Fé Toussaint −
20/12/11, 21:36
De winter is nog nauwelijks begonnen, of de NS begint al tegen te stribbelen. Maandag zouden er "enkele centimeters" sneeuw vallen in het oosten van het land ¿ voor de spoorwegen genoeg reden om hun dienstregeling op de risicotrajecten aan te passen. Vanaf negen uur 's avonds gold een ander tijdsschema, dat de volgende ochtend al meteen weer opgeheven werd. Voor nu viel de schade dus mee.
Maar na de onverhoopte confrontatie met het nieuwtje, kon ik de flashbacks naar duisterdere tijden niet lang onderdrukken. Meteen spookten de beelden van 2010 weer door mijn hoofd: bomvolle vertrekhallen, stereotypisch pinnige Nederlandse reizigers die woedend hun kopje gratis chocolademelk bij het stations-personeel opeisen, het gevaar wegens een paar centimeter sneeuw feestdagen te missen het geduld waar mogelijk nog verder verminderend.
Klappertandend herinnerde ik me hoe er, na afloop van een verjaardag in het toch al desolaat overkomende Friesland, uren door de sneeuw gereden moest worden op zoek naar een functionerend Fries stationnetje om iemand bij af te zetten. In de kleinst mogelijke dorpjes bleken zich opeens ware treinstations te verschuilen, maar pas in Overijsel bewees zich een stoptreintje sneeuwresistent.
Waar ikzelf destijds nog bij mijn ouders woonde, en in het ergste geval dus slechts in een file zou stranden wanneer plots een navlaag van puberaliteit de kop op zou steken, loop ik in mijn huidige woonsituatie wat meer risico. Het zuiden van Limburg is nu niet bepaald het drukste OV-punt van Nederland, en dus acht ik de kans beangstigend groot dat mijn regio voor eventuele spoorreddingsacties geen prioriteit zal verdienen.
De sluimerende jaloezie die ik toch al voelde, voor studenten die zich wat centraler hebben weten te plaatsen, neemt een compleet nieuwe dimensie aan. Utrecht of Nijmegen geeft sowieso al veel meer reden tot hoop op een lift van ouders of vrienden, naar de plek van bestemming, maar zelfs áls er gestrand zou worden...
Op Maastricht Centraal keek ik gisteren beteuterd om me heen.
Meewarig tuur ik naar de koffiemachine, die mij al meerdere malen uit mijn wachttrance heeft gehaald door plots luid tegensputterend zijn onwil tot functioneren te verkondigen. In de stationshal bevindt zich de enige supermarkt van de stad, die tijdens reguliere winkelmaanden ook op zondag geopend is. Een lange rij studenten scharrelt er vaak weekendvoedselpakketjes bij elkaar, Maastricht en haar dorpachtige openingstijden in stilte vervloekend.
Twee jongens praten op het bankje naast mij goedkeurend over de PVV. Ik vrees geen ironie in hun stem te kunnen ontdekken.
Hier zou ik écht geen uren op een trein kunnen wachten, zo realiseerde ik me al snel. Dan zou zo'n Fries spookdorpje plots enorm aantrekkelijk lijken.
Na me naar huis gehaast te hebben, werd ik gelukkig gerustgesteld door zowel de KNMI als de NS. Sneeuw schijnt er nog altijd niet in overvloed te gaan vallen, als we voor één keer in het weerbericht mogen vertrouwen, en de NS beweert ondertussen bij dat elke sneeuwsituatie apart beoordeeld zal worden. Sneeuw betekent dus niet altijd een aangepaste dienstregeling, aldus de NS.
Ik heb er een hard hoofd in. Als de drie centimeter sneeuw die maandag in het oosten vielen, al genoeg waren voor een -albeit kleine - verandering in de dienstregeling, vraag ik me af welk soort situatie geen reden geeft tot aanpassingen. Die witte kerst hoeft van mij dit jaar niet meer zo nodig.