*

 

Ja, afkomst bepaalt succes, maar daarin hoeven ouders en school niet te berusten

Hoofdredactie − 25/01/12, 09:23
© THINKSTOCK

commentaar De wetenschap weet het al jaren: wat kinderen van thuis meekrijgen, bepaalt in hoge mate hoe ze het op school doen. Hun intelligentie, hun etnische afkomst, de gezinsomstandigheden tellen zo zwaar dat wetenschappers met een plaatje van deze drie elementen al voor 50 procent kunnen voorspellen hoe het de kinderen na de basisschool vergaat.

Onderzoekers stellen ook vast dat scholen de verschillen tussen leerlingen niet kleiner maken, maar juist vergroten. Zij noemen dat het Matteüs-effect, naar de uitspraak van Jezus: "Wie heeft, zal nog meer krijgen". Niet voor niks zette zowel de christelijke als de socialistische beweging in de vorige eeuw alle kaarten op het onderwijs. Dat moest ook uit de kinderen van de kleine luyden en de arbeiders halen wat erin zat.

Om dat doel, maximale ontplooiingsmogelijkheden voor het kind, te bereiken, is de relatie tussen ouders en school essentieel. Trouw deed de afgelopen twee weken verslag van hoe dat contact tussen school en thuis verloopt. Bij de kinderen thuis. En in groep acht van de Willibrordschool in Zaandam, een school die iets meer kinderen aflevert aan het vmbo dan gemiddeld.

Als er een ding uit de portretten van de ouders blijkt, dan is het wel dat ze school ontzettend belangrijk vinden. Of ze daar ook allemaal naar handelen, is een tweede; het belang van onderwijs hoeft hun niet uitgelegd te worden. Dat inzicht is voorwaarde voor een vruchtbare samenwerking met de school. Met onverschillige ouders is het nog veel ingewikkelder een brug te bouwen.

De school onderkent de waarde van de ouders. "Werk je niet samen met de ouders, dan doe je de kinderen tekort", zegt de schooldirecteur. Dat is - voor alle scholen - een perfect uitgangspunt. Docenten gaan gedurende de schoolperiode drie keer op huisbezoek. Dat is veel meer dan gebruikelijk, maar zo krijgen leerkrachten werkelijk inzicht in wat er thuis speelt. Het onderwijs stuit daarbij wel op haar grenzen; docenten zijn geen welzijnswerkers. Voor hulp om het thuis op orde te krijgen, is er het schoolmaatschappelijk werk. Daar wordt fors op bezuinigd, en daarmee wordt in feite gekort op de mogelijkheden van kinderen hun lot te verbeteren.

In de samenleving zijn de kansen ongelijk verdeeld, in het onderwijs ook. Dat is een hardnekkig probleem, dat niet met een paragraaf in het regeerakkoord is op te lossen. Ouders en scholen kunnen wel samen proberen alle kinderen te geven wat hun toekomt. Dat begint bij het besef dat er ook nu nog kleine luyden zijn die méér verdienen.
mailIcon print | |

Plaats een reactie!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />