Als een handige zoekmachine op internet, zo kennen we Google. Maar ondertussen groeit Google uit tot een wereldomvattend concern, dat een grote rol in ons leven wil gaan spelen. Zelfs het machtige Microsoft wordt zenuwachtig.
Google is een goede hulp bij het zoeken op internet, weet iedereen die wel eens on line is. Maar daar blijft het niet bij. Achter de schermen is Google bezig een gigantisch bedrijf te worden, dat een veel grotere rol in ons leven gaat spelen dan alleen helpen zoeken op internet.
Omdat ’googelen’ veel makkelijker is dan het zelf zoeken van informatie, raadplegen we massaal de computers van de Amerikaanse zoekmachine. Die service is gratis. Toch verdient het bedrijf er inmiddels goud mee. De winst komt doordat bedrijven graag hun advertentie plaatsen in de buurt van een zoekopdracht. Die kunnen verkocht zijn tegen een vaste prijs, maar ook tegen een kleine vergoeding voor elke keer dat ze worden gezien.
Want wie googelt, kijkt reclame. En hoe vaker we gratis googelen, des te rijker ze worden in het Californische Mountain View, waar het hoofdkantoor van Google staat.
Het is een even simpel als briljant bedrijfsmodel. Zoals met meer internetontwikkelingen is het idee ontsproten aan het brein van studenten. Larry Page en Sergey Brin bedachten in 1995, toen het internet nog maar net begon te leven bij de massa, dat het vinden van informatie wel eens hét grote probleem kon worden.
Ze ontdekten niet alleen een manier om alle informatie op het wereldwijde web op te sporen, maar vooral ook om die te rangschikken naar importantie. Dat maakt Google zo bruikbaar. Meestal zit de internetsite die je zoekt bij de eerste tien antwoorden die op je scherm verschijnen.
Brin en Page voorzagen dat er miljoenen internetgebruikers en nog veel meer internetpagina’s zouden komen. In 1998 presenteerden ze hun idee aan de buitenwereld onder de naam Google, afgeleid van googol, de naam van het getal 1 gevolgd door honderd nullen. Nu, eind 2005, hebben hun zoekrobots op het internet tussen de tien en twintig miljard zaken geïndexeerd. Honderden miljoenen mensen gebruiken af en toe Google. Elke seconde zijn er meer dan duizend mensen die via Google iets opzoeken, en dat elke seconde van de dag.
Dik duizend keer per seconde, bijna honderd miljoen keer per dag, verdienen aan advertenties. Dat is de core business van Google. In 2001 begonnen Page en Brin serieus advertenties te verkopen bij hun zoekresultaten. De omzet was meteen al 86 miljoen dollar. Drie jaar later was dat bijna verveertigvoudigd tot 3,2 miljard. Dit jaar zal het ongeveer vijf miljard zijn (4,2 miljard euro). De winst kwam vorig jaar uit op 399 miljoen dollar.
Google is niet alleen in recordtijd de populairste internetdienst geworden, het wordt ook de grootste advertentieverkoper ter wereld. En het eind van de groei lijkt nog lang niet in zicht.
Dat succes kon niet onopgemerkt blijven. Microsoft, met zijn miljard winst per maand tot voor kort onverslaanbaar geacht, begon zich ernstig zorgen te maken. Evenals Yahoo, een vooral in de VS populaire en winstgevende internetdienstverlener. Inmiddels hebben zij en vele anderen de tegenaanval ingezet. Microsoft heeft nu een eigen zoekhulp, MSN Search, en stort zich ook op de advertentiemarkt. Zo heeft het geprobeerd internetprovider AOL, een van de grote inkomstenbronnnen van Google, voor zich te winnen.
Nog opmerkelijker is het idee van Microsoft om wie zoekt via MSN Search geld te gaan betalen.
Tik een zoekopdracht in, en je krijgt geld toe: dat is het laatste aanvalsplan van Microsoft. Dat kost Microsoft, dat steenrijk is en nog maar weinig zoekklanten heeft, relatief weinig, maar zou Google enorm kunnen schaden.
Om de kwaliteit te handhaven en om de concurrentie voor te blijven, moest Google aan de slag met zijn zoekmachine. Zo verbreedde het zijn aanbod: ook naar foto’s, boeken, blogs, adressen en treindienstregelingen kan nu worden gezocht en de keuze wordt elke maand groter.
Daarnaast heeft het bijvoorbeeld een eigen e-mailservice (Gmail) en heeft het ook in Google Earth een prachtig instrument om foto’s van het hele aardoppervlak te verspreiden. Plus advertenties uiteraard, want dat is en blijft waar het financieel om draait.
Belangrijker is misschien nog wel wat er achter de schermen gebeurt. Google is mede zo populair omdat het antwoorden in een fractie van een seconde levert, ook al vragen er duizend of meer gebruikers per seconde naar verschillende zaken. Dat kan omdat Google kopieën van zijn zoekmachine over de hele wereld heeft verspreid. Zo staat er een zogeheten datacenter van Google in Amsterdam. Die is met een eigen lijn aangesloten op de Amsterdam Internet Exchange, het grootste knooppunt van internet in de wereld. Wie in Nederland een zoekvraag intikt, krijgt antwoord vanuit Amsterdam, niet vanuit Californië. Via deze sluis kan Google miljoenen West-Europeanen razendsnel bedienen.
