Nuweira Youskine −
09/02/12, 21:50
column
Daar zat ik dan. Mijn academische graad net een week op zak, de feestjes achter de rug. Op een wiebelig houten bankje, een hoofddoek op de kop en een gepast zedige blik. In het leslokaal was het 's winters ijskoud, 's zomers een oven.
Mijn medeleerlingen vormden een bont gezelschap van een twaalfjarig meisje uit Bosnië, tot een veertigjarige huisvrouw uit Somalië. Locatie was een moskee, hartje Damascus. Onze docente leek maar één doel in haar leven te hebben, dat eruit bestond deze bizarre verzameling leerlingen de fijnste kneepjes van het hoog-Arabisch bij te brengen. Ach, hoe kan ik haar ooit genoeg prijzen? Zo maken ze juffen niet meer: gepassioneerd, de taal tot in de kleinste puntjes beheersend en met een waar engelengeduld. Buiten de moskee was het gemakkelijk het Arabisch dialect op te pikken. Een betere leerschool is niet denkbaar.
Gek genoeg was het de statige Leidse Universiteit die mijn weg naar deze excentrieke bestemming had geleid. De Arabische taal vormde een klein onderdeel van mijn studie islamologie. De rest was godsdienstwetenschap. Toen ik, na een aantal jaar zuchten onder de wondere regels van de Arabische grammatica, de docenten vroeg wanneer ik ooit het Arabisch wat beter zou leren spreken, werd er wat minachtend gesnoven. Arabisch op de universiteit bestudeerde je om de teksten van negende-eeuwse obscure denkers te kunnen ontcijferen. Het ordinaire spreken moest ik maar ergens in het Midden-Oosten leren. En aldus geschiedde. Twee jaar na mijn afstuderen had ik eindelijk het idee de taal op verschillende fronten te beheersen.
Inmiddels is het Midden-Oosten veranderd in een carrousel die voorlopig niet tot stilstand gaat komen. Westerse media die geen Arabische expertise in huis hebben, kunnen geen kant meer op. Bedrijven en overheden loeren als haviken op kansen om, zodra de ergste gewelddadigheden voorbij zijn, hun slag te slaan met lucratieve handeltjes. Je zou denken dat alleen al de gezonde Hollandse handelsgeest de beleidsmakers tot verstandige keuzes zou dwingen. Helaas blijkt niets minder waar. De Universiteit Nijmegen zette de eerste stap en onlangs volgde de Universiteit Utrecht: de voltijds opleidingen Arabisch worden stopgezet. De taal wordt ondergebracht in het brede raamwerk van religiewetenschappen en de redenen die de universiteiten hiervoor opvoeren, zijn overbekend: te weinig studenten, te weinig rendement. De afgestudeerden van de toekomstige opleiding worden iets tussen arabist en godsdienstwetenschapper in - vlees noch vis, zo kan ik als ervaringsdeskundige melden.
Toch zijn de bezuinigingsmaatregelen misschien niet verwonderlijk. De universiteiten demonstreren hiermee op micro-niveau een bredere tendens. Korte-termijnvisies en technocraten regeren. Vreemde talen, culturen, religies en ja, zelfs mensen worden afgeserveerd als ze niet onmiddellijk in klinkende munt kunnen worden omgezet. Zelfs op de Nederlandse universiteiten is culturele verrijking nu een overbodige luxe geworden.