column Is het de liberalen en sociaal-democraten na een halve eeuw dan eindelijk gelukt het christelijke midden te vermalen? 28 zetels is het CDA bij de laatste twee Kamerverkiezingen kwijtgeraakt. Over langere tijd genomen is het beeld nog dramatischer. Van de 76 zetels die de christen-democraten in 1963 haalden, zijn er slechts dertien over. De teruggang lijkt niet meer te stuiten en het ziet ernaaruit dat het driestromenland Nederland verandert in een tweestromenland. Dat zal gevolgen hebben voor het politieke leven.
Bij deze kabinetsformatie ligt al meteen een cruciale vraag voor. Zullen VVD en PvdA hun verschillen overbruggen of kiezen zij voor de weg van voortgaande polarisatie? Anders gezegd, komt er een tweede kabinet-Rutte of een minderheidskabinet-Samsom? De vraag ligt rauw op het bord van de winnaars en er valt niet aan te ontsnappen. Rutte en Samsom beschikken samen over een meerderheid en zijn voor hun parlementaire draagvlak dus niet aangewezen op een derde partij, die al aanstonds een matigende invloed zou kunnen uitoefenen.
Voor zover er dus nog een midden is (CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks, samen 34 zetels) kan het geen beslissende invloed uitoefenen. Het draagvlak van het tweede kabinet-Rutte zou er met een derde en zelfs vierde coalitiepartner breder op worden, maar niet stabieler. Meeregeren als kleinste partner is al niet aantrekkelijk, zoals de ervaringen leren, het wordt nog minder aantrekkelijk als je niet nodig bent en niets kunt afdwingen.
Vermoedelijk is de stabiliteit van Rutte II meer gebaat bij een oppositie die gemêleerd van toon en aanzien is en niet alleen wordt bepaald door de scherpte van de populistische flanken. Niettemin kan er een moment komen waarop CDA-fractieleider Buma voor de keus wordt gesteld: óf de oppositiebanken - en die zijn voor de bestuurlijk ingestelde christen-democraten hard - óf het eten van genadebrood, en dat nog wel van twee partijen die van begin af aan op je ondergang zijn uit geweest.
De PvdA koos bij haar oprichting in 1946 voor een vreedzame weg om de christelijke kiezers binnen te halen. Zij presenteerde zich als een partij die de religieus-culturele scheidslijnen in ons bestel wilde doorbreken. Die doorbraak mislukte. Twintig jaar later kozen de sociaal-democraten voor de weg van politiek geweld. Als de christelijke kiezers zich niet lieten verleiden, moesten zij via scherpe polarisatie worden gedwongen een keus te maken tussen progressief en conservatief. Ook deze poging liep stuk en had door het vijandige karakter zelfs het averechtse effect dat zij bijdroeg aan de totstandkoming van het CDA.
Bij de VVD zag de geheime agenda er niet veel anders uit. In 1973 schreef de invloedrijke liberale senator Harm van Riel, de politieke peetvader van Hans Wiegel, in een brief aan de partijleiding dat het de 'zedelijke plicht' van de VVD was de afvallige katholieken en protestanten binnen te halen. Hij meende dat de ontbinding van de confessionele wereld binnen één generatie een feit zou zijn en van dat proces moest de partij profiteren. Daarna zou de VVD zich moeten zetten aan 'het slopen van de solidariteit tussen socialistische werknemers en kritisch intellect', lees de PvdA. Als de partij die opdrachten verzaakte, schreef hij met vooruitziende blik, zou het vacuüm worden gevuld door 'een machtige Koekoekpartij'.
Het proces van neergang van de christen-democratie is veel trager verlopen dan de tegenstanders in de jaren zestig voorzagen, maar een halve eeuw later tekent zich de tweedeling wel scherp af. Het meest opvallende hierbij is dat zowel op de rechter- als op de linkervleugel de gematigde krachten veruit de overhand hebben op de radicale partijen. In die zin is de conclusie dat de kiezers zijn teruggekeerd naar het midden niet onjuist. Tegelijk is duidelijk dat er op de vleugels nog hevige gevechten om de macht in het verschiet liggen, op rechts tussen VVD en PVV, op links tussen PvdA en SP.
Een kabinet van VVD en PvdA zal niet alleen van rechts en links onder vuur komen te liggen, maar als het om immateriële kwesties gaat (de weigerambtenaar, de positie van het bijzonder onderwijs) ook vanuit christelijke hoek. De orthodox-protestantse SGP, die dankzij het offensieve optreden van aanvoerder Kees van der Staaij een zetel heeft gewonnen, is aanmerkelijk meer beducht voor Paars dan voor de PVV.
Het kan niet anders of Rutte en Samsom zijn zich van de kwetsbaarheid van een paarse coalitie bewust. De herinnering aan de revolte waarmee de samenwerking in de jaren negentig in 2002 eindigde, is nog betrekkelijk vers. Daar staat tegenover dat de samenwerking op zich verrassend soepel verliep, mede dankzij een groei van de particuliere welvaart - de schatkist van Zalm leek in die dagen wel een fruitautomaat die onafgebroken winst uitkeerde. In die omstandigheid school ook de zwakte van VVD en PvdA, die in de grond partijen zijn van de materiële vooruitgang. Zij hadden onvoldoende oog voor het onbehagen dat achter de overvloed schuilging.
De Franse filosoof De Tocqueville (1805-1859) zei dat een democratie niet kan zonder moraal en moraal niet zonder godsdienst. Hij bedoelde daarmee dat religie voorkomt dat mensen alleen maar met zichzelf en hun materiële welvaart bezig zijn. Vanuit dat perspectief is er dus weinig reden opgetogen te zijn over de secularisatie en de teloorgang van de religieuze dimensie in de politiek. In 1994 heerste er euforie over het eerste kabinet zonder christen-democraten. De teloorgang van het CDA geeft nu eerder aanleiding tot nadenken, zowel buiten als binnen de partij.
© 2013 - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.