*

 

Weinig mildheid voor wie gek of dik wordt

Asha ten Broeke − 10/01/12, 09:00

column 'Ik word gek.' Dat snikte ik tegen mijn man, in de zoveelste hysterische huilbui, een paar dagen nadat mijn tweede dochter was geboren.

De pijn van de keizersnede was bijna ondraaglijk, ik was in de war van het slaapgebrek en de hormonen gierden door mijn lijf. Als nog één persoon had gezegd dat ik vooral moest genieten, was ik keihard gaan gillen. Dat gebeurde gelukkig niet. Maar die niks-roze-wolkweek staat in mijn herinnering gegrift: zo voelt het dus om bijna je verstand te verliezen.

Gek worden is niet een gebeurtenis die in onze samenleving op veel mildheid kan rekenen. De politie klaagde vorige week dat ze te veel werk heeft aan de psychisch zwakken. De Amsterdamse korpschef zei er verontwaardigd bij dat ze nu "rechtstreeks met patiënten van doen hebben". Hij vond dat niet de taak van de politie. Blijkbaar is oom agent er alleen voor degenen die bij hun volle verstand overlast veroorzaken.

NU'91, beroepsvereniging van verpleging en verzorging, was ook boos op die nare gekken. Werknemers in de psychiatrie krijgen weleens een klap, en de woordvoerder merkte geïrriteerd op dat hulpverleners vaak weigeren aangifte te doen tegen hun patiënten. "Ze denken dat de patiënt niet beter weet of dat het hoort bij de psychische problematiek."

De woorden van de politie en NU'91 impliceren dat zelfs iemand in hevige psychische nood nog de verantwoordelijkheid heeft om zich netjes en beheerst te gedragen. Lukt dat niet, dan is hij of zij afkeurenswaardig bezig. Dat het gedrag van een psychiatrisch patiënt in veruit de meeste gevallen een product is van biologische onbalans en omgevingsfactoren, en niet van keuze of vrije wil, wordt even vergeten.

Dat doet me denken aan het obesitasdebat. Uit onderzoek blijkt dat omvang voor 70 tot 80 procent in de genen zit. Psychologen toonden bovendien herhaaldelijk aan dat onze omgeving ontzettend dikmakend is, en dat zowel dikke als dunne mensen het moeilijk vinden om in deze junkfoodoceaan gezonde keuzes te maken. Zoals biologen zeggen: wie nu nog slank is, heeft geluk met z'n genen of is op dieet.

Vooral de mensen met dun DNA vinden dat dikkerds hun genen en omgeving niet als smoes mogen gebruiken voor hun overtollige kilo's. Zij zien hun eigen gewichtstechnische succes niet als genetische mazzel maar - onterecht - als gedragsmatige verdienste. Volgens die redenering is  'zwakheid' al snel verwijtbaar. Immers: als ik me kan beheersen, dan kunnen anderen het toch ook? Wie zich psychisch of lichamelijk laat gaan, heeft zelf schuld.

De lawine aan dieet- en zelfhulpboeken die je tegemoet rolt als je de boekwinkel bezoekt, laat zien dat het voor veel mensen hard werken is om mentaal fit te blijven en de kilo's van het lijf te houden. Voor wie dankzij zijn genen met 5-0 achter staat, is het elke dag weer strijd.

Is het dan aan de succesvollen om de vechters hardhandig te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid wanneer ze eens verliezen? Om aangifte te doen als je een klap krijgt van een patiënt die door de chaos in zijn hoofd niet meer weet waar hij het zoeken moet? Om tegen een dikkerd te roepen dat elk pondje door het mondje gaat?

Gek of dik worden is geen kwestie van vrije wil. Blijft het jou bespaard, tel dan je zegeningen - en wees barmhartig.
mailIcon print | |

Plaats een reactie!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />