Paus Benedictus XVI zei laatst op een bijeenkomst van collega-celibatairen dat Gods seksuele scheppingsorde evenzeer bescherming verdient als de regenwouden.
Wat zou dat zijn, ’seksuele scheppingsorde’?
Zelf heb ik mijn seksuele voorlichting nog klassiek op straat gekregen. Een ouder vriendje vertelde me over de bizarre dingen die mijn pa en ma in bed deden en dat ik daarvan het resultaat was. Het was avond, we stonden voor het schuurtje en de sterren aan de hemel wankelden. Daarna liep ik een tijdje met een boog om mijn ouders heen. Geslachtsgemeenschap, het woord alleen al. Scheppingswanorde van de ergste soort, nog wel in mijn eigen huis. Toch was mijn interesse gewekt.
Vanouds denken theologen dat Adam ook zo’n ouder vriendje had: de slang die in het paradijsbos als een zwaffelende penis in de boom hing. Door hem ontdekten Adam en Eva dat ze bloot waren. Ze hesen zich in sensuele beestenvellen en vielen. In het gras. O, gelukkige val! riep Adam. Hij kon van seks geen genoeg krijgen: tot ver na zijn 130ste verwekte hij kinderen. Zo eentje die je in het bejaardenhuis nog in de gaten moet houden.
Terecht noemt de paus seks in één adem met het regenwoud. Het is allemaal even donker en vochtig en warm en plakkerig en gevaarlijk. En fascinerend. Rome wil daar met de koele, heldere lijnen van de Latijnse kerk orde in aanbrengen: seks is alleen toegestaan binnen een huwelijk tussen een man en een vrouw, met voortplanting als doel. Alle andere vormen zouden wanordelijk zijn, onkuis. Protestantse kerken zien dat vaak ruimer, waarbij het monogame huwelijk wel de norm blijft.
Zo’n huwelijk komt in de Bijbel nauwelijks voor. De regel is een man met een clubje cheerleaders en hier en daar nog een side kick.
Jezus haalt de hele huwelijkse orde zelfs onderuit: „Wie mij volgt en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen, kan mijn leerling niet zijn.” Ik kijk naar mijn vrouw die net een lekkere quiche uit de oven haalt. Ik doe mijn best, maar de haat wil maar niet komen. Ben ik geen goede christen?
De apostel Paulus is gelukkig milder: „Het is weliswaar niet zo dat u door te trouwen zondigt, maar het huwelijk is een zware belasting die ik u graag zou besparen.”
Van hem mag ik bij mijn vrouw met quiche blijven. Inderdaad kan het huwelijk ook een last zijn, vooral wanneer je moet vechten om de afstandsbediening.
Wat de paus doet, heet projectie. Zoals een ongeschoolde vader van zijn kinderen verwacht dat die diploma’s halen, zo wil de kinderloze Il Papa dat zijn gelovigen zonen en dochters krijgen. Tegelijk zet hij zich af tegen homo’s en lesbiennes die, net als hij, onvruchtbaar zijn – zoals de episcopaalse bisschop Robinson, een gescheiden vader die nu met een man samenleeft en vandaag meewerkt aan de inauguratie in Washington.
Te psychologisch, te natuurlijk gedacht? Maar de paus neemt, anders dan Jezus en Paulus, zelf de natuur als norm. Het huwelijk van een man en vrouw is volgens Rome de ’natuurlijke scheppingsorde’. Maar wat moeten we dan met die twee homoseksuele pinguïns die laatst het nieuws haalden omdat ze een jong hadden geadopteerd? Is dat geen natuur? Moet zo’n stel niet haastig gezegend worden?
Terwijl de kerk van Rome de natuur (zoals zij die ziet) als door God gegeven beschouwt, vinden protestanten die van God los. Er is een kloof tussen natuur en genade. Maar ook bij de hervormers verloochent de natuur zich niet. De zinnelijke Luther stelde dat het huwelijk de woeste driften temt, terwijl de beheerste Calvijn pleitte voor sobere seks. Zijn opvolger, Theodore Beza, was befaamd door zijn erotische (ook biseksuele) gedichten: ’Haar aanraking zette mij in vuur en vlam* vrijpostig waren mijn handen’. Nadat hij protestant was geworden, werd hij het met Calvijn wel heel erg eens dat kuisheid inhoudt dat je alleen seks hebt binnen het huwelijk en vooral om kinderen te krijgen.
Maar kuisheid is wezenlijk iets anders. Kuis zijn betekent dat je niet alleen aan je eigen zwaffel denkt. De echte goddelijke orde is dat je ook aan de ander denkt. God is aandacht. Een monogame echtgenoot die zijn vrouw in bed dwingt, is daarom net zo onkuis als een schuinsmarcheerder die anderen gebruikt. Onkuis is ook een roomse celibatair of protestantse moraalridder wanneer hij, om zichzelf te rechtvaardigen, het seksuele leven van anderen veroordeelt.
Het is avond en ik sta voor een ander schuurtje, in het nieuwbouwdorp waar ik ga wonen. De straten en huizen zijn heel ordelijk geschapen, bijna volgens de koele heldere lijnen van de Latijnse kerk. Kleine boompjes en geen ster te zien.
De seks zelf moet beschermd worden. In een Vinexwijk is die het allerlaatste restje regenwoud.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.