De baangarantie behoort voor werknemers tot het verleden. De toekomst is de zekerheid op werk.
Nederland komt maar langzaam op stoom met het treffen van adequate maatregelen in het licht van de crisis. Dat heeft deels te maken met het gegeven dat we moeten investeren en geld moeten laten rollen op de korte termijn en tegelijkertijd moeten saneren voor de langere termijn. Overheid en sociale partners hebben zichtbaar moeite met deze spagaat die vraagt om nieuwe prioriteiten en heldere keuzen.
Behalve over kostbaar tijdverlies maken wij ons zorgen over de vrijblijvendheid van de huidige en voorgenomen maatregelen op de arbeidsmarkt. Neem bijvoorbeeld de mobiliteitscentra, het paradepaardje van de aanpak van Donner, de minister van sociale zaken. Hoewel er nu een landelijk dekkend netwerk van centra is, hoeven werkgevers zich er weinig aan gelegen te laten liggen.
Werkgevers hebben in ons land weinig prikkels, anders dan moreel van aard, om werknemers van werk naar werk te helpen. Dat geldt ook voor het benutten van de mobiliteitscentra. Het is niet verplicht en het levert bedrijven naar eigen inschatting weinig op. Vandaar dat teveel werkgevers hun overtollige werknemers nu op traditionele wijze over de schutting van het UWV Werkbedrijf kieperen. Dat dreigt daardoor vooral een registratie-instantie te worden.
Ook de werknemer die met ontslag wordt bedreigd, kent maar een beperkt aantal prikkels en mogelijkheden om actief en tijdig de stap naar een andere functie of baan te maken – ook al leidt dat in het begin tot een wat lager komen en tot verlies van de bij de oude baas opgebouwde ontslagbescherming. Hij of zij beschikt bijvoorbeeld niet over een eigen persoonlijk budget of trekkingsrechten voor het volgen van scholing.
Verder kennen noch het arbeidscontract noch de WW-voorwaarden een scholingsverplichting. Ook de mobiliteitscentra en andere partijen die mensen van werk moeten zien te verzekeren worden niet direct gestimuleerd om een succes te maken van werk-naar-werk trajecten. Dit kan veranderen door gemeenten in de betreffende regio risicodragend te maken voor de bemiddeling – een idee dat vorig jaar is geopperd door de Commissie Bakker.
Momenteel wordt door het kabinet druk gestudeerd op nieuwe arbeidsmarktmaatregelen zoals de deeltijd-WW. In sommige situaties kan deeltijd-WW inderdaad uitkomst bieden. Het is echter cruciaal dat de deeltijd-WW actief wordt gebruikt om naar nieuw werk te zoeken. Werkgevers moeten gestimuleerd worden werknemers te helpen nieuw werk te vinden als hun baan op het spel staat.
Het moet niet zo zijn dat werkgevers de deeltijd-WW uitsluitend gaan gebruiken als een tijdelijke subsidieregeling, waarna de betreffende werknemers alsnog op de klassieke wijze op straat worden gezet. En het moet ook niet zo zijn dat werknemers in deze regeling slechts gelaten blijven afwachten tot de lucht weer opklaart. Zowel de werkgever, de werknemer als de uitkeringsinstantie moet een helder belang krijgen bij het voorkomen van (langdurige) werkloosheid.
Werkzekerheid komt niet vanzelf van de grond. Het crisispakket zal stuifzand blijken als de polder te veel vrijblijvendheid laat bestaan voor individuele werkgevers, werknemers en de arbeidsbemiddeling. Daarmee wordt de kans gemist om in het kader van de crisisaanpak alvast bouwstenen aan te dragen voor een meer dynamisch, zeker én toekomstbestendig stelsel van arbeidsverhoudingen.
De Nederlandse arbeidsmarkt heeft behoefte aan een new deal, een nieuw sociaal contract. Voor werknemers geldt dat werkzekerheid letterlijk de zekerheid van de toekomst is en dat baanzekerheid niet meer valt te garanderen. De economie zal zich de komende jaren immers ingrijpend herstructureren.
De samenleving zal door de krediet- en klimaatcrises en de vergrijzing moeten leren zuiniger met risico, krediet, energie en mensen om te gaan. Werknemers moeten meer eigen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen ontwikkeling, zodat hun vaardigheden blijven aansluiten bij de veranderende noden in de samenleving.
Werkgevers moeten accepteren dat de baan van de werknemer een schakel in zijn of haar loopbaan is en dat mensen letterlijk vooruit moeten kunnen. Zij hebben een ’ketenverantwoordelijkheid’ en moeten investeren in hun werknemers met het oog op de toekomst, ook als die toekomst buiten het bedrijf ligt. Dit nieuwe sociale contract mag allesbehalve vrijblijvend zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.