column Nu het crisis is, worden opeens discussies aangezwengeld die allang gevoerd hadden moeten zijn. In tijden van voorspoed is het makkelijk om zelfvoldaan te schermen met termen als solidariteit met de armen, de zieken en zwakken, de ouderen en jongeren. Alles kan.
Toch is een ethische discussie over de grenzen van solidariteit juist dan nodig. Het maken van een zuivere keuze wordt vertroebeld als er geldproblemen zijn, al is geld wel een argument. Wat mag een leven kosten?
De discussie over de effectiviteit van ontwikkelingshulp, het idee om ouderen hun zorg te laten betalen uit de opbrengst van hun huis, het voorstel om uiterst kostbare medicijnen voor een handvol zieke patiënten niet meer te vergoeden: het zijn vragen naar de grenzen van de collectieve verantwoordelijkheid, die eigenlijk al beantwoord hadden moeten zijn. Een maatschappij die geen grenzen stelt, valt uiteen. Dat is uiteraard gechargeerd, maar de vrees voor de implosie van een sociaal stelsel is niet irreëel. Wat doen we nog wel en wat niet meer? Doordat de vragen te laat aan de orde komen ligt het onrecht op de loer. Je neemt af wat je eerst hebt gegeven.
Laat je een grote groep opdraaien voor de problemen (verhoging eigen bijdrage) dan is maatschappelijke onrust het gevolg. Kies je kleine, geïsoleerde groepen als doelwit dan leidt dat tot minder onrust. Laat honderd Pompe-patiënten zelf die zeven ton per jaar per persoon opbrengen, dan geeft dat misschien maar heel even protest. Je schraapt de centjes bij elkaar, maar mijdt nog altijd de essentiële discussie.
De discussie over ontwikkelingshulp is een makkie vergeleken bij het gedoe over zorg. Ontwikkelingshulp is een moeras van goede bedoelingen en gering resultaat. De nood van de Afrikaanse medemens is ver van ons bed en verhalen over tirannen, failed states en dubieuze militaire operaties zoals in Rwanda, maken de keuze nog simpeler.
De voorstellen van Lans Bovenberg voor de betaalbaarheid van ouderenzorg hebben veel haken en ogen, maar iedereen ziet de redelijkheid dat je je spaargeld in de vorm van het eigen huis inzet om je seniorenzorg te betalen. Ga je een verzorgings- of verpleeghuis in, dan betaal je dat zelf tot je spaarpot praktisch leeg is. Nu zou je dat ook moeten doen in je eigen huis. Het is het gevolg van een beleid dat er meer en meer op gericht is mensen zo lang mogelijk zelfstandig te houden. Het verschil tussen rijk (grote villa) en arm (etagewoning) was er altijd. Dat is geen hinderpaal. Mij lijkt het Bovenbergse systeem vooral een uitnodiging aan woningbouwcorporaties om schimmige constructies op te tuigen.
Het balletje dat de CVZ opgooide om te kostbare medicijnen voor zeldzame ziekten niet meer te vergoeden, raakt een veel pijnlijker plek. De vraag naar eindeloos doorbehandelen van oudere zieken is daarbij vergeleken, hoewel ethisch in dezelfde categorie, eenvoudig: natuurlijk moet je grenzen stellen. Een demente patiënte van 80 jaar met een heupfractuur en nierfalen nog aan de nierdialyse doen - zoals destijds het voorstel van behandelend artsen over mijn schoonmoeder luidde - is onzinnig. Gun de dood zijn prooi. Maar jonge mensen een kostbaar medicijn onthouden, dat hun ziekte enigszins draaglijk maakt, is andere koffie.
Die medicijnen zijn zo duur, omdat er twintig jaar onderzoek naar is gedaan. Die investering moet worden terugverdiend. Hoe minder patiënten, hoe duurder het medicijn. Hoe minder concurrerende middelen, hoe onbeweeglijker de prijs. De farmaceutische industrie begint aan de kostbare ontwikkeling van een medicijn voor een heel kleine groep patiënten, omdat de zorgverzekeraar betaalt. Is dat niet meer het geval, dan stopt het onderzoek. Heb je een zeldzame ziekte dan is er voortaan geen hoop meer. Ook dat is een keus die in één moeite door wordt gemaakt. Er zijn geen grenzen aan kennis, maar wel aan de toepassing ervan. Daarover moeten we ons uitspreken.
© 2013 - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.