*

 

De veehouderij moet duurzamer. En snel ook

Hans Berkhuizen, directeur Milieudefensie − 18/08/11, 20:58
Varkens moeten weer de ruimte krijgen. Dat is beter voor iedereen. ©ANP

opinie Varkenshouders zijn verslaafd aan schaalvergroting. Nog meer biggen, nog goedkoper voer. Het systeem draait dol.

Biggetjes gaan straks niet meer naar de slachterij, maar naar de afvalhoop. Het stond in deze krant, op 11 augustus, in een artikel over de grote problemen in de varkenshouderij. Vooral de afzet van biggen loopt slecht. Onder veehouders wordt gemompeld dat het moment dichtbij is waarop biggen voor destructie weggaan.

Het is de schrijnende realiteit: varkens leveren weinig meer op. Er zijn te veel bedrijven en te veel varkens, terwijl de exportmogelijkheden afnemen.

Tachtig procent van het varkensvlees wordt verkocht aan het buitenland. Nederland produceert grote volumes tegen steeds lagere kostprijzen. Dit leidt ertoe dat er voortdurend op alles bezuinigd wordt. Goedkoop veevoer komt uit Zuid-Amerika. Dieren worden in zo groot mogelijke aantallen bij elkaar gehouden. Er is preventieve antibiotica nodig om de varkens in leven te houden, wat leidt tot resistentie van bacterieën, met grote gevaren voor de volksgezondheid.

De reactie van de voorzitter van de Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV) Wyno Zwanenburg op de afnemende export was voorspelbaar: "Eigenlijk is alleen schaalvergroting een oplossing". Het is precies deze stellingname die de sector in de problemen bracht, en die de sector uiteindelijk de das zal om doen.

Aansturen op steeds lagere productiekosten is een doodlopende weg. Opkomende productielanden als Brazilië zullen die slag uiteindelijk winnen. En wat moet er dan overblijven van die enorme stallen vol varkens in Nederland? Schaalvergroting is niet de oplossing, het zal de problemen alleen maar erger maken.

Gelukkig zijn er wel degelijk mogelijkheden om het anders te doen. Met kleinere bedrijven met minder dieren kan er milieuvriendelijker geproduceerd worden, op een hoger niveau van dierenwelzijn. Wanneer dieren de ruimte krijgen om hun natuurlijke gedrag te vertonen, zijn er minder kunstgrepen nodig om hen in leven te houden.

In dit scenario produceren boeren op een kwalitatief hoger niveau. Dit levert direct concrete winst op voor zowel de volksgezondheid als het milieu en de sector zelf.

Produceren met minder dieren brengt nog een belangrijk voordeel met zich mee. Het creëert de mogelijkheid om de 'nutriëntenkringloop' te sluiten.

Op dit moment wordt de Nederlandse veehouderij gevoed met goedkoop veevoer op basis van soja uit Zuid-Amerika. Daar wordt schaarse landbouwgrond in beslag genomen door de grootschalige sojateelt.

Het systeem dat aan de ene kant zo veel vlees produceert dat het blijkbaar weggegooid moet worden, verdrukt aan de andere kant de voedselproductie van Zuid-Amerikaanse landen.

In Nederland zelf zijn er zoveel varkens dat er meer mest geproduceerd wordt dan de bodem aan kan. De draagkracht van de bodem vraagt dat het aantal dieren in de veehouderij teruggebracht wordt. Op deze bodem kunnen vervolgens gewassen verbouwd worden waarmee dieren gevoerd kunnen worden.

Het gevolg is dat er minder vleesproductie is voor de export. Maar het is de vraag of dat erg is. Als er niets verandert, raakt de sector vanzelf gemarginaliseerd. En wat hebben we liever: een duurzame veehouderij, of géén veehouderij?

Het is een reflex van de varkenshouders om bij tegenvallende vraag te kiezen voor schaalvergroting en nóg lagere productiekosten. Die reflex gaat ten koste van mens dier en milieu, leidt tot een race naar de bodem. Ook voor de veehouderij zelf. Hoe eerder belangenbehartigers als de vakbond van varkenshouders dat inzien, hoe beter.
mailIcon print | |

Plaats een reactie!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />