Carla Smeets en Lonneke Timmermans, familierechtadvocaten en mediator SA bij SmeetsGijbels −
03/02/12, 12:30
© photo news
opinie
Bij een scheiding moeten man en vrouw verplicht nadenken hoe zij in hun bestaan voorzien. Dat voorkomt veel ellende.
Diverse partijen, zoals PVV, VVD, PvdA en D66, werken aan een voorstel om de partneralimentatie aan te passen. Een vaste termijn zoals voorgesteld door PVV (vijf jaar) en D66 (drie jaar), schiet zijn doel voorbij. Partneralimentatie is maatwerk, en moet daarom een flexibel karakter krijgen.
Echtgenoten die partneralimentatie aanvragen, moeten verplicht worden om in een vroeg stadium in de echtscheidingsprocedure een ontwikkelingsplan in te dienen. Hierin moeten zij aangegeven hoe de zorgtaken tussen de beide ouders worden verdeeld, wat de alimentatieverzoekende doet om op termijn een inkomen te verdienen, welke verdiensten wanneer te verwachten zijn en hoe dat inkomen zich de komende jaren kan ontwikkelen.
Wij pleiten al sinds 2006 voor een aanpassing en flexibilisering van het huidige alimentatiesysteem. Hierdoor kan de alimentatiegerechtigde sneller in de eigen levensbehoefte voorzien en een eigen bestaan opbouwen zonder afhankelijk te zijn van de ex-partner.
Volgens het huidige wettelijke stelsel heeft iedere partner die na echtscheiding niet in staat is om volledig in het eigen levensonderhoud te voorzien recht op alimentatie. Momenteel bedraagt de wettelijke alimentatieduur maximaal twaalf jaar - in uitzonderingssituaties kan deze termijn worden verlengd.
Deze termijn zou de alimentatieverzoeker in staat stellen de zorg voor eventuele kinderen op zich te nemen en na verloop van tijd, wanneer de kinderen naar zelfstandigheid toegroeien, zich erop voor te bereiden in eigen levensonderhoud te voorzien.
De wet biedt ook de mogelijkheid om een korte termijn op te leggen. In de praktijk wordt echter zelden van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Rechters zijn terughoudend om een kortere termijn vast te stellen. Alimentatieverzoekers gaan ervan uit dat zij hoe dan ook recht hebben op alimentatie gedurende twaalf jaar. Dit is een kwalijke zaak.
Alimentatieverzoekers worden in het huidige systeem op geen enkele wijze gestimuleerd om na te denken over de gevolgen na het aflopen van de alimentatieperiode. Na twaalf jaar zien zij zich voor een probleem gesteld. De alimentatieverzoeker heeft de jaren daarvoor niet of slechts in beperkte mate gewerkt en heeft zich niet ontplooid, terwijl de inkomsten uit partneralimentatie wegvallen. Veel alimentatieverzoekers komen daardoor na het eindigen van de termijn in een beduidend slechtere financiële positie te verkeren.
In Duitsland kan een alimentatieverzoeker drie jaar lang alimentatie ontvangen. Een dergelijke korte termijn, zonder verlengingsmogelijkheden, kan echter schrijnende gevallen in de hand werken. In België mag de duur van de alimentatie niet langer zijn dan de duur van het huwelijk. Ook een dergelijke regeling kan voor problemen zorgen. Denk aan de situatie waarin partijen gedurende tien jaar met elkaar hebben samengewoond, vervolgens trouwen, en het huwelijk na korte tijd strandt.
Beter kan worden gekozen voor een meer flexibele regeling. Een in te dienen ontwikkelingsplan biedt hierbij houvast voor partijen. Na drie jaar kan worden onderzocht of de doelen uit het ontwikkelingsplan zijn gehaald, en kan de alimentatie worden beëindigd dan wel worden afgebouwd, met een maximum van vijf jaar.
Zo'n benadering stimuleert alimentatieverzoekers om minder afhankelijk te zijn van de ex-partner en eerder een eigen toekomst op te bouwen. De tijd is rijp voor een herziening van het alimentatiesysteem en de praktijk is gebaat bij een systeem dat gestoeld is op maatwerk.