James Kennedy −
18/12/11, 17:04
Migranten wachten tot zij hun certificaat van Nederlanderschap ontvangen. (archief, 2010) ©ANP
column
PVV-raadslid Machiel de Graaf was ontstemd over het eten dat geserveerd werd tijdens de naturalisatieceremonie in Den Haag op 15 december: Op 'de landelijke naturalisatiedag serveer je natuurlijk geen multicultureel buffet'.
De Graaf vond dat er boerenkool met worst op het menu had moeten staan: 'Want dat is lekker, hartstikke gezond en een stuk goedkoper dan een multicultureel buffet.' En vooral erg Hollands.
Dit is niet zomaar een losse uitspraak van een PVV-politicus, volgens mij geeft dit aan waar het zwaartepunt ligt bij het Nederlands burgerschap. Het gaat vooral om het aanleren van mores en gewoontes - zoals het eten van boerenkool - en minder om het lid worden van een politieke gemeenschap waar je je rechten en verantwoordelijkheden serieus neemt.
Je ziet dat ook terug in het inburgeringsexamen. Veel vragen zijn praktisch ingesteld: Wat moet je doen als je gas ruikt in je woning? Maar er zijn ook heel veel vragen over de culturele mores. Wat doe je als je hoort dat je buren net zijn getrouwd en je kent ze nog niet goed? Dan mag je dus niet aanbellen met een bos bloemen of een cadeau, maar stuur je alleen een mooi kaartje. Wat doe je als iemand commentaar geeft op het 'gekke' eten dat je hebt gekozen in de kantine? Dan doe je niet of je niks hebt gehoord, maar dan vraag je: 'Wil je proeven'? Wat je zeker niet zegt is: 'Hou je mond!', terwijl dat volgens mij een behoorlijk Hollandse reactie is.
Deze nadruk op de mores vind ik fascinerend. Het gaat blijkbaar niet in eerste instantie om politieke normen, zoals in de VS en Frankrijk, maar om conventionele gedragsnormen. Het verklaart ook waarom Nederlanders eigenlijk nooit aanhangers zijn geweest van het multiculturele gedachtengoed, zelfs niet in de jaren '80 en '90. Volgens recent historisch onderzoek was toen ook het beleidsdoel geleide assimilatie. Zelfs de 'progressieve' Nederlanders verwachtten dat immigranten op termijn hun oude gewoontes en zienswijzen zouden opgeven. In dit opzicht is het Nederland van 2011 niet substantieel anders dan het Nederland van pakweg 1986.
In het examen dat je moet afleggen als je Amerikaans staatsburger wilt worden zijn helemaal geen vragen over mores. Het gaat helemaal over de Amerikaanse overheid en geschiedenis. Hoeveel afgevaardigden zijn er in het Huis van Afgevaardigden? Antwoord: 435. In welke oorlog vocht president Eisenhower? Antwoord: de Tweede Wereldoorlog. Het Nederlandse examen heeft ook enkele vragen over de politiek en geschiedenis, maar die vragen spelen een ondergeschikte rol.
Je kunt je afvragen hoe belangrijk die kennisvragen eigenlijk zijn. Is het niet beter om praktische kennis te hebben? Ook de eed die je moet afleggen voordat je het Amerikaanse burgerschap krijgt is vergaand. Zelfs als je tachtig jaar oud bent, moet je nog steeds zweren dat je de wapens zult oppakken om te vechten tegen vreemde overheersing als de Amerikaanse overheid dat van je vraagt. Maar zo krijgt het examen wel een groot politiek gewicht en dat kun je van het Nederlandse examen niet zeggen.
Wat is het burgerschap dat Nederland voorstaat? Goede burgers houden hun voortuintjes schoon (ook een examenvraag), daar is Nederland historisch gezien goed in. Maar dat is geen politiek ideaal. Nederlanders zijn vergeleken met burgers in andere landen niet zo politiek actief. Ze laten politiek en partijen over aan een klein gezelschap van mensen. Het is daarom niet vreemd dat een PVV'er nieuwe Nederlanders oproept om boerenkool te eten, in plaats van lid te worden van een politieke partij. Want dat kan bij de PVV niet eens. Maar met deze oproep stelt De Graaf wel de verkeerde prioriteiten. Voor een inhoudelijk en betekenisvol burgerschap zouden het examen en de naturalisatie niet moeten focussen op boerenkool en culturele mores, maar op politieke participatie, verantwoordelijkheden en rechten van Nederlandse burgers.