28/04/11, 07:22
© reuters
commentaar
Onder George W. Bush gold Syrië als een 'schurkenstaat' en was contact met president Basjar al-Assad uit den boze. Die ferme houding leverde echter geen enkel resultaat op. Het was daarom niet verwonderlijk dat Bush' opvolger Obama direct bij zijn aantreden koos voor een koerswijziging en zich aansloot bij de Europese aanpak: er werd een Amerikaanse ambassadeur naar Damascus gestuurd en de hoop was dat een dialoog zou leiden tot verandering in Syrië. Die coöperatieve houding leverde echter geen enkel resultaat op.
Deze gang van zaken tekent het dilemma voor de internationale gemeenschap: hoe valt Syrië te beïnvloeden? En als daar geen mogelijkheden toe zijn, is militair ingrijpen dan de aangewezen weg nu het regime van Assad tanks inzet tegen zijn eigen burgers?
Vooropgesteld: het cynisme van Assad en zijn kompanen is onverdraaglijk. Toen hij aankondigde dat de noodtoestand na 48 jaar zou worden opgeheven, voegde hij eraan toe dat demonstraties uiteraard zouden worden neergeslagen, aangezien er geen enkele reden meer was om te demonstreren. Inmiddels is Syrië meer dan vierhonderd doden verder.
Binnen de VN-Veiligheidsraad en de Europese Unie wordt driftig gezocht naar een passende reactie. De VS hanteren, ondanks de opening van Obama, nog steeds een streng sanctiesysteem tegenover Syrië, de EU zal dat pad nu waarschijnlijk gaan volgen. Aan een scherpe veroordeling door de VN-Veiligheidsraad wordt ook gewerkt.
Als morele steun voor de Syrische demonstranten is dat zeker niet onbelangrijk, maar het bewind van Assad zal er niet door op de knieën worden gedwongen. Alleen militair optreden zou dat teweeg kunnen brengen, maar die optie is zo onaantrekkelijk dat er nog nauwelijks over gesproken wordt.
Terecht zei de Amerikaanse minister van defensie Robert Gates dat 'ons antwoord in elk land op maat wordt gemaakt' - Syrië is geen Libië. Militaire actie zou binnen de Veiligheidsraad stuiten op een veto van China en Rusland, het zou - in dit buurland van Irak - de aanzet tot een burgeroorlog kunnen zijn en het zou vergaande gevolgen hebben voor de regio, waar Iran, Libanon, Turkije en Israël met argusogen toekijken naar wat in Syrië gebeurt.
Het volledig isoleren van het regime, ook door de Arabische bondgenoten, is het krachtigste instrument dat de internationale gemeenschap tegen Assad kan inzetten. Het gevecht voor de vrijheid wordt intussen gevoerd door de Syriërs zelf.