Koortsachtig surfte ik afgelopen week naar de site van het vakblad De Journalist om de vraag eindelijk te kunnen beantwoorden: wie o wie is de Berlusconi van de Lage Landen?
Wie heeft zoveel macht dat hij, aan het hoofd van zijn persimperium, reputaties kan breken, politieke carrières kan maken, regeringen aan het wankelen kan brengen? Wie is de vaderlandse Machiavelli van de media die achter de schermen de meest stinkende intriges aaneenrijgt en aan de touwtjes van zijn marionetten trekt? Verlekkerd begon ik de ’top-40 van macht in de Media’ te ontleden.
Ik gooide al mijn euri op John de Mol, maar constateerde vrij snel dat het brave Talpa-vadertje op een beschamende elfde plek was blijven hangen. Wie dan? Jort Kelder of Peter R. de Vries? Deze machteloze Citizen Kanes van bordkarton bleven bij De Journalist op de 31ste en 39ste rang steken. Nee, dus: op de eerste plek geen Berlusconi-achtige bandana boven op een gebruinde kop. Alleen het bijna anonieme gezicht van een saaie NOS-ambtenaar: Hans Laroes! Pardon?
Ik kon mijn teleurstelling amper onderdrukken. Je bent bereid voor een echte Prince of Darkness flink in je buidel te tasten en krijgt een bebrilde kikker als wisselgeld. Hans Laroes ’staat als hoofdredacteur van NOS- Nieuws aan het roer van ’s lands grootste nieuwsredactie met 160 medewerkers’ stond als enige verantwoording voor zijn uitverkiezing te lezen. Met veel geduld vanuit het bijna niets in de NOS-hiërarchie opgeklommen, dat wel. Ik ken Hans vooral als een verbeten brievenschrijver: wie het vroeger in zijn hoofd haalde om maar één verkeerd woord over Het Journaal neer te pennen, kon de volgende dag op een moeizaam epistel van Laroes rekenen.
Ik dook in mijn documentatiemap en vond over hem een zinnetje afkomstig van de Utrechtse advocaat Bernard Tomlow: ’Laroes creëert een angstklimaat en houdt alleen de ja-knikkers over.’ Zou het toch kunnen? Plots moest ik denken aan het conflict dat onlangs tussen de NOS-correspondent in de VS, Charles Groenhuijsen, en Hans Laroes had gespeeld. Een kafkaiaans verhaal waar geen touw aan vast te knopen valt en dat eindigt met een elektronische brievenwisseling: chef die nooit tegen kritiek heeft gekund ontvangt een privé-mail van zijn correspondent en beslist naar zijn hoogste baas te klikken met als doel zijn beste journalist na 23 trouwe dienstjaren de zak te geven.
Na verder speuren stuitte ik op het onvrijwillige vertrek van NOS-redacteur Harmen Roeland een paar jaar terug. Frappant aan beide gevallen was dat de twee in ongenade gevallen journalisten zich ’rechts’ positioneren en kritiek hadden op de ’linksigheid’ van de Journaalredactie. Ach, ik gun die Laroes wel zijn eerste plaats. In het geniep ontslagbrieven versturen om van het afwijkende geluid van rebelse lieden af te komen. En dan zeuren over e-mailtjes en gemorste koffie op de notulen van de redactievergadering, om de politieke lading van je laffe daden onzichtbaar te houden. Bah, heel Hollands allemaal.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.