Ab Bergsma, psycholoog, promoveert deze week aan de Erasmus Universiteit op onderzoek naar geluk −
11/05/11, 09:00
© anp
opinie
Honderd jaar sociale inspanning ten spijt is de sociale deken altijd te klein en zijn er altijd mensen die het koud hebben.
Het achttiende-eeuwse ideaal van het 'grootste geluk voor het grootste aantal' heeft sinds het begin van deze eeuw eindelijk de wind mee gekregen. Het is hoopvol dat geluksbevordering zich de laatste jaren heeft ontwikkeld tot een speerpunt van het Britse overheidsbeleid.
Daarnaast is het aantal zelfhulpboeken over geluk bijna even snel gestegen als het aantal wetenschappelijke publicaties erover. Er bestaat zelfs een wetenschappelijk vakblad met de naam Journal of Happiness Studies. En Jan Walburg, voorzitter van de raad van bestuur van het Trimbos-instituut dat altijd de geestelijke gezondheid in Nederland in kaart heeft gebracht, vraagt niet om meer behandelingen voor stoornissen, maar om 'investeringen in geluk'.
Het idee achter de omslag snijdt hout. Zelfs in een rijke samenleving als de onze, waar we in de loop van de laatste honderd jaar erin geslaagd zijn zeven keer zeven sloten te dempen, blijkt een klein deel van de mensen toch steevast weer een nat pak op te lopen. Of anders gezegd, de sociale deken is altijd te klein en er zijn altijd mensen die het koud hebben.
Psychologen die werken aan geluksbevordering pleiten daarom steeds vaker voor een andere oplossing. We moeten niet alleen op zoek gaan naar wat mensen remt en proberen hun zwakheden te verhelpen, maar in plaats daarvan aansluiting zoeken bij de sterke kanten van mensen en die beter benutten. Wie een doel heeft, loopt de sloten op eigen kracht mis.
Deze geluksideologie lijkt echter te knellen. Recent onderzoek leert dat er meer zelfmoord voorkomt in landen met een hoog gemiddeld geluk, zoals Denemarken en Zweden. Dat valt niet alleen te verklaren uit het feit dat ongelukkige mensen die omringd worden door blije mensen eerder naar desperate oplossingen grijpen. Mogelijk maakt het streven naar geluk mensen te negatief over negativiteit. Verdriet, angst en boosheid worden opgevat als de vreemde eenden in een bestaan dat eigenlijk rimpelloos zou moeten zijn.
Wie beseft dat het leven moeilijk is, heeft een eerste stap gezet om tegenslag hanteerbaar te maken. Bovendien hebben negatieve emoties vaak een boodschap. Ze geven aan dat je leven mogelijk uit koers is geraakt en dat je dingen anders zou moeten aanpakken. Volmaakt gelukkige mensen missen deze correctie en doen het bijvoorbeeld wat betreft inkomen, opleiding, politieke participatie en zelfs levensverwachting slechter dan mensen die zeggen dat ze zich gewoon gelukkig voelen.
De auteurs van geluksboeken voelen vaak de noodzaak zichzelf te rechtvaardigen waarom ze zich niet bezighouden met 'echte problemen' als depressies, angsten of verslaving. Ze halen daarbij dan de theorie van de Amerikaanse psycholoog Barbara Fredrickson van stal, die beweert dat je in een positieve stemming meer geneigd bent je vaardigheden en sociale netwerken uit te bouwen. De moraal van deze theorie is dat geluk vaak aan de basis ligt van toekomstig succes en nieuw geluk.
Het risico zit in de impliciete boodschap voor mensen die ongelukkig zijn. Ze lezen of horen dat geluk voor ieder bereikbaar is. Het enige wat je hoeft te doen als je ongelukkig bent, is gelukkig worden. De absurditeit van deze redenering is duidelijk.
We zouden voor mensen die zichzelf niet kunnen redden, niet moeten volstaan met de boodschap dat ze zelf de smid zijn van hun geluk. We kunnen ieders problemen niet oplossen, maar vaker een zetje geven in positieve richting kan geen kwaad.
Bergsma's proefschrift 'Imperfectly Happy' is te downloaden op de site: grootstegeluk.nl.