*

 

Kerstverhaal / Zwartglimmend

Joost van Velzen − 19/12/05, 13:04

De sfeer is helemaal Kerst. Het kerkje is verlicht met honderden kaarsen en het kerstgroen is overdadig.

Nerveuze amateur-dichters lezen het kerstgedicht dat ze instuurden voor de wedstrijd. Vrolijke, droevige, gedragen, heilige en ondeugende gedichten passeren de revue. De spanning loopt op, als deelnemers hun medestanders zien gloriƫren met hun rijm.

In de pauze moet er dan ook geplast worden. Het oude kerkje bezit geen sanitair, maar buiten is een blauw plastic hokje geplaatst, op de hobbelige keien van het scheve pleintje.

Er ontstaat een file als een gezette mevrouw in een zwartglimmende feestjurk, na wat proppen, het wc-hokje in beslag neemt. Het duurt en duurt. Het is ijzig koud en daardoor wordt de aandrang nog heftiger. We stampvoeten onze tenen warm en blazen op onze vingers.

Ondertussen vragen we ons af wat de mevrouw daarbinnen zoal onderneemt. Het hokje wiebelt. Dan, tergend langzaam, tuimelt het hokje naar rechts en ploft op de keien.

Alsof we het niet kunnen geloven, kijken we elkaar met grote ogen zwijgend aan. Ook in het gekapseisde hokje blijft het stil.

Tenslotte begint een meisje achter me onbedaarlijk te lachen. ‘En ik moest al zo nodig,’ giert ze het uit. ‘Ik geloof dat ik in mijn broek heb geplast.’

‘Kan iemand misschien helpen?’ klinkt het zacht uit het hokje. Alle omstanders komen, alsof ze op en teken van leven hebben gewacht, in beweging. Twee stevige mannen proberen het hokje overeind te duwen. Dat gaat niet lukken. We zullen eerst de mevrouw uit het hokje moeten peuteren. Ik buk en trek aan de deur. Die is dusdanig verwrongen dat hij meteen openschiet. Een zwarte wolk feestjurk volgt.

‘Bent u nog helemaal heel?’ vraag ik bezorgd.

‘Ach ja, het is helemaal niks, ik ben goed gebumperd. Ik kan alleen niet opstaan.’

Met hulp van nog twee omstanders lukt het om de vrouw uit het hokje naar buiten te rollen. We zetten haar overeind.

‘Gelukkig had ik mijn slip net opgehesen,’ lacht de vrouw. Ze veegt een losgeraakte lok uit haar gezicht en strijkt haar rok glad. Kaarsvet, van het waxinelichtje dat het hokje verlichtte, kleeft aan haar mouw en rok. De sterke mannen hijsen het hokje overeind. Wij bevelen ze om als stut te blijven staan tot we allemaal geweest zijn.

Een koor zingt kerstliederen om de spannende tijd tussen voorlezen en uitslag te overbruggen. Na lang beraad komt de jury met de cijfers. Een fiere vrouw in een zwartglimmende jurk met vlekken neemt de eerste prijs, een hotelovernachting in een chique hotel, in ontvangst. Het meisje dat de derde prijs heeft gewonnen, reageert niet als haar naam wordt omgeroepen. Nadat de voorzitter, na drie keer haar naam genoemd te hebben, de flessen wijn die ze gewonnen heeft weer wegzet, gaat me iets dagen. Ik loop naar voren. Verbaasd kijkt de voorzitter me aan.

‘Ik denk dat deze winnares een ongelukje heeft gehad,’ fluister ik hem in het oor. Hij kijkt me niet-begrijpend aan. ‘Ze heeft in haar broek geplast,’ geef ik als uitleg.

‘Het was voor veel deelnemers weer een spannende wedstrijd,’ besluit de voorzitter zijn toespraak.

mailIcon print |