Het gaat goed met de vrouwenbladen. De ene na de andere nieuwe titel verschijnt, en met succes.
Zo betrad Jan het afgelopen jaar met bijna 70.000 exemplaren de tijdschriftenmarkt. Het spirituele Happinez groeide ondertussen met 50.000 naar een oplage van bijna 140.000, bleek begin januari uit cijfers van Het Oplage Instituut. Geen slechte score in een overspannen bladenmarkt, waar veel tijschriften net zo snel verdwijnen als ze voor het eerst verschijnen. Maar het blijft natuurlijk de vraag hoe lang de nieuwelingen overleven.
Er is er in ieder geval één die het al meer dan zeventig jaar volhoudt, met een wekelijkse oplage van 511.000 exemplaren. Geen hippe glanzende glossy vol tips en trucs voor moderne carrièrevrouwen, maar hét blad voor de gewone vrouw die van gezelligheid houdt: Libelle.
„Libelle laveert altijd knap op de tijdgeest mee”, verklaart hoofdredacteur Franska Stuy het succes. „Al die snelle glossy’s zitten veel meer in een keurslijf van wat wel en wat niet bij de doelgroep past. Libelle is juist heel breed.” Een tijdschrift voor ’normale vrouwen’, zoals Stuy de lezers omschrijft, „met normale normen en waarden.” Maar een typische Libelle-lezeres bestaat niet, stelt ze. De Libelle-redactie schrijft niet voor een door marketing bedachte fictieve dame, zoals andere bladen die wel hebben. „Dat vinden we te kunstmatig. We hebben het in het verleden wel geprobeerd, zo ’n bedachte typische lezeres, zodat nieuwe redacteuren wisten voor wie ze zouden schrijven. Maar Libelle-redacteuren moeten vooral dicht bij zichzelf blijven, artikelen maken die ze zelf interessant vinden.”
Volgens Stuy is Libelle voor álle vrouwen: zowel de huisvrouw uit de provincie als de Amsterdamse carrièrevrouw die alles wil. „Maar we zijn niet Amsterdams. Libelle gaat niet over eten in het nieuwste hippe restaurant. We hebben het juist over de belangrijke dingen in het leven: hoe het met je relatie gaat, of je gezond bent, hoe het met je familie gaat. Dat past allemaal heel erg bij Libelle. En bij de Nederlandse vrouw.”
Dit jaar beleeft het blad zijn zeventigste jaargang. Libelle verscheen voor het eerst in april 1934, uitgegeven door de katholieke uitgeverij Spaarnestad in Haarlem – tegenwoordig geeft Sanoma het uit. Het was een ’neutraal vrouwentijdschrift’ – staat in het boek ’Magazine!’ van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag – en meteen een succes. Maar tijdens de Tweede Wereldoorlog ging Libelle steeds meer over armoede en zuinigheid, en werd het blad almaar dunner. In 1944 verdween het uit de schappen, meldt ’Magazine!’. Die afwezigheid duurde twee jaar, in 1946 volgde een herintrede. De redactie meldde in het blad weer als vanouds een ’genoeglijk vertellenden huisvriend’ te willen zijn, ’zoomede als mentor en vraagbaak, onmisbaar voor de Nederlandsche huisvrouw’.
En zo is het nog steeds. Door de jaren heen is Libelle inhoudelijk weinig veranderd: van mode tot relaties en het gezin. „Een vrouwenblad voor de grote massa”, omschrijft Peter Middeldorp zijn Libelle. Hij was er tussen 1973 en 1979 hoofdredacteur. Middeldorp trad aan in een tijd dat de vrouwenbladen het moeilijk hadden, vertelt hij. „Dergelijke tijdschriften waren eigenlijk al opgegeven. We dachten dat ’t gedaan was met de vrouwenbladen.” De start van roddeltijdschrift Story in 1974 veranderde dat. „Dat werd massaal omarmd, tegen iedere verwachting in. Omdat het een vrolijk tijdschrift was. Toen wisten wij: Libelle moet een blij blad worden.”
Dat werd het. Met de huiselijke ’Jan, Jans en de Kinderen’-strip en gezellige weekendtrips naar Ameland (zie box). Sommige onderwerpen liet Libelle links liggen, omdat de lezeressen er simpelweg niet op zaten te wachten. „Een tijdschrift maken is iets anders dan een krant. Bladenmakers hoeven niet zo nodig op de actualiteit in te spelen, sommige dingen konden we beter niet doen. Als je een massablad wilt maken, is de keuze van onderwerpen heel belangrijk. En dus ook voor welke onderwerpen je juist níet kiest.” Een les die Libelle leerde door eerst in de fout te gaan. Zo viel een Dolle Mina-bijlage begin jaren zeventig niet goed, de Libelle-lezeres had weinig zin in gezeur over emancipatie. „We moesten vooral niet voorop lopen”, zegt Middeldorp. „Dat wilden onze lezeressen niet. Libelle was een arm om je heen, met tips over het huishouden en de kinderen. Dát was de wezenlijke functie die het blad had.”
Tegenwoordig zijn er geen onderwerpen die Libelle schuwt. Alles en iedereen komt aan bod: van persoonlijk tot politiek. Hoofdredacteur Stuy: „Hete hangijzers zijn er niet meer. Vroeger wilde Libelle nog wel choqueren, met Dolle Mina bijvoorbeeld. Maar die behoefte is er nu veel minder. In de jaren zestig was het bon ton om te choqueren. Maar choqueren om te choqueren past niet in de huidige tijdgeest. Dat maakt ons niet braver, het maakt dat we aansluiten bij deze tijd. Dat is de kracht van Libelle.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.