HERMAN BAARTMAN | OUD-HOOGLERAAR PREVENTIE EN HULPVERLENING INZAKE KINDERMISHANDELING −
30/12/11, 15:21
Het grootbrengen van een kind is geen vanzelfsprekendheid. ©THINKSTOCK
opinie
Er klinkt ferme taal uit Den Haag over kindermishandeling. Maar hoe zat dat ook al weer met eerdere plannen?
-
Behandel ouders niet als delinquenten
De Kinderombudsman luidde half november de noodklok over de aanpak van kindermishandeling. De staatssecretaris van VWS reageerde met de mededeling: "We willen dat daders gemeld en gestraft worden". Ferme taal, maar het geeft blijk van een gebrekkig inzicht in wat kindermishandeling is. Een paar weken later verscheen het Actieplan Aanpak Kindermishandeling 2012-2016 van de ministeries van VWS en veiligheid & justitie. Een van de drie pijlers is gericht op opsporen en aanpakken van de daders. Opnieuw die ferme taal. Kindermishandeling is het doen en laten, primair van ouders, dat een bedreiging vormt voor de veiligheid of het welzijn van een kind. Soms is een strafrechtelijke aanpak daarbij op zijn plaats, maar in de helft van de gevallen gaat het om verwaarlozing. Hoe bedreigend ook, is dat doorgaans geen delict.
DelinquentenJaarlijks zijn zo'n 119.000 kinderen thuis het slachtoffer van mishandeling. Wat dit zorgwekkende cijfer vooral duidelijk maakt, is dat het veilig grootbrengen van een kind bepaald geen vanzelfsprekendheid is. Een overheid die ouders die daarin falen benadert als delinquenten, heeft weinig besef van de broosheid van het ouderschap.
Ouderschap is de pijler waar de samenleving op rust. Gezien de klaarblijkelijke broosheid zou investering in de draagkracht ervan, in goed ouderschap dus, voorop moeten staan in de aanpak van kindermishandeling. Ouders zijn medestanders in de eigen verantwoordelijkheid van de overheid voor kinderen en geen tegenstanders die opgespoord en aangepakt moeten worden. Maar een overheid die op deze manier de toon zet, zet professionals ertoe aan om ouders te wantrouwen en als verdachten te beschouwen.
Opvang en nazorgEen tweede pijler van de aanpak is het versterken van de positie van slachtoffers, onder meer via het bieden van opvang en nazorg. Het schort al jaren aan voldoende mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling van mishandelde kinderen, maar dit plan bevat geen actie om daar verbetering in te brengen. Sterker nog, een van de weinige centra met een bijzondere expertise op het gebied van diagnostiek en behandeling, het Kinder- en Jeugdtraumacentrum in Haarlem, moet door bezuinigingen bij VWS per 1 januari 50 procent minder kinderen helpen.
Verder wordt een tot niets verplichtende inventarisatie beloofd van hoe het staat met het plan uit 1990 te investeren in meer deskundigheid over kindermishandeling. Dat was een goed initiatief; de complexiteit en emotionele impact van kindermishandeling vergen een bijzondere expertise van iedereen die beroepshalve van doen heeft met ouders en kinderen. Maar er is bijna niets gedaan.
Verplicht tot nietsIn 1990 werd een inventarisatie van bestaande samenwerkingsverbanden aangekondigd en bleef alles bij het oude. Nu wordt een evaluatie van de opbrengst van enkele nieuwe samenwerkingsverbanden in het vooruitzicht gesteld. Later wordt dan met de gemeenten bekeken hoe het verder moet. Het verplicht tot niets, terwijl hier een van de grootste problemen in de aanpak van kindermishandeling ligt. Men schuift door, stelt uit, inventariseert, in plaats van zelf verantwoordelijkheid te nemen.
Vier jaar geleden werd het vorige actieplan gepresenteerd. In het nieuwe plan wordt geconstateerd dat 'na vier jaar van aanpak' het probleem kindermishandeling stabiel is gebleven. Vreemd, ofwel vindt de overheid werkelijk dat ze hier tot voor vier jaar niets aan heeft gedaan, ofwel reikt het historisch besef op een departement niet verder dan de voorlaatste beleidsnota. Geen van beide interpretaties wijst op een sterk besef van verantwoordelijkheid voor het wel en wee van kinderen.