*

 

Proefslapen en kazen keuren in een Frans gastverblijf

slingerland − 17/02/09, 00:00

opinie Is er nog iemand achtergebleven in Nederland? De een na de ander is ’een weekje skiën’. Zelf ben ik niet zo van de wintersport. Te koud en ook voel ik me klunzig op lange latten.

Ik doe iets anders. Iets waarvoor je ook wel tien uur in de auto moet zitten, maar hiervoor heb ik het wel over.

Ik mag een week meewerkend proefgast zijn in een chambre d’hôtes in wording. Het is wel een avontuur, want de vrouw die deze onderneming is begonnen, ken ik niet of nauwelijks. We staan wel samen in hetzelfde koor te zingen, maar tijdens dat zingen heb je niet veel conversatie. Pas toen we elkaar een keer op straat tegenkwamen vertelde ze van haar huis op de grens tussen de Dordogne en de Limousin, waar ze vanaf deze zomer gasten wil ontvangen voor overnachting, ontbijt en een diner. Er moest alleen wel nog wat geklust worden voor het zover was.

Ze vertelde over de tuin met bankjes om in de zon te zitten, over kluswerk in de tuin, over de open haard. Ik keek naar de zoveelste grijze, koude februaridag en bood, niet vrij van eigenbelang, aan om haar wat te helpen. Beetje klussen, beetje wandelen, wat koken misschien. Dat leek me een mooi alternatief voor skiën.

Zij durfde het aan met mij en op de afgesproken dag meldde ik me aan de voet van het kasteel van Jumilhac, in de bocht van de rivier, bij haar huis met de blauwe luiken.

Ik ging lekker bij de open haard zitten, keek naar buiten en zag dat het ging sneeuwen. Dikke vlokken. Ze stelde me gerust. Het zou niet blijven liggen. Ze legde nog een blok hout op het vuur, aaide de hond en we begonnen te vertellen. Daar was het tijdens het zingen nog niet zo van gekomen.

We deden een rondje huis en ik zag de chambre d’hôtes in wording. Ze liet me mijn kamer zien waar ik mocht proefslapen.

Nieuwe badkamer, klassiek oud bed. Beter zo dan andersom. Of het gelukt was, vroeg ze de volgende ochtend. Het proefslapen. Nou en of, zei ik. Op de gok, want ik wist er niets meer van. Vervolgens gingen we hard aan de slag. Bedenken en uitrekenen wat voor ontbijt de gasten krijgen. Muurtje in de tuin slopen, stenen stapelen. Ondertussen zijn in huis de werklui bezig met de keuken en de hal. Bij zo’n verbouwing komt soms alles tegelijk. Daarom hoorde bij het klussen ook het wandelen met de hond, want dan kan mevrouw de ondernemer weer andere nuttige dingen doen. Bij het klussen hoort ook het maken van uitstapjes.

We keuren de kazen, worsten en vissen op de markt, zitten even in de kerk. Rijden steeds weer andere routes uit naar de bezienswaardigheden in de buurt. Welke is de mooiste? ’s Avonds proberen we gerechten uit die de gasten voorgezet zouden kunnen krijgen. Het moeten gerechten zijn die makkelijk ook voor vier personen meer geserveerd kunnen worden en die de kok de gelegenheid geven om af en toe even weg te lopen. Maar vooral moet het lekker zijn. Voor een werkvakantie is het goed te doen.

Dan rijden we nog naar het grote meer in de buurt. Nu is het uitgestorven, maar in de zomer kan hier lekker gezwommen worden, gekanood, gezeild en gesurft. En gewaterskied. Zie ik dat goed?

Waterskiën. Als dat geen mooi plan is voor de zomer.

mailIcon print |