er staan bij mij thuis dan ook, net zomin als in vorige jaren, goede voornemens op stapel. Roken doe ik allang niet meer, misschien moet ik wat meer beweging krijgen maar daar leg ik mij niet op vast, en verder ben ik benieuwd – dat vooral: benieuwd! – in hoeverre de economische crisis vat op mij krijgt. Eerlijk gezegd kan ik mij geen jaar herinner waarin de dreiging van een neergang zo donker en onvermijdelijk was. Maar hoe gedraag je je als het misgaat? Als een konijn dat verstard in de stralenbundel van de aanstormende auto blijft zitten? Of alsof je neus bloedt? Ik heb er geen enkele ervaring mee. Ik hoor dat er in heel New York geen taxibaantje meer te krijgen is omdat alle bankroete speculanten van Wall Street taxichauffeur zijn geworden, om aan hun passagiers te vertellen dat ze eigenlijk een heel andere baan zoeken.

Het is maar goed dat er ijs ligt, denk ik. Daardoor heeft aan het begin van 2009 iedereen een opgewonden kindergevoel. IJs maakt primitief en dat kunnen we de komende tijd allicht gebruiken. De welvaart op een laag pitje en onze zegeningen tellen. En in gedachten zie ik de kolenboer bij ons thuiskomen en een mud kolen afleveren dat in de kelder wordt gedumpt. Wie ’s ochtends het eerst wakker was, mocht de kachel aandoen en zich op het koude balatum voor de micaraampjes warmen. Niks mis mee. Eens zien of we daartoe nog een beetje in staat zijn: minderen in het jaar van de broekriem.

mailIcon print |