Hans Teunissen, voorzitter Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer −
31/08/11, 16:37
Leerlingen van de basisschool St. Lukas in Amsterdam zijn dinsdag begonnen aan de Citotoets.
© anp
opinie
Experts en ervaringsdeskundigen plaatsen vraagtekens bij de eenzijdige nadruk op taal en rekenen in het basisonderwijs (Trouw, 22 augustus). De negatieve consequenties van dit kabinetsbeleid beperken zich echter niet alleen tot het basisonderwijs, ook in het voorgezet onderwijs en het mbo laat het zijn sporen na.
Taal en rekenen zijn geen doel op zichzelf, maar instrumenten om een bepaald doel te bereiken. Het kabinet verwijst in zijn beleidsplannen naar toekomstig succes op de arbeidsmarkt en de ambitie om tot de topvijf van sterkste kenniseconomieën te behoren. Zo wekt het de indruk dat economisch nut centraal staat in het onderwijsbeleid.
Deze visie op onderwijs doet alle schoolvakken tekort, óók rekenen en taal. Je kunt leerlingen eindeloos lastigvallen met grammaticaregels, maar ze ook het achterliggende doel van die regels uitleggen. Maak leerlingen duidelijk waaróm het van belang is d's en t's op de juiste manier te gebruiken. Een krantekop als 'Rechter veroordeeld' betekent iets heel anders dan 'Rechter veroordeelt'. Voor rekenen geldt hetzelfde: het gegoochel van de minister-president met de omvang van de steun aan Griekenland laat het belang van goed rekenonderwijs zien.
Het is niet toevallig dat in deze voorbeelden burgerschap het verbindende element is. Leerlingen moeten zich na hun schooltijd niet alleen als werknemer of ondernemer staande kunnen houden, maar ook als burger. De Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum waarschuwt voor de vereconomisering van het onderwijs. Zij betoogt dat burgers goed moeten kunnen nadenken over politieke kwesties die het land raken, en in staat moeten zijn politieke leiders op kritische wijze te beoordelen. Deze onderwijsdoelen dreigt het huidige kabinet uit het oog te verliezen.
Het sterkst zien we deze trend in het mbo. Minister Van Bijsterveldt stelt daar aan de ene kant examens voor rekenen en taal verplicht, maar laat aan de andere kant de resultaatverplichting voor burgerschap vallen. Studenten hoeven in de toekomst letterlijk niets meer te presteren op het terrein van burgerschap, als ze maar laten zien dat ze zich hebben ingespannen. Wie de lat zo laag legt, moet niet verbaasd staan te kijken als studenten na hun mbo-opleiding denken dat Nederland juryrechtspraak heeft en dat alle politici zakkenvullers zijn.
Op havo en vwo dreigt hetzelfde te gebeuren. De minister stelt referentieniveaus voor Nederlands, Engels en wiskunde in, maar laat na voor maatschappijleer hetzelfde te doen. Sterker: ze overweegt het schoolexamen voor maatschappijleer helemaal af te schaffen.
Dat is schrijnend omdat het er toch al niet goed voor staat met de burgerschapsvorming in het Nederlandse onderwijs. Uit internationaal onderzoek blijkt dat Nederland op dat gebied bijzonder slecht scoort. Alle reden dus om dit in de bovenbouw en het mbo stevig bij te spijkeren. Dat het huidige kabinet dit nalaat, komt deels door de vereconomiseerde visie op onderwijs, maar ook door een beperkte visie op burgerschap. De minister wil dat leerlingen breed geaccepteerde sociale omgangsvormen kennen en toepassen, maar er is een groot gebrek aan aandacht voor het toekomstig politiek burgerschap van onze leerlingen.
Na de rellen in Groot-Brittannië schreef een Britse collega op de website van The Guardian dat veel Britten worstelen om de politiek te begrijpen, terwijl een nog groter deel niet weet hoe ze hun stem moeten laten horen. Een situatie die ook in Nederland dreigt te ontstaan. Een volwaardig burger kan rekenen, lezen, schrijven én heeft inzicht in het functioneren van rechtsstaat en democratie.