KARIN WESTER −
11/02/12, 12:17
Een gewonde Syrische rebel wordt van het slagveld weggedragen. FOTO © AP
Als de stemmen in de Veiligheidsraad staken, kan de besluitvorming verlegd worden naar de Algemene Vergadering. Die mogelijkheid moet nu zeker worden onderzocht.
Het Russische en Chinese veto tegen de Veiligheidsraadsresolutie over Syrië, in combinatie met het bloedbad dat Syrische veiligheidstroepen de afgelopen dagen hebben aangericht in de stad Homs heeft tot woedende reacties geleid. Inmiddels hebben verschillende staten de diplomatieke betrekkingen met Syrië verbroken of op een laag pitje gezet en worden pogingen gedaan om buiten de VN om te reageren op het gewelddadige optreden van het Syrische regime tegen de eigen bevolking. In VN-verband bestaat echter de mogelijkheid om, als de stemmen in de Veiligheidsraad staken, de besluitvorming te verleggen naar de Algemene Vergadering. Die mogelijkheid zou nu moeten worden onderzocht.
Het is inmiddels reeds lang duidelijk dat president Bashar al-Assad de verantwoordelijkheid die hij volgens het internationale recht heeft om zijn bevolking te beschermen tegen massale mensenrechtenschendingen willens en wetens niet nakomt. Volgens het in 2005 aanvaarde beginsel van de 'responsibility to protect', gaat deze verantwoordelijkheid daarmee over op de internationale gemeenschap. Om een aantal redenen, waaronder de positie van Rusland ten aanzien van Syrië, heeft de internationale gemeenschap moeite invulling te geven aan deze verantwoordelijkheid. Nadat in oktober vorig jaar een Veiligheidsraadsresolutie op een dubbelveto was gestuit, bleek de Veiligheidsraad afgelopen zaterdag opnieuw niet tot besluitvorming in staat, ook niet na tegemoetkomingen aan Rusland en China.
Nu de Veiligheidsraad niet tot handelen in staat blijkt, zijn de mogelijkheden van de VN echter niet volledig uitgeput. In 1950, ten tijde van de Korea-oorlog, is bepaald dat als de Veiligheidsraad vanwege een gebrek aan unanimiteit niet in staat is de verantwoordelijkheid te nemen voor het handhaven van de internationale vrede en veiligheid, de Algemene Vergadering van de VN de zaak in behandeling kan nemen en aanbevelingen kan doen om de vrede te handhaven of te herstellen.
Deze zogenaamde Uniting for Peace-procedure werd sinds 1950 ruim tien keer gebruikt. Zo kwam de eerste VN-peacekeeping-missie in 1956 tijdens de Suez-crisis tot stand op basis van deze procedure. Verder werd de procedure onder meer ingeroepen om mandaten van VN-vredesmissies te bekrachtigen, om gewapende interventies te veroordelen en om op te roepen tot een staakt-het-vuren.
Deze procedure is in het verleden niet altijd even effectief gebleken en aan het gebruik ervan kleeft een aantal bezwaren. Zo heeft besluitvorming door de Algemene Vergadering niet dezelfde bindende status als besluiten van de Veiligheidsraad. Maar dit is vooral problematisch bij het opleggen van sancties of het gebruik van militair geweld. Hiervan was in de tekst van de Veiligheidsraadsresolutie die zaterdag in stemming werd gebracht, geen sprake.
Een tweede moeilijkheid is dat de Algemene Vergadering, waarin alle staten stemrecht hebben, alleen kan besluiten met een tweederde meerderheid. In het geval van Syrië lijkt dit echter niet op voorhand kansloos. In december slaagde de Algemene Vergadering er al in - in tegenstelling tot de Veiligheidsraad - om een resolutie te aanvaarden waarin de systematische mensenrechtenschendingen door de Syrische autoriteiten werden veroordeeld en Syrië werd opgeroepen hieraan onmiddellijk een einde te maken. Van de 193 lidstaten die de VN telt, stemden 133 landen voor. En afgelopen zaterdag stemden 13 van de 15 leden van de Veiligheidsraad voor de Syrië-resolutie. Er was geen enkele onthouding.
Een complicerende factor is dat met de toepassing van de Uniting for Peace-procedure de invloed van de permanente leden van de Veiligheidsraad op de besluitvorming zienderogen afneemt; in de Algemene Vergadering hebben zij geen vetorecht. Hoewel de VS, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk in het geval van Syrië wellicht een meerderheid van de VN-lidstaten aan hun zijde kunnen krijgen, kan dat in andere gevallen anders uitpakken. Het inroepen van de Uniting for Peace-procedure zal voor deze staten dan ook niet meteen de voorkeur hebben.
Maar nu de Veiligheidsraad (voorlopig) buiten spel staat en er geen enkel teken is dat het Syrische regime het geweld tegen de burgers staakt, is besluitvorming door de Algemene Vergadering het enige alternatief dat in VN-verband voorhanden is en waarvan de haalbaarheid in ieder geval zou moeten worden onderzocht. De druk op president Assad, en bondgenoot Rusland, zou verder toenemen en de Syrische bevolking zou zich niet alleen gesteund weten door een meerderheid in de Veiligheidsraad, maar door het overgrote deel van de internationale gemeenschap.
KARIN WESTER | PROMOVENDA, DOET ONDERZOEK NAAR DE 'RESPONSIBILITY TO PROTECT'.