(Novum/AP) - De rebellen in Darfur maken zich in toenemende mate schuldig aan ontvoering, afpersing en banditisme, waardoor de onveiligheid in het gebied is toegenomen. Dat stelt secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties in een rapport aan de Veiligheidsraad.
Volgens Annan glijden de rebellen af naar wetteloosheid. Hij zegt ook dat de Sudanese regering nog altijd geen aanstalten maakt om de Janjaweed te ontwapenen. Deze Arabische milities werden ingezet tegen de zwarte bevolking van Darfur nadat de rebellen in februari 2003 de wapens hadden opgepakt.
Annan zegt dat er de laatste maanden in Darfur steeds minder doden vallen door geweld, maar dat steeds duidelijk wordt hoeveel sociale en economische schade het conflict heeft aangericht. Per 1 juli hadden 3,2 miljoen mensen in Darfur humanitaire hulp nodig en woonden 1,9 miljoen mensen in overvolle vluchtelingenkampen.
"Ik roep beide partijen op te erkennen dat hoewel de veiligheid in Darfur enigszins is gestabiliseerd, de levensomstandigheden steeds slechter worden", aldus Annan. "Hoe langer de partijen deze toestand van geen oorlog, geen vrede laten voortduren, des te hoger de prijs zal zijn die moet worden betaald voor het herstel van de veiligheid, de waardigheid en de voorspoed."
Hij roept regering en rebellen op ervoor te zorgen dat ze het in de volgende ronde vredesonderhandelingen, die op 24 augustus begint, eens worden over machtsdeling en het verdelen van de welvaart, de kwesties die volgens Annan de kern van het conflict in Darfur vormen.
Annan stelt ook dat de regering niet voldoende doet tegen seksueel geweld gepleegd door gewapende mannen tegen vrouwen en meisjes in de kampen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.