*

 

Kerstverhaal / Eten..

Joost van Velzen − 19/12/05, 13:22

Tranen van het stervende kind vermengen zich met stof van de woestijn.

Vliegen cirkelen rond haar, als wespen om een pot honing. Wanneer sterft het

kind? Vandaag? Morgen? Haar moeder merkt niet dat het zand onder haar

dochter donker kleurt door een onophoudende stroom diaree. Ze valt

voortdurend om, zoals honderden mensen omvallen, als zombies in een goedkope

horrorfilm. Een baby zuigt aan een borst, een leeg theezakje.

Ik pak mijn camera. Sinds ik hier aankwam, ben ik het besef van tijd

verloren. Het is negentienvijfentachtig. Ik had geen idee welke maand, tot

er een kerstkaart bij de post zat. Ik loop naar de aarden wal waar het

voedsel wordt uitgegeven: tienduizenden stervenden aan de ene kant,

hulpverleners die voedsel verdelen aan de andere kant. Eén van hen zit op

een doos, met haar rug naar de wal gekeerd.

'Mag ik wat vragen,' zeg ik als ik bij haar ben.

Ze staart naar het zand.

'Weet je,' zegt ze, 'nog even en ik kan niet meer. Ik moet driehonderd

blikjes boter verdelen. Wie leeft? Wie sterft? Het ligt in mijn hand. Ze

leven hoogstens een dag langer op een blikje boter.'

'Hoe selecteer je die mensen?'

'Degenen die er het slechtst aan toe zijn krijgen wat. Ik kan niet kiezen,

ik kijk niet in die wanhopige gezichten.'

Zwarte ogen staren ons aan. Vanmorgen las ik dat de EEG 60 miljoen dollar

uitgeeft om voedselvoorraden te vernietigen die tweehonderd kilometer

verderop liggen te verrotten. Europa stuurt scheepsladingen hulpgoederen

terwijl er geen kranen zijn om te lossen. Een schoon geweten geeft een goed

gevoel, vlak voor de Kerst.

'Hoe verdeel je het dan?'

'Als ik voldoende moed heb verzameld, dan sta ik op en wijs blindelings

iemand aan.'

'Blindelings?'

'Ja. Ik wijs met rechts en geef de boter met links. Er is altijd een hand

die het pakt. Ik help ze vervolgens over de wal.'

'Waarom?'

'Aan de andere kant wordt het voedsel gestolen.'

'Geef je veel?'

'Dit is alles. Vandaag boter, morgen graan. Graan zonder water is

gevaarlijk. Het schuurt de darmen kapot. Men eet het, bij gebrek aan beter.'

De diarree van het kind: ingewanden vermengd met niet verteerd graan De

ironie van het noodlot. Ze staat op.

'Wens me succes.'

'Succes.'

Met mijn camera volg ik haar. Af en toe helpt ze iemand over de wal die met

de rug naar de anderen toe gaat eten. Bestaat schaamte, als je kunt eten,

terwijl duizenden stervende ogen van in je rug prikken? Ik schiet veel

plaatjes. De doos is snel leeg. Driehonderd mensen eten. Eén van hen valt

om. Zijn buurman pakt het blikje en eet het op. Ik loop verder en kijk niet

om.

mailIcon print |