*

 

Kerstverhaal / Piekervaring

Joost van Velzen − 19/12/05, 12:25

"Sneeuw..." "Dat méén je niet!" Moeizaam kwam de man uit zijn gehurkte positie overeind.

“Kijk zelf dan.” Met een verveelde blik keek de jongen naar het raam, waartegen dikke regendruppels neerkletterden.

De man boog zich over het toestel. “Donders!” Zijn gezicht was rood aangelopen. “Hoe kán dat nou? Aan de stekkers ligt het niet meer ‿ en zelfs de kabel is nu vervangen!”

“Dan ga ik boven wel kijken.” De jongen stond op.

“Nee, jullie zouden toch nog naar Extrapark gaan. En jij moet mee, want zo’n boom is veel te onhandzaam voor je vader. Zeker met dit weer‿ Hoor je me?”

“Jahaa!‿” De jongen maakte een misprijzend hoofdgebaar in de richting van de openstaande keukendeur.

“Dan heb je vanavond dus géén tv hè? ’t Is maar dat je’t weet...”

“Anders wél dan?” Hardop lachend verscheen de vrouw in de kamer. “Hoe lang ben je nou al bezig? Morgen bel ik de Verense Boer wel. Tot zo. Zoek maar een mooie uit!”

De man stak het sleuteltje in het contactslot. “Dzzongg, dzzongg, dzzongg” dreunde het bedompt uit de oordopjes van de jongen.

Opeens gebeurde het. Uit een ooghoek zag de man iets in zijn achteruitkijkspiegel. Een gezicht‿ Maar niet het zijne.

“Pa” prevelde hij. “Dat kán niet!” Het gezicht begon te kantelen‿ Van boven naar onder‿, tot ongeveer 180 graden. Toen vervaagde het en verdween.

Met een schuin oog keek de man naar de jongen. Maar die keek de andere kant op en maakte ritmische hoofdbewegingen.

De man kneep zijn ogen stijf dicht en deed ze weer open. Dit keer zag hij zijn eigen gezicht in het spiegeltje. Lijkbleek.

Met een misnoegd gezicht keek de jongen zijn kant op. “Gáán we nou nog?” De man startte en reed weg.

Burnout at last!, schoot het door hem heen. Nee, dat lag niet voor de hand. Echt druk had hij het de laatste tijd niet gehad. Een verschijning dan? Nee, geesten kwamen als bolletjes, dat had hij pas op tv gezien. Trouwens, welke boodschap zou z’n vader dan voor hem moeten hebben? Dat hij teveel op de centen was? Voor de tsunami-slachtoffers had hij vorig jaar nog aardig gegeven. En ook bij andere inzamelacties maakte hij best behoorlijke bedragen over.

Maar wat dan wel?

Hij sloeg af en reed een modderig landweggetje op. Weer checkte hij zijn spiegel. Het gedrens uit de oordopjes werd nu door de ruitenwissergeluiden overstemd. Hij zocht oogcontact met de jongen, maar die staarde voor zich uit. Stoïcijns.

Eerst de feiten en dan pas de interpretaties, hield hij zichzelf voor. Zijn vader, die al zo’n twintig jaar dood was, liet zich opeens zien. Vlak voor kerst. Hij zei niets, maar deed iets met zijn hoofd. Van nee schudden was geen sprake geweest, hij draaide het simpelweg om. Op z’n kop dus. Was dát het soms? Een voorspelling. Er zou iets op z’n kop gaan‿ Een drastische verandering. Of was het soms een waarschuwing en moest er iets op z’n kop worden gezét... Maar wat dan?

Zijn geloofsleven? Al jaren deed hij nergens meer aan. Vroeger wel. Toen las hij veel theologische boekjes. Vooral van Barry Hommert. Met diens redeneringen was hij altijd weggelopen. Veel was bijzaak, maar de kern, die overbleef, dáár ging het om! Maar ook die kern was in elk nieuw boek stelselmatig naar de Filistijnen geholpen. Samen met zijn geloof. Heimelijk nam hij dat Hommert nog steeds kwalijk. Diep van binnen zat hij er nog wel mee. Maar of zijn vader dáárvoor verscheen?... Op religieuze diepgang had hij hem nooit kunnen betrappen.

De man stapte uit de auto. Voorovergebogen rende hij over het parkeerterrein, links en rechts de plassen ontwijkend. “Kom op, joh!” De jongen slenterde achter hem aan.

Bij de winkelkarretjes wachtte de man hem op. “Je bent zeiknat, man!”

“Boeiend‿” Met zijn handen in z’n zakken liep de jongen door het poortje.

De hal was met schreeuwerige kleuren versierd. Uit onzichtbare luidsprekers klonken mechanische kerstklanken. Achterin stonden de kerstbomen, sommige met kunstsneeuw. “Daar moeten we zijn.”

De jongen reageerde niet.

De man liep naar de uitgestalde bomen en begon te zoeken.

“Pa!”

Verrast draaide hij zich om.

“Vet man!” Lachend wees de jongen in de richting van een kerstboom, die ondersteboven aan het plafond hing.

“Da’s nou de nieuwe trend, meneer. Geloof het of niet.” Langzaam knikkend keek de verkoopmedewerker hem aan.

“Moeten wij ook doen, pa! Mag ik ‘m dan ophangen?”

Met een klap viel de voordeur dicht. “En‿, gelukt?”

“Ja, hij staat achter.” De man plofte op de bank.

“O ja, de tv doet het weer. Blijkbaar iets met de ontvangst. Kosmische invloeden zeker, zo vlak voor kerst. Ha, ha!... Wat is er?”

“Niks.”

“Waar is Michel?”

“In de schuur, om de boormachine.”

“De boormachine‿ Waarom?”

“Dat merk je zo wel. Het nieuwste van het nieuwste!”

“Zal wel. Wanneer begin je trouwens aan de kerstboom?”

“Michel doet alles zelf, zegt-ie. Op de terugweg praatte hij me opeens de oren van m’n hoofd!”

“Dus hij doet het werk en jij hangt op de bank. Da’s dan echt de wereld op z’n kop!

Wat ís er nou? Je ziet opeens zo bleek‿”

mailIcon print |