Tranen van het stervende kind vermengen zich met stof van de woestijn.
Vliegen cirkelen rond haar, als wespen om een pot honing. Wanneer sterft het
kind? Vandaag? Morgen? Haar moeder merkt niet dat het zand onder haar
dochter donker kleurt door een onophoudende stroom diaree. Ze valt
voortdurend om, zoals honderden mensen omvallen, als zombies in een goedkope
horrorfilm. Een baby zuigt aan een borst, een leeg theezakje.
Ik pak mijn camera. Sinds ik hier aankwam, ben ik het besef van tijd
verloren. Het is negentienvijfentachtig. Ik had geen idee welke maand, tot
er een kerstkaart bij de post zat. Ik loop naar de aarden wal waar het
voedsel wordt uitgegeven: tienduizenden stervenden aan de ene kant,
hulpverleners die voedsel verdelen aan de andere kant. Eén van hen zit op
een doos, met haar rug naar de wal gekeerd.
'Mag ik wat vragen,' zeg ik als ik bij haar ben.
Ze staart naar het zand.
'Weet je,' zegt ze, 'nog even en ik kan niet meer. Ik moet driehonderd
blikjes boter verdelen. Wie leeft? Wie sterft? Het ligt in mijn hand. Ze
leven hoogstens een dag langer op een blikje boter.'
'Hoe selecteer je die mensen?'
'Degenen die er het slechtst aan toe zijn krijgen wat. Ik kan niet kiezen,
ik kijk niet in die wanhopige gezichten.'
Zwarte ogen staren ons aan. Vanmorgen las ik dat de EEG 60 miljoen dollar
uitgeeft om voedselvoorraden te vernietigen die tweehonderd kilometer
verderop liggen te verrotten. Europa stuurt scheepsladingen hulpgoederen
terwijl er geen kranen zijn om te lossen. Een schoon geweten geeft een goed
gevoel, vlak voor de Kerst.
'Hoe verdeel je het dan?'
'Als ik voldoende moed heb verzameld, dan sta ik op en wijs blindelings
iemand aan.'
'Blindelings?'
'Ja. Ik wijs met rechts en geef de boter met links. Er is altijd een hand
die het pakt. Ik help ze vervolgens over de wal.'
'Waarom?'
'Aan de andere kant wordt het voedsel gestolen.'
'Geef je veel?'
'Dit is alles. Vandaag boter, morgen graan. Graan zonder water is
gevaarlijk. Het schuurt de darmen kapot. Men eet het, bij gebrek aan beter.'
De diarree van het kind: ingewanden vermengd met niet verteerd graan De
ironie van het noodlot. Ze staat op.
'Wens me succes.'
'Succes.'
Met mijn camera volg ik haar. Af en toe helpt ze iemand over de wal die met
de rug naar de anderen toe gaat eten. Bestaat schaamte, als je kunt eten,
terwijl duizenden stervende ogen van in je rug prikken? Ik schiet veel
plaatjes. De doos is snel leeg. Driehonderd mensen eten. Eén van hen valt
om. Zijn buurman pakt het blikje en eet het op. Ik loop verder en kijk niet
om.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.