opinie
Ook voor de nieuwe regering dreigt de noodzaak tot bezuinigen een te grote plaats in te nemen in het beleid. Dat heeft veel te maken met het aansprekende, maar misleidende beeld dat het huishoudboekje van de staat op orde moet komen zoals dat ook moet met het huishoudboekje van de gewone burger.
Er zijn markante verschillen tussen de financiële huishouding van de staat en die van de burger en gewone organisaties. Dat geldt bijvoorbeeld voor de schulden. Burgers moeten hun schulden aflossen, als ze hun kinderen er na hun overlijden niet mee willen opschepen. Voor de overheid geldt dit niet. De overheid overlijdt niet: schulden kunnen telkens weer vernieuwd worden; en dat gebeurt ook. Vaak wordt gezegd dat elke burger bij zijn geboorte een schuld meekrijgt als gevolg van de schulden van de staat. Maar tegenover deze schuld staan vorderingen van ongeveer gelijke omvang. Het pensioenfonds van die burger bezit grote hoeveelheden staatsfondsen en hijzelf heeft ze misschien ook wel.
De uitgaven van de burger zijn grotendeels consumptief van aard. Bij de uitgaven van de overheid gaat het vooral om investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, wegen, natuur en cultuur en het opbouwen van een duurzame samenleving.
Economische groei
Natuurlijk: alles met mate. Maar een langdurig tekort op de begroting hoeft geen ernstige gevolgen te hebben. Nederland heeft sinds de Tweede Wereldoorlog bijna altijd een begrotingstekort gehad en toch steeg de welvaart fors. Amerika had na de oorlog een staatsschuld van 120 procent van het nationale inkomen. Zonder bezuinigingen - de tekorten op de begroting bleven - was de staatschuld in 1960 toch gedaald tot 60 procent van het nationaal inkomen. De oorzaak: door de - bescheiden - inflatie en de economische groei daalde de reële staatsschuld elk jaar met enkele procenten.
"Alle cijfers laten zien dat je lang en gelukkig kunt leven met hoge staatsschulden. En dat je die soms moet verhogen om te investeren in groei", valt te lezen op Me Judice een discussieforum voor economen. Groei is nog steeds het beste middel voor aflossing van de staatsschulden, een recessie het slechtste middel. 'Brussel' dwingt de eurolanden om hun begrotingstekort terug te brengen tot 3 procent om de eurocrisis te bestrijden. Nederland kan ervoor pleiten om dit geleidelijk te doen en niet meteen al in 2013.
Kloof tussen noord en zuid kan kleiner worden
Onze staatsschuld is niet buitensporig hoog. Duitsland heeft een hogere staatsschuld. Het soepeler en geleidelijker terugbrengen van het begrotingstekort is goed voor zowel de Nederlandse als voor de Europese economie. Economen van wereldfaam als Krugman en Witteveen vinden dat de sterke landen zoals Duitsland en Nederland in het geheel niet moeten bezuinigen en de lonen moeten verhogen. De kloof tussen Noord- en Zuid-Europa kan zo kleiner worden. Buiten Europa is men van mening dat de eurolanden te veel bezuinigen en zo een bedreiging vormen voor de wereldeconomie. Gezien de dreigende recessie in 2013, de stijgende werkloosheid en de toenemende sociale spanningen lijkt een versoepeling van het straffe bezuinigingsbeleid gewenst.
In elk geval zijn bezuinigingen op investeringen voor de toekomst aanvechtbaar. Het gaat hier om uitgaven, zoals voor onderwijs, verbetering van de infrastructuur, opbouwen van een duurzame samenleving. Uitstel van investeringen is duurder. Voorlopig is het niet wenselijk om het begrotingstekort verder terug te dringen dan de voorgeschreven 3 procent, zoals de VVD wil.
Nederland heeft een kabinet nodig dat nieuwe wegen wil inslaan en dat niet alleen denkt aan bezuinigingen, maar ook aan investeringen.
© 2013 - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.