Eind vorig jaar had Google zo al op dertig plaatsen in de wereld eigen computerparken neergezet. Voorwaarde is natuurlijk wel dat in elk datacenter alle informatie aanwezig is, en dat die voortdurend wordt bijgewerkt. Dat zorgt voor druk dataverkeer tussen die computerparken. In het begin kon Google daarvoor misschien nog capaciteit huren bij telecombedrijven, maar dat werd al snel erg kostbaar. Dus heeft het bedrijf nu eigen glasvezelkabels tussen zijn datacenters.
Door zijn succes gedwongen realiseert Google zo een computernetwerk rond de aardbol van ongekende omvang. En het bedrijf laat het daar niet bij, het bouwt verder. Internet-specialist Robert Cringely kon onlangs melden dat Google in de parkeergarage van zijn hoofdkantoor een onooglijke zeecontainer heeft staan. Daarin ontwikkelt het een eigen kant-en-klaar datacenter. Het stopt er zoveel mogelijk servers en computergeheugen in, en zodra de container op de plaats van bestemming is, hoeft het alleen maar op een stroom- en glasvezelnet te worden aangesloten om als zoveelste datacenter dienst te kunnen doen.
Cringely voorspelt dat Google honderden van die ’plug and play’ datacenters gaat plaatsen, zo niet meer. Voor de kosten, een paar miljard in totaal, hoeft het bedrijf dat niet te laten; geld is er in overvloed. Google kruipt met die honderden centra zo steeds dichter naar zijn gebruikers toe. En dat met een mondiaal netwerk met een enorme rekenkracht, een enorm geheugen en zeer snelle en veilige eigen verbindingen tussen de datacenters.
Daar kun je meer mee doen dan alleen zoekvragen beantwoorden en e-mails versturen. Weldra zullen we daarvan voorbeelden zien, voorspelt Google.
Google heeft al een chat- en telefoondienst: Google Talk. Net als bij onder meer Microsofts MSN kun je elkaar via Google Talk korte boodschappen sturen en met elkaar spreken, mits je beiden achter een pc zit. Maar Google wil meer. Google wil dat je ook naar gewone telefoons kunt bellen en van daar gebeld kunt worden, en dat met de kwaliteit van traditionele telefoons. Bij telefonie mogen de bits en bytes echter niet, zoals bij andere data gebeurt, door elkaar en met kleine vertragingen bij de ontvanger aankomen. Voor goede telefonie heb je een netwerk nodig waarop je geluid voorrang kunt geven. Google heeft dat netwerk voor een deel al, en ontwikkelt het in razend tempo verder. Volgend jaar hoopt het in alle landen ter wereld met eigen lijnen aanwezig te zijn: Google als eerste mondiale telefoonmaatschappij. In plaats van KPN kunnen we dan gaan bellen via Google Talk.
Na telefoon komt televisie. Voor live televisie moeten de bits en bytes, en bij tv zijn dat er heel veel, ook zonder onderbreking bij de kijker aankomen. Opnieuw heeft Google hier met zijn eigen mondiale netwerk dus een voorsprong op concurrenten. In de VS experimenteert Google al met tv: samen met voormalige vice-president Al Gore is een paar maanden geleden Current TV gestart. Elk halfuur levert Current TV, nu nog vooral via kabel en satelliet, beelden van dát nieuws waarnaar op Google het meest wordt gezocht. Daarnaast levert video.google.com al veel beelden via internet, variërend van een clip over een rokende hond tot interviews met wetenschappers en beelden van gemeenteraadsvergaderingen.
Google tv zal na Google telefoon komen, maar misschien niet eens zo heel lang daarna. In de markt gaan al enige tijd geruchten dat Google onderhandelt met Tivo, in de VS de grootste leverancier van slimme digitale videorecorders. De Tivo-kastjes registreren waar je het meeste naar kijkt en zoeken dan zelf programma’s die het beste bij jou passen. Dat is typisch een functie waarin ook Google heel goed is.
Sinds kort proberen KPN en de kabelnetten Nederlanders met digitale decoders aan zich te binden. Over niet al te lange tijd komt Google wellicht al met zijn kastjes, wereldwijd. Eerst alleen voor tv en telefoon, maar al gauw voor meer zaken in huis. Omdat Google Talk een open systeem is, ontwikkelen enthousiastelingen nu al allerhande extra toepassingen.
Eindelijk lijkt bijvoorbeeld de tijd nabij dat u de thermostaat thuis kunt bedienen vanaf een pc op kantoor. En dat allemaal omdat zoeken zo populair werd.
Voor de goede orde: Google wil niet verdienen aan al die kastjes. Google zal verdienen aan de advertenties die u ziet als u Google gebruikt. Dat doen velen nu al vele minuten per dag, en dat mogen van Google best vele uren worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.