Vrouwen komen vanzelf bovendrijven. Het is onnodig bedrijven te verplichten veertig procent vrouwen in de top te hebben.
In Noorwegen is een wet aangenomen die voorschrijft dat minimaal 40 procent van de bestuursleden van de Noorse bedrijven vrouwelijk moet zijn, op straffe van een boete. Geweldig nieuws. Het wordt tijd dat vrouwen door het glazen plafond heen kunnen breken en de kans krijgen hun rechtmatige plekje te veroveren aan de bestuurstafel. Hulde. Of niet?
Het lijdt geen twijfel dat het percentage mannen/vrouwen in bestuursfuncties in Europa nog niet in evenwicht is. Maar moet de overheid dit stimuleren door met het bonnenboekje te zwaaien? Vijftig jaar geleden was er helemaal geen vrouw te bekennen in de hogere regionen van het bedrijfsleven. Na de huwelijksvoltrekking lonkte voor de meeste vrouwen het huishouden. Van een glazen plafond had men nog nooit gehoord. Het enige glas waar een vrouw mee in aanraking kwam bestond uit de ramen, die ze vanaf het uitspreken van het ja-woord fijn de hele dag mocht zemen. Een enkeling hield het ook na het huwelijk nog even vol op de arbeidsmarkt, maar op het moment dat er kinderen kwamen kon ze in elk geval een fulltime carrière wel vergeten. De werkgever reikte gelijk met de gelukwensen de ontslagbrief aan, want een werkende moeder was ’not done’.
Ze zou overigens überhaupt nooit tot de bestuurslaag doorgedrongen zijn. Een universitaire scholing zat er tot een paar generaties terug, meestal niet in voor een vrouw. Dat paste simpelweg niet in de cultuur. Niet omdat de vrouwen het niveau niet aan zouden kunnen, maar simpelweg omdat dit -we spreken vóór de feministische golf- niet in de cultuur paste. Bovendien was er zelden geld voorhanden om de studie van zowel zoon als dochter te betalen. Gezien het muurvaste rollenpatroon was de keuze snel gemaakt.
Inmiddels liggen de kaarten anders. Ongeveer evenveel jongens als meisjes stromen na de middelbare school door naar het hoger onderwijs. Er komt een gelijk aantal mannen en vrouwen met een diploma de arbeidsmarkt op. Deze trend is al jaren gaande en langzaam maar zeker zullen er meer vrouwen in topposities terechtkomen, zonder dat daar een zwaaiende overheidsvinger of geldstraf aan te pas komt. Het toverwoord is niet gender, zoals abusievelijk gedacht wordt in Noorwegen, maar kwaliteit.
Het Noorse model is ongetwijfeld aardig bedoeld, maar lijkt weinig doordacht. Wat zijn de gevolgen voor werknemers? Is het fijn werken voor een baas van wie je niet weet of ze aan de bestuurstafel zit op basis van haar kwaliteiten of haar boezem? Dergelijke twijfel zorgt voor onrust op de werkvloer. Het vrouwelijke bestuurslid zelf zal, hoe goed ze ook presteert, altijd moeten vechten om te bewijzen dat ze is gekozen vanwege haar kwaliteit en niet omdat haar kwaliteit het leidmotief was bij haar indiensttreding en niet de boete als een dreigende wolk boven het bedrijf hing.
Al tracht men het tegendeel te bewerkstelligen, de situatie die door het Noorse model gecreëerd wordt, is uiteindelijk nog erger dan het imaginaire glazen plafond. Als je daar als vrouw doorheen breekt, weet je in elk geval zeker dat het met je vaardigheden wel snor zit.
Ook is twijfelachtig waarom gekozen is voor 40 procent. Als de overheid vrouwelijke bestuurders net zo capabel vindt als hun mannelijke equivalenten, zie ik geen reden aan dit percentage vast te houden. Als er toch wetten worden ingevoerd om gelijkheid te bevorderen, waarom dan niet voor fifty-fifty gekozen?
Door de 60/40-verdeling lijkt het er verdacht veel op dat Noorwegen de deur op een kier wil laten staan. Vrouwen moeten wel worden toegelaten tot de bovenste laag, maar laten we er in hemelsnaam voor zorgen dat de balans naar de masculiene kant blijft doorslaan voor de boel echt uit de hand loopt. Een beetje jammer.
De maatregel is dus overbodig. De Noorse overheid maakt zich onnodig ongerust. Vrouwen laten vanzelf wel van zich horen. Dat doen ze in de eerste plaats door hun kwantiteit: er komen steeds meer hoogopgeleide vrouwen. ün, in de tweede plaats, door hun kwaliteit. Hoe meer afgestudeerde vrouwen er zijn, hoe meer goede bestuurders hiertussen zullen zitten. Sturing van bovenaf is echt niet nodig. Besturen kunnen vrouwen zelf wel.
Lizette de Koning is historica en kinderboekenschrijfster.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.