Gerhard Hormann, schrijver, planoloog en politicoloog −
27/11/11, 09:00
© anp
opinie
Eind 2008 besloten wij om onze hypotheek versneld af te gaan lossen. Het regende negatieve reacties.
Niet alleen waren wij 'dieven van onze eigen portemonnee', veel mensen verkeerden ook ten onrechte in de veronderstelling dat de woning zodra deze hypotheekvrij is, valt onder de vermogensrendementsheffing.
Drie jaar later zijn de kaarten heel anders geschud. Het H-woord is terug in de politiek, de kersverse president van De Nederlandsche Bank dringt aan op een snelle beperking van de hypotheekrenteaftrek en er wordt hier en daar zelfs gesproken over een hypothekencrisis.
Aflossen is geen vies woord meer, al blijft het in de praktijk in de meeste gevallen bij woorden. Niet alleen ontbreekt in het huidige belastingstelsel een financiële prikkel om extra bij te storten, aflossen is ook niet sexy of statusverhogend. De buurman ziet het wel als je een nieuwe auto hebt gekocht van 20.000 euro, maar merkt er niets van als je dat bedrag stilletjes naar je bank hebt overgeboekt.
Wij hadden echter aan één crisis genoeg om maatregelen te nemen: in drie jaar tijd wisten we de aflossingsvrije hypotheek met een bedrag van in totaal 60.000 euro omlaag te brengen. Het vakantiegeld, het spaarloon, de uitleenvergoeding van mijn boeken, de belastingteruggaaf: álles verdween naar een bankrekeningnummer van de hypotheekbank dat ik inmiddels uit mijn hoofd ken. Het betekende eveneens: de kachel op 17 graden, niet op wintersport en ook niet ieder jaar een nieuwe winterjas.
Uiteraard zou ik niet zo openhartig zijn over onze financiële situatie, als daarin niet de oplossing schuilt voor het grootste hoofdpijndossier uit de politiek. De hypotheekrenteaftrek kan worden aangepakt zonder dat er iets aan de regelgeving hoeft te worden veranderd. De enige extra beperking binnen dit nieuwe systeem betreft het gebruik van de hypotheekteruggaaf: die dient voortaan geheel te worden aangewend om af te lossen. Zo wordt de 'perverse prikkel' een aflosssubsidie.
Het mes snijdt dan werkelijk aan alle kanten: huishoudens versterken hun financiële positie, de totale hypotheekschuld van ruim 650 miljard neemt jaarlijks met een paar procent af en de balansen van de banken raken automatisch meer in evenwicht.
Tegelijk slaat dit aangepaste systeem de bodem weg onder allerlei ongewenste hypotheekvormen die uitsluitend bedoeld zijn om dertig jaar lang optimaal van de aftrek te profiteren. Omdat jaarlijks moet worden afgelost verandert elke hypotheek vanzelf in een ouderwetse annuïteitenhypotheek. Maar het mooiste van alles is misschien wel dat de beide coalitiepartijen en hun gedoogpartner iets met deze oplossing zouden kunnen doen zonder eerder gedane verkiezingsbeloftes te hoeven breken.
Natuurlijk dient vooraf bekeken te worden of er misschien een overgangsregeling moet komen voor mensen die op het hoogtepunt van de markt op twee volledige inkomens een aflossingsvrije tophypotheek hebben afgesloten en zich daarbij blind hebben gestaard op de netto maandlasten. Maar waarschijnlijk redden ook die het in de meeste gevallen financieel wel als ze zich een levensstijl aanmeten waarbij ze alvast een voorschot nemen op een toekomst die wellicht niet alleen een stuk soberder zal zijn maar ook duurzamer en meer solide.