*

 

Geef de milieuclubs maar weer de schuld

Jaap Olthoff, ingenieur, consultant windenergie − 03/05/11, 09:22
Foto: anp

opinie Het is toch echt de wispelturigheid van de overheid, en niets anders, waardoor windenergie het moeilijk heeft.

Windmolens zitten in de verdomhoek. Zowel de provincie Noord-Holland, als Friesland en Zeeland hebben de onderhandelingen over een nieuw college aangegrepen om de plaatsing van nieuwe windmolens op land aanzienlijk te beperken. 'Met dank aan de milieuclubs', aldus deze krant. In een analyse concludeerde Maaike van Houten (21 april) dat de politieke ommezwaai is veroorzaakt door de houding van de milieuorganisaties. Die zouden in het verleden een wildgroei van windturbines in de hand hebben gewerkt. En vervolgens nu zelf de verrommeling van het landschap een gruwel vinden. De provinciebesturen grepen dit meteen aan om turbines uit het landschap te schrappen.

De conclusie dat het provinciale beleid wordt bepaald door de milieuorganisaties is echter veel te gemakkelijk, en feitelijk onjuist.

Op Europees niveau is onderkend dat er een einde moet komen aan de verspilling van fossiele brandstoffen. Er zijn daarom drie Europese energiedoelstellingen geformuleerd, waaronder ook: stimuleren van duurzame energiebronnen. Elk land, ook Nederland, heeft een eigen taak opgelegd gekregen. Landen die de doelstelling niet halen zullen hun aandeel duurzame energie duur moeten inkopen of een boete betalen.

Windenergie is in Nederland de meest kosteneffectieve manier om grootschalig duurzame energie in te zetten. Maar de overheid bouwt zelf geen windparken. Dat laat zij over aan de vrije markt. Om de markt zo ver te krijgen, zijn er financiële instrumenten ontwikkeld om investeringen in windenergie rendabel te maken.

Ook milieuorganisaties bouwen geen windparken. Zij kunnen wel politici en burgers beïnvloeden. Ze nemen als belanghebbende vaak ook een belangrijke positie in bij de inspraak rond een bouwvergunning van een windpark.

Het zijn de ondernemers die de parken bouwen. De eersten die windmolens bouwden waren vaak vernieuwende en excentrieke boeren die minder afhankelijk wilden zijn van hun traditionele bedrijfsvoering. Ze bouwden relatief kleine turbines. De manier waarop die geplaatst werden. vinden we nu niet langer ruimtelijk verantwoord. Dat kwam door de kleinere schaal waarop destijds gewerkt werd.

Inmiddels bouwen ook elektriciteitsbedrijven en projectontwikkelaars windparken. Net als de boeren zijn ze afhankelijk van een gezond financieel rendement. Er kan alleen gebouwd worden als de overheid zorgt voor langjarige zekerheid van de financiële ondersteuning. Dit is cruciaal. Duurzame energiebronnen kunnen qua kostprijs nu nog niet concurreren. De overheid heeft de sleutel in handen voor het succes van windenergie.

De provincies zijn echter wispelturig. Dat ze de de verrommeling van het landschap willen tegengaan, is toe te juichen. Maar dat een provincie die nog begin dit jaar zones heeft aangewezen voor windenergie, nu roept dat er geen molen meer bijkomt, is tegenstrijdig. Deze provincie zegt in te zetten op windparken op zee. Dat klinkt als een holle frase want daar gaat de provincie helemaal niet over. Deze provinciale ommezwaai is geen verrassing met een premier die zich in diverse verkiezingstoespraken verklaard tegenstander toonde van windenergie. Alsof windenergie geen investering is in de toekomst van Nederland.

Een windturbine is een bron van schone energie. Diverse onderzoeken wijzen uit dat omwonenden na de bouw van het windpark dit ook zo zien. De nadelen blijken in de praktijk erg mee te vallen. Een overheid die dat niet actief ondersteunt en uitdraagt, krijgt de weerstand die ze zelf oproept.

mailIcon print | |

Plaats een reactie!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />