Ook in Apeldoorn bleek dat Twitter, de nieuwe revolutie op internet, burgers macht en invloed geeft.
’En weer was Twitter de eerste’, kopte de krant na de aanslag in Apeldoorn. Een getuige meldde in een zogeheten ’twitterbericht’ op internet nog eerder dan het ANP hoe de auto gas gaf „vol in de menigte, mensen in de lucht, het was een AANSLAG geen ongeluk HIJ GAF GAS, hij ging voor de bus van de koningin”.
Het bevestigt opnieuw hoe sterk het nieuwe communicatiefenomeen Twitter in opkomst is. In de Verenigde Staten is het aantal bezoekers van Twitter.com tussen januari 2009 en maart 2009 verdubbeld tot 8 miljoen. Die groei zal alleen maar verder doorzetten.
Na de enorme ontwikkeling van weblogs, is er dan nu Twitter. In een tiental seconden tik je op het werk, thuis of onderweg op internet in Twitter een tweet (een kort bericht) in. Niet alleen om te melden waar je mee bezig bent, maar ook om te lezen waar anderen mee bezig zijn. Familieleden, vrienden, klanten, politici, vakgenoten: velen volgen velen. Deze burgers hebben zelf Big Brother uitgenodigd en hem gevraagd zijn familieleden mee te nemen.
Beroemde gebruikers van het eerste uur zijn schrijver Ronald Giphart, CDA-minister Maxime Verhagen en wielrenner Lance Armstrong. Wat ze gemeen hebben, is de essentiële levensvraag ’Waar ben je mee bezig?’ Ze schamen zich niet om dit met het grote publiek te delen.
Het lijkt stupide om een paar keer per dag in maximaal 140 tekens te melden waar je mee bezig bent en om te lezen wat je vrienden doen. Sommigen twitteraars hebben slechts een handvol volgers. Maar er zijn er ook die tienduizenden bezoekers hebben, zoals techno-entrepeneur Guy Kawasaki. Deze top-twitteraars schrijven niet meer ’wat ze aan het doen zijn’, maar hebben echt wat te melden: nieuwe onderwerpen, scherpe meningen of nuttige tips over een bepaald vakgebied. Zo is er een twitter-gemeenschap aan het ontstaan waar mensen ook zelf vragen kunnen stellen, om binnen de kortste keren een paar nuttige en handige reacties te ontvangen.
Twitter is snel. Belangrijk nieuws komt al sneller via Twitter dan via Google Nieuws of via de –ouderwetse– radio en televisie.
De kracht van Twitter is dat het veel meer is dan een leuk tijdverdrijf. Twitter geeft mensen het gevoel ergens bij te horen, bij één of meer sociale groepen waarbinnen informatie wordt gedeeld. Internetdeskundige Francisco van Jole noemt Twitter ’het koffiehuis op internet’. Geen gekke metafoor. Hoewel de samenleving inmiddels verregaand is geïndividualiseerd, voorziet Twitter in de altijd aanwezige behoefte aan sociaal contact. Mensen delen hun berichtjes om iets te krijgen; het is socialisering vanuit een welbegrepen geïndividualiseerd belang.
Twitter is het logische vervolg op al de ontwikelingen die internet doormaakt. Een moderne website is niet alleen informatief maar vooral interactief: bezoekers kunnen hun mening, ideeën en zorgen kwijt en krijgen daarop snel feedback. Maar de snelheid van informatie-uitwisseling op een ’gewone’ website is laag. Weblogs zijn op dit punt al sneller. En Twitter doet daar nóg een schepje bovenop. Juist die hoge snelheid maakt het voor velen een aangename verslaving.
De snelle opkomst van Twitter bewijst hoe de macht van informatie en communicatie steeds meer bij de gebruikers zelf komt te liggen. Zij bepalen welke informatie ze willen heben, en van wie. Zij bepalen met wie ze informatie willen delen. Niet langer maken bedrijven volledig de dienst op internet uit, met hun overload aan informatie via websites en digitale nieuwsbrieven. Organisaties zullen heel hard hun best moeten doen om in de Twitter-lijst van twitteraars te komen.
Twitter staat nog maar aan het begin. Momenteel ontstaan er tientallen toepassingen. Sentimenten over bepaalde onderwerpen worden uit alle tweets gefilterd, een Engels dagblad verrijkt politieke tweets met relevante context, foto’s en geluid. Via ’Yammer’ kun je twitteren met collega’s. Bovendien verwachten we dat er allerlei creatieve toepassingen komen, zoals die van Ronald Giphart: niet zelf een boek schrijven, maar het laten doen met en door een twitter-gezelschap.
Natuurlijk heeft Twitter ook duistere kanten. Zo twitterde wielrenner Lance Armstrong onlangs sprinter Theo Bos ’kapot’ door in een tweet te hopen dat hij geschorst zou worden voor zijn aandeel in de val van collega-wielrenner Daryl Impey in de Ronde van Turkije. Armstrong liep daarmee doelbewust vooruit op een eventueel onderzoek door de wielerbond UCI.
Risico’s zijn er ook. Sterrenkundige Dap Hartmann merkte vorige week in zijn column in TU Delft-blad ’Delta’ op dat bewindslieden die via Twitter aangeven waar ze zijn zich wel erg bloot stellen aan kwaadwillende lieden.
Net als voor andere nieuwe media zal ook voor Twitter het (letterlijk) van levensbelang zijn dat er duidelijke en nuttige gebruikscodes komen die in balans zijn met de mores van het dagelijkse, fysieke leven. Desalniettemin zijn degenen die mopperen over de negatieve kanten van Twitter bezig met een achterhoedegevecht.
Bij de introductie van ieder nieuw (digitaal) medium kruipen de in hun berenvel getooide ’ja-maar’-sceptici uit hun holen. Ook nu weer. Twitter lijkt een niet meer weg te denken digitaal zintuig te worden dat haar eigen, huidige hype zal overstijgen. Het zal natuurlijk niet zo snel gaan als een student van ons die alweer een stap verder is. Schamper sprak hij dat ’Twitter voor oude mensen is’.
Het succes van nieuwe internettoepassingen als Twitter zal afhangen van het directe nut, maar ook van het plezier er van. De voortekenen zijn daarom meer dan gunstig.
Er zijn natuurlijk mensen die de voorkeur geven aan directe communicatie. Die het op de computer houden bij berichten sturen via MSN. Toch zullen ook zij snel genoeg merken hoe Twitter een prominente plaats zal veroveren tussen andere, bestaande media. Het wordt dus tijd voor overheidsbeleid. Dan kan Maxime Verhagen ook rustig doortwitteren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.