*

 

Kerstverhaal / Het smalle bospad

Joost van Velzen − 19/12/05, 13:26

Waar het precies is gebeurd doet er niet toe. Het was een land als vele andere en een stad als vele andere, bedolven onder zowel een dik pak sneeuw als een dikke laag kerstversieringen en –lichtjes. En het meest van allemaal fonkelde en schitterde het huis van John, elk jaar weer meer, totdat het rond kerst bijna onzichtbaar werd onder de schittering en pas weer tevoorschijn kwam met nieuwjaar, wanneer de lichtjes weer werden gedoofd.

Daar in dat huis zat John onderuitgezakt voor de tv, waarop nu een kerstfilm draaide, waarin een bolle kerstman dure cadeaus uitdeelde en een boodschap verkondigde over liefde en vrede op aarde. John zapte verder en belandde bij een reclame van de Kerstloterij. Door een lot te kopen kon hij de arme kindertjes in Afrika steunen – en zelf kansmaken op de giga-jackpot van twintig miljoen. Een zender verder was een gezellig familiediner te zien. Dat zat er voor John niet in dit jaar – zijn ouders konden écht niet dit jaar en zijn vriendin had het plotseling erg druk. John vermoedde dat ze het vooral druk had met die knappe vrijgezel die een paar straten verderop woonde.

John voelde zich dit jaar erg duister in zijn zee van licht. Zijn enige lichtpuntje was dat hij dit jaar verkleed als kerstman door de stad zou gaan om cadeautjes uit te delen aan de kinderen. Morgenochtend, op 24 december, zou hij bij een vriend die een andere stad woonde het pak ophalen. En ’s middags zou hij door de straten gaan. John zapte weer terug naar de film en na hem uitgekeken te hebben ging hij naar bed.

Toen hij de volgende ochtend wakker werd wist John dat er iets niet in de haak was, maar pas toen hij op zijn wekker keek had hij het door. Het was elf uur – de tijd waarop hij bij zijn vriend had willen zijn. Hij was vergeten de wekker te zetten! Vlug stond hij op, kleedde zich aan, werkte zijn speciale kerstcornflakes naar binnen en stapte in zijn auto. Als hij hard doorreed kon hij misschien tegen het eind van de middag nog voor kerstman spelen.

Halverwege de middag reed John met kerstmanpak en een nog slechter humeur naar huis. Hij zou het nooit meer op tijd halen. Tenzij‿

Wat hem altijd opviel aan de route naar zijn vriend was dat de weg om een bos heenliep. Er liep wel een weg door het bos, maar die werd altijd afgeraden omdat hij te gevaarlijk zou zijn. Op het oog zag de weg er eigenlijk niet zo gevaarlijk uit. Maar wel korter natuurlijk... John besloot de weg te nemen.

Het eerste stuk van de weg verliep zonder problemen: het was daar een kaarsrechte verharde weg. Maar dieper in het bos begon het meer op een zandpad te lijken. Er waren hobbels in de weg, heuvels en dalen, rare bochten, onverharde zanderige stukken weg en zeer smalle stukken waar de onopgetuigde dennentakken tegen de auto schraapten. John had het rare gevoel dat deze weg helemaal niet korter was, een gevoel dat werd bevestigd toen de zon onderging en het einde nog steeds niet in zicht was. Om acht uur ’s avonds reed hij nog steeds door het bos en om elf uur ’s nachts ook, en met elk uur werd hij wanhopiger. Vermoeidheid en honger begonnen aan John te knagen. Nog even en hij zou de auto aan de kant van de weg moeten zetten en in de auto overnachten. Terwijl hij rondkeek naar een goede plek doemde er ineens iets voor de auto op. Geschrokken stuurde John opzij waardoor hij tegen een dennenboom botste. Hij klapte voorover tegen zijn stuur en verloor het bewustzijn. De koplampen van de auto vielen uit. Auto en bestuurder werden opgeslokt in de duistere, stille nacht.

Kerstochtend. In het licht van de bijna opkomende zon kleurde de hemel grijs. Voor het eerst sinds de botsing van vorige nacht kwam er beweging in de auto: een koude, verkleumde John kwam weer bij bewustzijn. Aanvankelijk was het duister in zijn hoofd en kon John zich niet herinneren waar hij was, wat hij daar deed en zelfs even niet wie hij was. Toen kwam alles weer terug en daarmee kwam ook een barstende hoofdpijn opzetten. Na een aantal minuten versuft in de auto te hebben gezeten probeerde John zich te bewegen. Hij was helemaal verstijfd, maar had gelukkig niets gebroken. Na nog een paar minuten zo te hebben gezeten reikte John naar zijn mobieltje, maar die had de botsing niet overleefd. Rillend van de kou greep John zijn kerstmanjas, trok hem aan en wrikte de deur open. Hij zou te voet verder moeten gaan.

In het ochtendlicht zag John een afslag die hem vorige nacht niet was opgevallen. Het was een smal pad. Even twijfelde john over de richting die hij op moest gaan. Toen liep hij het smalle pad op. De hoofdweg had hem immers nergens naartoe geleid.

Na een uur lopen kwam John tot zijn verbazing bij een dorp. Hij kon zich niet herinneren op de kaart een dorp te hebben gezien. Het dorp leek wel uit een andere wereld te komen. Het zag er rustig en vredig uit, en ineens realiseerde John zich dat er geen kerstverlichting hing. Er waren geen mensen op straat, en de enige geluiden die hij hoorde kwamen uit het kerkje op het dorpsplein. John was nog nooit in een kerk geweest, maar in deze wereld leek het zijn enige redding te zijn. In de kerk zou vast wel iemand zijn die hem kon helpen.

Toen hij de kerk binnenging begon de dominee aan zijn preek. John kreeg hier de kerstboodschap te horen zoals hij hem nog nooit eerder gehoord had. Vrede op aarde, niet zoals de dikke kerstman die bracht, maar van het kind in een kribbe. Hij hoorde over het licht der wereld, en realiseerde zich dat het in deze tijd vervangen was door wereldse kerstlichtjes. De boom des levens, waar nu een dennenboom met kerstballen stond.

Na de dienst praatte John met de dorpelingen. Een van hen, een vriendelijke oude man, bracht hem met zijn auto naar huis. John bleef daar een tijdje, maar merkte dat hij zich er niet meer thuis voelde. Na nieuwjaar is John spoorloos uit de stad verdwenen. Zelfs zijn familie weet niet waar hij gebleven is. De wildste verhalen doen erover de ronde: hij zou vertrokken zijn naar het buitenland, of zelfmoord hebben gepleegd.

Maar zij die het smalle bospad hebben bewandeld weten beter.

mailIcon print |