*

 

Kerstverhaal / Ook de allerkleinste......

Joost van Velzen − 19/12/05, 11:31

Een waar gebeurd verhaal.

Buiten was het donker, het enige licht kwam van de houtvuren, die brandden op de velden van Efrata. Het muisje aan de rand van de akker zag de vuren, de herders en de schapen, zoals hij die alle avonden zag. Toch was er die avond iets vreemds in de lucht, anders dan alle andere avonden: aan de horizon verscheen een fel licht, alsof twee sterren samen kwamen. Dat was ook zo, maar het muisje wist dat niet, die keek en keek en dacht: daar moet ik heen! In een ren, van graspol naar graspol sprong hij tussen de schapevoeten door, naar de herders die, evenals hij, verbaasd keken naar de ster aan de hemel. Het licht kwam dichterbij, tot bet stil bleef staan boven een bouwvallige schuur.

De herders, nieuwsgierig, deden de wrakke deur open, een paar schapen liepen mee en ook het muisje glipte naar binnen. Hij zag in een hoek waar een vuurtje brandde, mensen. Hij zag ook dieren staan, ezels, een os. Om beter te kunnen zien, klom de muis langs een paal omhoog en grog op een dwarsbalk zitten. Van die plaats had hij een prachtig uitzicht: er zaten een man en een vrouw en er lag een kindje in een voederbak. Zou hij dichterbij durven komen? Hij hoorde het snuiven van de grote dieren, een gesnuif dat zijn opgewonden gepiep overstemde.

Zo klein als hij was, voelde het muisje dat hij iets bijzonders meemaakte, dat kindje in de voederbak, dat wondere licht boven de schuur, de herders die voor het kind knielden op de koude, rotsige grond. Voorzichtig gleed het muisje naar beneden en rende, dwars over de velden, naar huis. Ik moet alles onthouden, dacht hij. Buiten was het nog lichter geworden en hij hoorde een geluid als van duizend vleugels.

Thuisgekomen vertelde de muis alles wat hij gehoord en gezien had. En zo ging het verhaal mee, van familie naar familie, door de jaren, door de eeuwen been: Een van ons heeft het Kind gezien, en later werd het: een van onze voorvaderen heeft het Kind gezien.

Vreemd dat de muizen, waar zij ook kwamen, nooit hun afbeelding zagen op een schilderij, nooit een tekening, nooit een vermelding in een boek. De schapen, de herders, de os, de ezel, maar een muis? Nooit.

Eens op een stille wintermiddag in een klooster in lerland legde een monnik tevreden zijn tekengerei neer. De eerste bladzijde van het Mattheusevangelie over de geboorte van Christus had hij bijna gereed, nog een paar krullen, een blaadje... even moest hij zijn rug rechten. Hij hoorde geritsel op tafel. Daar zat een muisje naast zijn mouw. 'Wat doe je?' vroeg de muis. Ik teken het verhaal over de geboorte van Christus. Kijk, dit is de eerste bladzijde,' zei de monnik.

'Zeker weer die os en die ezel,' zei de muis, 'teken mij ook eens, er was ook een muis bij.' 'Je meent het,' zei de monnik, 'dat wist ik niet.' En hij nam zijn pen en tekende in de linker benedenhoek een muis.

'Eet je een stukje mee?' vroeg de monnik, 'ik heb honger.' Uit zijn zak haalde hij een stuk brood. 'Het is oud avondmaalsbrood, maar ik heb niet anders.' Samen aten ze en de monnik pakte nog eens zijn pen en tekende bij de muis een stukje brood. 'Je staat er op,' zei de monnik, 'kijk maar.' 'Voor altijd?' fluisterde de muis. 'Daar mag je op rekenen,' zei de monnik.

Toelichting: mocht je eens in Dublin zijn, ga dan naar het Trinity College en vraag naar het 'Book of Kells.' Aan het boek zelf mag je niet genaken, maar je kunt vast wel een afbeelding vinden van de z.g. Chi-ro pagina. Zie je de muis in de linker benedenhoek? Er zit ook nog een poes, maar dat wist de muis niet.

mailIcon print |