*

 

Onderwijshulp wordt ondergeschoven kindje

Kees de Jong, directeur Edukans, namens Global Campaign for Education Nederland − 21/11/11, 10:08
© afp

opinie Miljoenen kinderen in ontwikkelingslanden kunnen niet naar school. Nederland bezuinigt juist op deze hulp.

Lang niet alle ontwikkelingslanden gaan de doelstelling halen om in 2015 alle kinderen toegang tot goed onderwijs te bieden. Daar is volgens Unesco 16 miljard dollar per jaar aan extra investeringen voor nodig. En dat geld komt er voorlopig niet.

Dat is recent duidelijk geworden op de bijeenkomst van het Global Partnership for Education (GPE) in Kopenhagen. Dit internationale fonds, dat onderwijsplannen van ontwikkelingslanden financiert, kan de komende drie jaar rekenen op een bijdrage van zo'n 1,5 miljard dollar. Een aardig bedrag, maar niet voldoende om alle landen die de steun nodig hebben, te helpen hun onderwijssysteem te verbeteren.

Met een bijdrage van in totaal 120 miljoen euro voor de komende vier jaar behoort Nederland, ondanks de forse bezuinigingen op onderwijs, nog steeds tot de beste donoren. Een goede keuze van staatssecretaris Knapen, want deze hulp blijkt effectief. Jammer genoeg is er internationaal echter weinig animo voor de financiering van onderwijs in ontwikkelingslanden. Belangrijke donorlanden als de VS, Frankrijk, Duitsland en Canada komen niet met substantiële bedragen over de brug.

Gunstige uitzonderingen zijn Australië en Engeland, die de komende vier jaar bij elkaar zo'n 650 miljoen dollar zullen bijdragen. Dat is echter lang niet voldoende om de bezuinigingen van andere landen, zoals van Nederland, te compenseren. Nederland was jarenlang kampioen onderwijshulp en wordt internationaal erkend en gewaardeerd om de voortrekkersrol die het op dit gebied speelde. Het huidige kabinet bezuinigt juist het meest op onderwijs, een besluit dat internationaal aardig wat onrust heeft gezaaid.

Staatssecretaris Knapen ging ervan uit dat andere landen het stokje van Nederland zouden overnemen en beloofde een zorgvuldige afbouw en overdracht. "Wij lopen geen schoolgebouw uit waar nog kindertjes binnenlopen", zo stelde hij vorig jaar de Kamerleden gerust, die hun zorg uitten over de gevolgen van de Nederlandse bezuinigingen. In de praktijk blijken zijn toezeggingen echter moeilijk waar te maken.

Door een gebrekkige coördinatie van donorlanden verliezen sommige landen in korte tijd drie tot vijf onderwijsdonoren.

Een voorbeeld is Burkina Faso, waar Nederland jarenlang de belangrijkste externe financier van het onderwijs was. Tussen 2002 en 2010 verdubbelde het aantal schoolgaande kinderen, vertelde Burkina Faso's minister van onderwijs. Voor de regering heeft onderwijs prioriteit; er wordt zo'n 20 procent van het overheidsbudget aan besteed.

Ondanks alle inspanningen gaat echter nog maar 52 procent van alle kinderen in Burkina Faso naar school. Door een tekort aan leerkrachten en klaslokalen zal het millenniumdoel om in 2015 alle kinderen onderwijs te bieden, dan ook niet worden gehaald. De regering streeft nu naar 75 procent in 2015 en 100 procent in 2020. Maar nu Burkina Faso in korte tijd vijf onderwijsdonoren dreigt te verliezen, waaronder Nederland, wordt ook dat scenario onhaalbaar. De minister voorziet een gat in de onderwijsbegroting van 150 miljoen dollar per jaar. Nieuwe donoren zijn nog niet gevonden.

Staatssecretaris Knapen wil de Nederlandse ontwikkelingshulp snel gaan richten op andere sectoren als voedselveiligheid, water en economische ontwikkeling, waarvoor nog weinig of geen plannen klaarliggen. Andere donoren blijken echter geen haast te hebben om onderwijsprogramma's, die nu nog door Nederland worden gefinancierd, over te nemen. Waarom het risico lopen de bereikte resultaten teniet te doen? Alle reden voor de staatssecretaris om extra zorg te besteden aan de afbouw van de onderwijshulp en daarvoor meer tijd en budget te reserveren.
mailIcon print | |

Plaats een reactie!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />