Haal de naambordjes weg in het verzuilde onderwijs, dan kan elk kind naar elke school, ongeacht zijn achtergrond.
Het is onbestaanbaar dat vandaag de dag, terwijl integratie in onze samenleving zo’n belangrijk thema is, scholen grondwettelijk mogen segregeren. Kinderen van vier jaar oud worden op basis van de vermeende overtuiging van hun ouders verdeeld over openbare, katholieke, protestants-christelijke, reformatorische, islamitische, joodse of andere scholen. Op voorhand belemmert ons verzuilde én achterhaalde onderwijsbestel zo de integratie van onze kinderen.
Alle basisscholen in Nederland hebben de opdracht, vastgelegd in een kerndoel, een bijdrage te leveren aan integratie en burgerschap. Dat doe je vooral door kinderen met verschillende achtergronden en overtuigingen (voor zover van een overtuiging bij een kind al sprake is) van jongs af aan samen naar school te laten gaan. Niet voor niets was de slogan van de Vereniging Openbaar Onderwijs jarenlang ’niet a-p-a-r-t, maar samen’.
Maar terwijl openbare scholen zich al sinds jaar en dag openstellen voor elk kind en iedere leerkracht, hebben scholen op een religieuze grondslag (met artikel 23 van de Grondwet aan hun zijde) nog steeds het recht om leerlingen of leerkrachten te weigeren, wanneer hun overtuiging onverenigbaar zou zijn met de grondslag van de school. Zo weigeren confessionele scholen niet zelden allochtone leerlingen, zogenaamd vanwege die grondslag. De eigenlijke reden is veelal te ordinair om te noemen; scholen zitten bijvoorbeeld niet te wachten op leerlingen met een taalachterstand. Dan is zo’n grondslag een welkom argument.
Onlangs liet directeur Wim Kuiper van de Besturenraad in Trouw weten zich grote zorgen te maken over de vrijheid van onderwijs. Artikel 23 is volgens hem in gevaar. Dat ben ik met hem eens. Het verzuilde onderwijsbestel is namelijk volledig achterhaald. Liever vandaag dan morgen schroef ik de ’katholieke, protestants-christelijke, islamitische of openbare’ naambordjes van de schoolmuren. Dan kan elk kind gewoon naar ’school’, waar iedereen welkom is, hun sociale, culturele, levensbeschouwelijke achtergrond én seksuele geaardheid inbegrepen. Zoals dat op openbare scholen al jaren vanzelfsprekend is. Een bijkomend voordeel is dat scholen zich meer dan nu moeten onderscheiden op hun pedagogisch didactisch concept. Dat komt de kwaliteit ten goede.
Het verzuilde onderwijsbestel is niet meer van deze tijd. Het zijn namelijk allang niet meer de ouders die hun overtuiging aan een school willen opleggen, maar de instituties zelf, waaronder Kuipers eigen Besturenraad. Die is haar positie als werkgeversorganisatie kwijtgeraakt aan de pas opgerichte (niet verzuilde) PO-raad en VO-raad, de sectororganisaties voor het primair en voortgezet onderwijs, en richt zich nu min of meer noodgedwongen op haar ideologische grondslag.
Maar kennelijk is de samenleving buiten het gezichtsveld van Kuiper veranderd of is de Besturenraad niet van plan zich iets aan te trekken van die ontwikkeling. Uit de onderwijsmeter van het ministerie blijkt namelijk al jaren dat de levensbeschouwelijke overtuiging van ouders bij de schoolkeuze een volstrekt ondergeschikte rol speelt. De afstand naar de school, de sfeer en de kwaliteit van de school zijn voor vrijwel iedere ouder de belangrijkste selectiecriteria. Na kwaliteit komt een tijdje niets en dan pas doemt de denominatie (grondslag) van de school op. Hiermee is de maatschappelijke rechtvaardiging voor het verzuilde onderwijsbestel volledig verdwenen.
Kuiper maakt zich dus terecht zorgen over de houdbaarheid van artikel 23. Volgens hem is de vanzelfsprekendheid van het artikel weg. Daar ben ik blij mee. De Vereniging Openbaar Onderwijs is al sinds 1866 de belangenbehartiger van het openbaar onderwijs, maar sluit haar ogen niet voor de veranderde samenleving. Als het lukt om in 2017, honderd jaar na de onderwijspacificatie (toen het openbaar en bijzonder onderwijs financieel werden gelijkgesteld), het verzuilde onderwijsbestel af te schaffen, dan heffen wij onszelf ook op. Dan is er wat ons betreft ’school’ voor elk kind. Op die school is ruimte voor ieders overtuiging en is er actief aandacht voor de vele overeenkomsten en verschillen die onze samenleving en dus de school rijk is. Op 18 november discussiëren wij daarom op het symposium SCHOOL met mensen uit het openbaar en het bijzonder onderwijs over de toekomst van ons onderwijsbestel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.