*

 

Een groener platteland kan de krimp opvangen

Gerda Verburg, minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit − 17/06/09, 00:00

De leegloop van het platteland is treurig, maar we moeten er mee leren leven. Toch kan investeren in vergroening economische groei uitlokken.

De verhalen over de leegloop van het platteland raken mij. Het heeft iets treurigs. Complete regio’s vergrijzen. De gebieden die de mensen, vooral jongeren, achter zich laten, zijn erg groen van karakter. Zoals Sellingen in Oost-Groningen, Zeeuws-Vlaanderen. Deze gebieden lopen leeg, terwijl de bewoners juist aangeven trots te zijn op de ruimte, hun weidse landschap, en op hun stralende sterrenhemel.

Met deze bevolkingsdaling moeten we leren leven, maar ze heeft grote gevolgen voor de achterblijvers. Makkelijke oplossingen zijn niet voorhanden. De krimp van de bevolking vraagt een andere manier van denken van beleidsmakers en andere betrokkenen. Hoe kan de leefbaarheid worden behouden, wat te doen met vrijkomende huizen en bedrijventerreinen? En wat te denken van de sportvelden die overblijven na een fusie van lokale sportverenigingen, en die te duur zijn om te blijven onderhouden?

Er liggen hopelijk kansen voor verdere vergroening van deze gebieden, door met zorg te investeren in natuur en een sterke landbouw; in een landschap waar bewoners zich prettig bij voelen en trots op kunnen zijn. Dat is van groot belang voor het welzijn en de gezondheid van de Nederlandse bevolking. Een mooie, groene leefomgeving met een duidelijke identiteit lokt economische groei uit. Inkomsten uit landbouw, toerisme en recreatie, een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven. Het mes snijdt dus aan twee kanten.

Investeringen in het landschap kunnen in krimpregio’s niet worden betaald door groei en huizenbouw. Er zijn alternatieve financieringsbronnen en -instrumenten nodig. Ik verken in het kader van de Agenda Landschap hoe het anders kan, hoe renovatie en investeringen in groen met elkaar kunnen optrekken. Daarnaast adviseert de Sociaal Economische Raad hoe we in krimpregio¿s juist kansen kunnen creëren.

De overheid moet in natuur en landschap blijven investeren. Het Investeringsbudget Landelijk Gebied voorziet in 3,2 miljard euro, tot 2013. Ook Europa biedt ook voor krimpregio’s kansen. Dankzij het gemeenschappelijk landbouwbeleid komt er meer geld beschikbaar voor plattelandsontwikkeling en voor groen-blauwe diensten door boeren.

Het is van het allergrootste belang dat het maatschappelijke vraagstuk van krimp en bevolkingsdaling gezamenlijk (door rijk, provincie, gemeenten en maatschappelijke partijen) wordt opgepakt. We moeten over beleids- en bestuurlijke grenzen heen kijken, niet alleen naar de belemmeringen die optreden als gevolg van de krimp, maar vooral ook naar de mogelijke kansen.

Gebieden die nu al in een krimpsituatie zitten zijn bezig zijn met creatieve oplossingen. Een mooi voorbeeld stond zaterdag in Trouw. Vier agrariërs in Friesland die de krachten bundelen, innovatief boeren en mede door agrarisch natuurbeheer het platteland aantrekkelijk houden voor recreanten, gesteund door het ministerie van LNV.

Ik steun het voorstel van deze boeren voor een grondfonds om bij te dragen aan natuur en landschapsontwikkeling, en zal met staatssecretaris De Jager van financiën overleggen over de fiscale mogelijkheden van zo’n fonds.

Ook voor de landbouw zie ik kansen. De concurrentie op landbouwgrond neemt af. Dit is gunstig voor vestiging, uitbreiding of bedrijfsovername en aantrekkelijk voor jongeren die boer willen worden. Nederland heeft jonge boeren en boerinnen nodig om een sterke, toekomstgerichte en duurzame landbouw vorm te geven en tevens 70 procent van ons landschap te beheren.

Tenslotte dit: we moeten ons niet gek laten maken. Nuchtere analyses en scenario’s op basis van goede en realistische cijfers zijn nodig. En vooral aandacht voor die regio’s waar écht steun nodig is en daarin samenwerken. Het Sociaal en cultureel planbureau volgt de sociale staat van het platteland op de voet. En ik volg de ontwikkeling op het gehele platteland. Zo is tijdig te bekijken of er in een bepaald gebied extra rijksinzet nodig is.

Ook nieuwe economische activiteiten kunnen een bijdrage leveren. En last but not least komt de vraag of het geen tijd wordt om naast investeringen in Vogelaarwijken, ook gericht te gaan investeren in groene krimpgebieden. Want zonder vitaal platteland geen aantrekkelijk Nederland.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />