opinie Afscheid nemen, hoe doe je dat?
Het is alweer een tijd geleden dat ik sprak met mijn buurman die op het kruispunt hangt, vlakbij mijn huis in Frankrijk.
Jij weet toch alles van afscheid nemen, vervolg ik. Hier, onder jouw voeten, gaan mensen voortdurend uit elkaar. Neem bijvoorbeeld die twee schoolmeiden daar op hun scootertjes, ze zwaaien. De een gaat naar links, de ander naar rechts. Ze roepen à demain! – tot morgen. Anderen zeggen hier à Dieu – tot God – wanneer de morgen hen niet meer samen zal zien.
Hij knikt, met het hoofd op de borst. Een man van weinig woorden, heel anders dan die Fransen hier. Die praten zo rap dat ik soms vrees dat hun tong tussen hun tanden verongelukt.
Ik heb een hekel aan afscheid nemen, zeg ik. Als predikant neem je niet alleen afscheid van je werk, maar van een complete gemeenschap waarmee je verweven bent geraakt. Dat doe ik alleen als het niet anders kan. Mijn vorige gemeente verliet ik pas toen ik mijn huis uit moest. En nu is in mijn huidige gemeente de afbladderende pastorie verkocht.
Hij knikt weer, hij weet ervan. Zelf bladdert hij tussen de lindebomen, zonder huis om in te wonen. Een man in de bosjes, naakt als Adam. Als Alleman, Elckerlyc.
Na vijftien jaar ben ik nu aan mijn laatste huisbezoeken bezig, vertel ik. Emotioneel hoor. Ik heb die mensen gedoopt en gezalfd toen ze belijdenis deden; ik heb ze getrouwd en hun doden uitgezwaaid onder grote dankzegging en koffie.
Vooral oude mensen krijgen het te kwaad. Want er gaan zoveel andere momenten van afscheid meetrillen: een kind dat vroeg gestorven is, een droom die niet uitkwam, een relatie die verbroken werd. Hoe langer je leeft, hoe vaker je op dit kruispunt bent geweest. Hele drommen hebben hier gestaan, bij jouw voeten.
Weer knikt hij. Ineens snap ik waarom hij zowel zei: ’Het is beter voor jullie dat ik wegga’, als ’Ik zal met jullie zijn al de dagen’. Dag in dag uit hangt hij op deze kruising, op het scherp van de snede van hallo en vaarwel, van aanwezigheid en afwezigheid, van zijn en niet-zijn, van leven en dood.
Vandaar dat we, wanneer in ons leven de wegen uiteen gaan, altijd even de dakloosheid van mijn buurman voelen. En we groeten voor de laatste keer met de pijnlijke handen van mijn buurman. Handen die de ander vasthouden in het besef dat ze voor altijd moeten loslaten. En onze voeten, o die voeten. Die willen niet, echt niet. Ze zijn als vastgenageld. Ze weten dat de eerstvolgende stap een verwijdering voor altijd betekent. Een stap, een val in de ruimte zonder die ander.
Wat doe je nog meer wanneer je als predikant afscheid neemt? Ik kijk weer naar mijn buurman. Natuurlijk, je knikt. Je zegt tegen de ander: dank je wel voor alles, ik weet niet wat ik zeggen moet, wat een prachtig mens ben je toch, wat een moeilijke dingen heb je me verteld, wat een lekkere borrel schenk je, wat vond ik je soms lastig, wat vond je mij lastig, wat hebben we gelachen, wat hebben we gebeden, het is mooi, heel mooi geweest.
Ja, dat is het belangrijkste als je afscheid neemt: knikken tegen elkaar – almaar knikken, je aanschijn over de ander laten lichten. Zoals mijn hangende buurman knikt tegen alle mensen die op dit kruispunt uit elkaar gaan. Zoals God knikt terwijl hij de aarde van de hemel scheidt en de zee van het droge land en de dag van de nacht en de vrouw van de man en George Bush van het Witte Huis. Scheppen is scheiden. God knikt en zegt steeds weer: Het is goed, zeer goed.
Wie knikt, duwt de ander al zachtjes een beetje weg, zijn of haar nieuwe pad op zonder jou. Je spreekt die ontzagwekkende woorden die namens de gemeente in de liturgie gezegd worden tegen een vertrekkende predikant, voordat hij voor de laatste keer zegenend de handen heft – bladderende handen, handen die moeten loslaten: ’We laten je nu gaan’.
Ik laat je nu gaan. Toe maar, ga maar, à Dieu.
Wonderlijk is dat er dan iets nieuws kan worden gecreƫerd, iets goeds wat er voordien niet was. Woorden heb je er niet voor. De filosoof en bijbelvertaler Martin Buber probeerde het toch en noemde het ein Hinzugetretenes, wat niet echt helpt.
Hoe dan ook: er wordt iets wezenlijks aan je leven toegevoegd terwijl je op het kruispunt, met een laatste knik en een laatste zwaai, uit elkaar gaat. Scheiden is scheppen.
Afscheid neem je niet.
Afscheid geef je.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.