Buiten sneeuwde het. Geen echte sneeuw, we wonen immers in Amsterdam en in Amsterdam sneeuwt het niet. Het sneeuwde kerstaanbiedingen.
Bij Albert Heijn was de sneeuw nogal schreeuwerig. Aan de overkant bij de groenteboer sneeuwde het rustig, doch elegant en met een gevoel voor pragmatisme. Veel winkels in de straat hadden een opgeblazen kerstman die elektronische kerstliedjes blêrde. De buurt had gezamenlijk geïnvesteerd om van de bouwput in het midden van het plein een permanente kerstput te maken door zoveel mogelijk kerstlichtjes aan de metalen hekken te hangen. Amsterdams gezellig.
De jongen voelde mee met de groenteboer aan de overkant. Niemand ging meer naar de groenteboer. Niemand had meer tijd om nog naar de bakker en de slager en de groenteboer te gaan. Daarom gingen ze naar Albert Heijn en McDonalds. Arme groenteboer.
De jongen was iets te altruïstisch voor zijn eigen bestwil en geloofde heilig in de illusie van kerstmis en het hele verhaal van vrede op aarde. Daarom had hij een tennisbaloefenschietmachine geregeld. Je weet wel, zo'n kanon dat op elektriciteit werkt in plaats van buskruit.
De groentboer had zijn winkel tegenover de Albert Heijn. Boven zijn winkel was zijn huis. Soms nodigde hij de jongen uit voor een kop thee en dan praatten ze wat over de goede dagen van de jaren zestig toen iedereen nog geloofde dat de wereld gered kon worden tot er weer een nieuwe mode uit Amerika kwam aanwaaien. De groenteboer was ten einde raad. Zijn kerstkalkoenaanbieding liep niet omdat Albert Heijn zowel een kant-en-klare magnetrongezinsmaaltijd had als een singles versie en ook nog eens kerstgamba's voor de yuppies. Dus hadden ze de tennisbaloefenschietmachine de trap op moeten sjouwen. De machine was heel zwaar maar toen hij eindelijk klaar stond voor het raam van de groenteboer kon de kerstpret pas echt beginnen.
Wat gooit men naar mensen op podia die het slecht doen? Juist, tomaten. Hele dozen tomaten stonden opgestapeld naast het raam. Met wiskundige preciesie mikte hij op de voordeur van Albert Heijn en drukte op de rode knop. De tomaat vloog over straat met een majesteitelijke boog en spatte uiteen op een voorbijgangers been. 'Wat moet dat' werd geroepen, maar het mocht niet baten want door de lucht vlogen al meer tomaten. Als een wildeman stampte de groenteboer op de rode knop. 'VUUR VUUR VUUUUR', riep hij. 'Splat Splat' deden de tomaten. Albert Heijn winkelbedienden stroomden naar buiten. Een lading tomaten deed ze naar binnen vluchten. De tomaten raakten op en was er een tijdelijk staakt het vuren. 'Meer ammunitie' brulde de groenteboer. De jongen sprong de winkel in. In de korte rust pauze kwamen de klanten naar buiten gekrioeld als een zwerm wilde mieren. Sommige luid bellend en roepend dat Al-Qaeda naar Amsterdam was gekomen, kleine kinderen om hun heen kijkend en aan hun moeders vragend waar de kerstman was. De jongen kwam terug met zakken pepernoten over van de sinterklaas aanbieding die ook niet verkocht hadden. Schroot voor het voetvolk. De groentboer laadde zijn kanon en vuurde op de menigte, die met lichtelijk letsel neergemaaid werd. Ondertussen was de normaal zo kalme man begonnen aan een scheld tirade tegen alle kapitalisten en nietsnutten van de wereld. Zijn hoofd werd zo groen als zijn winkelwaar en zijn stem zo hoog als het fluiten van de pepernoten door de lucht. Een paar kinderen begonnen te huilen. Mensen vluchtten hals overkop de Albert Heijn in, hun tassen boodschappen op straat achterlatend. De aasgieren van het slagveld roken bloed en hordes daklozen raapten wat ze rapen konden. De groenteboer liet zijn medebankroeters hun gang gaan en begon vervolgens appels door de ruiten van de winkel te schieten.
Sirenes loeiden en hulptroepen kwamen oprukken in rood met blauwe busjes vol kleine mannetjes met grote pistolen. Het eerste busje van de Speciale Eenheid gooide zijn achterklep open en tien mannen in het zwart gekleed en geweren op hun borst bungelend sprongen naar buiten. 'VROLIJK KERSTFEEST' riep de groenteboer, en spoot pepernoten in hun ogen. Geweren gingen af en een aantal ramen in de omgeving braken maar de politieagenten waren zo verrast door dit geheime wapen dat ze niet wisten waar te schieten.
Toen plosteling, wie had dat ooit verwacht, zelfs Nostradamus had het niet kunnen voorspellen, kwam er een een optocht van in het witgekleden jongens en meisjes aan die allemaal kaarsjes droegen en psalmen zongen, voortgegaan door een pastoor die uit een dikke gouden bijbel voorlas. Vanachter de andere hoek kwam ineens een groep Hare Krishna die luidkeels zingend zich aansloten achter de stoet katholieken. Ook klonk in de verte de aankondiging van de moskee. Een Allahlah Ullahlah gierde door de straat. Vanuit de andere kant kwamen mannen met grote neuzen en keppeltjes snel discussiƫrend aanmarcheren. De groenteboer was wederom ten einde raad. Hij wist niet of hij dit stel hypocriete gelovigen nou allemaal moest inpeperen met pepernoten of dat hij op zijn knieƫn moest vallen en God bedanken voor dit teken. Hij wist het niet dus liet het lot beslissen, pakte een glimmende gulden uit tijden lang voorbij uit zijn zak en gooide, kop of munt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.