Hoofdredactie −
21/02/12, 08:02
© anp
commentaar
Het vertrek van Job Cohen als fractievoorzitter en partijleider van de PvdA komt niet onverwacht. De steun van zijn fractie en de steun in de partij nam de laatste dagen snel af, zeker na het interview in deze krant vorige week.
Het verhaal van Cohen en partijvoorzitter Hans Spekman was veel genuanceerder, maar wat vooral bleef hangen was de indruk dat de PvdA zijn politieke positie niet langer eigenstandig wist te definiëren. Dat Cohen en Spekman voor die definitie naar de SP keken.
De onvrede in de partij en de fractie is echter niet bij het interview begonnen. Het lukte Cohen al langer niet praktisch vorm te geven aan een wervend, sociaal-democratisch antwoord op de problemen in de moderne samenleving.
Is dat Cohen persoonlijk aan te rekenen? De politiek is helaas zozeer tot personen gereduceerd dat alle heil van een politiek leider van een stroming wordt verwacht. Maar uit niets blijkt dat de PvdA in den brede een antwoord heeft op de problemen waarmee de partij geconfronteerd wordt. Het is dan te makkelijk alleen naar de leider te wijzen.
Cohen kwam naar Den Haag, niet met de opdracht een nieuw sociaal-democratisch profiel te scheppen, maar omdat de partij verwachtte met hem een geheide kandidaat in huis te hebben voor het premierschap. De PvdA ging, op initiatief van de vorige politiek leider Wouter Bos, voor de macht, en niet voor vernieuwing van de ideologie.
Was de opzet van Bos gelukt, dan had Nederland aan Cohen ongetwijfeld een goede premier gehad. Met de mogelijkheid dat de partij na de verkiezingen in de oppositie zou belanden, werd echter door de zelfbenoemde strategen geen rekening gehouden.
Daar, en niet in de mislukte twee jaar politiek leiderschap van Cohen, ligt de echte oorzaak voor het voortijdig aftreden van Cohen en voor de huidige zorgelijke positie van de PvdA.
Cohen stelde gisteren naar aanleiding van zijn terugtreden dat hij de hoge verwachtingen niet heeft kunnen waarmaken. Hij zocht de oorzaken uitsluitend bij zichzelf en dat valt in hem te prijzen.
Het is echter maar één kant van het verhaal. De onmacht in de partij is veel breder. De onderlinge verbondenheid is ver weg. Er is niemand met een overtuigend idee van wat de positie van de PvdA zou moeten zijn. Dat Cohen nu door gebrek aan steun moet terugtreden, is symptoombestrijding, geen aanpak van het werkelijke probleem.
Dat doet het ergste vermoeden voor de sociaal-democratie in Nederland.