Wie ben ik en wat kan ik? Dat willen mbo-leerlingen graag leren op school. Ze zijn enthousiast over het ’competentiegerichte’ onderwijs. Maar kritiek hebben ze ook: „Ik heb al een half jaar geen docent gezien.’’
De 17-jarige Jimmy Stroomberg trekt nog net geen vies gezicht bij wat hij ’het oude leren’ noemt. Daaronder verstaat hij het klassikale onderwijsmodel: „Iedereen krijgt dezelfde uitleg, net als op de basisschool. Dat is niet echt dynamisch.’’ Veel enthousiaster is hij over het competentiegerichte leren, waarmee zijn school – het Grafisch Lyceum in Rotterdam – voorzichtig experimenteert. Jimmy leert er nu niet alleen websites bouwen, maar ook ’competenties’ als samenwerken, presenteren en zelfstandig werken.
Van de circa 500.000 mbo-leerlingen in Nederland volgt 20 procent een of andere vorm van competentiegericht onderwijs. Zij zijn de pioniers (of ’proefkonijnen’, zoals ze zichzelf wel noemen) van een onderwijsvernieuwing die waarschijnlijk in 2009 op alle mbo-scholen is ingevoerd. Dit in nauw overleg met het bedrijfsleven, dat vraagt om een nieuw type werknemer: communicatief, flexibel en zelfstandig.
Maar hoe bevalt het de proefkonijnen? Het antwoord op die vraag staat in ’Balansschool. Generatie Einstein over herontwerp mbo’, een rapport dat gisteren in Maarssen werd gepresenteerd. De belangrijkste conclusie: mbo-leerlingen willen niet meer fulltime terug naar het ouderwetse klaslokaal, ze willen graag zelfstandig leren werken. Ze zijn tevreden over het idee van competentiegericht onderwijs, maar hebben kritiek op de uitvoering.
Eén van die critici is Jorrit Pabst (17), die net gestopt is met zijn opleiding werktuigbouw aan het Nova College in Beverwijk. Hij beklaagt zich vooral over het gebrek aan begeleiding: „Docenten zeiden: Daar is de computer, succes.” Het is een vaak gehoorde klacht, zegt onderzoekster Inez Groen, auteur van het rapport: „Gebrek aan structuur, docenten die zelf niet over de juiste competenties beschikken* Het idee is hartstikke goed, maar de uitvoering krijgt een onvoldoende.”
Zelfstandigheid en vrijheid zijn prima, vinden de mbo’ers, maar te veel vrijheid leidt tot chaos en negatieve leerresultaten. Zij beschrijven hun ideale school als een ’balansschool’, waarin kennis en vaardigheden, theorie en praktijk en begeleiding en vrijheid in evenwicht zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.