(Novum/AP) - Irakezen hebben maandag massaal geprotesteerd tegen het regeringsbesluit van zondag de prijzen van benzine en gas vijf- tot negenvoudig te verhogen. Demonstraties vonden plaats in onder meer Bagdad, Basra, Amarah en Tikrit. Autowegen tussen grote steden werden bezet. Olieminister Ibrahim Bahr al-Uloum dreigde met opstappen als de beloofde compensatie voor arme gezinnen uitblijft.
Een woordvoerder van het ministerie van olie, Assem Jihad, zei dat de prijsverhogingen nodig zijn om de groeiende handel op de zwarte markt tegen te gaan. De prijs van een liter geïmporteerde super werd verhoogd tot 14 eurocent, vijfmaal zoveel als de vorige prijs. De prijs van een liter in Irak geproduceerde benzine werd negenmaal zo hoog, 10 eurocent. De verhogingen gelden voor benzine, diesel, kerosine en gas.
In Amarah, 290 kilometer ten zuidoosten van Bagdad, kwam het tot een handgemeen tussen politie en betogers, nadat demonstranten hadden geweigerd een plein voor het provinciale regeringsgebouw te ontruimen. In Basra werden wegen geblokkeerd en autobanden in brand gestoken. De gouverneur van Basra belegde een spoedzitting van het provinciaal bestuur, waarop werd besloten de verhogingen in de provincie Basra niet in te voeren.
Olieminister Bahr al-Uloum zei dat bij het besluit compensatie was voorzien voor ruim twee miljoen arme gezinnen. Het was zijn plan geweest dat de compensatie de betrokken huishoudens zou bereiken vóór de invoering van de verhogingen. Dat was niet het geval. Bahr al-Uloum zei te zullen aftreden als het geld niet alsnog wordt uitgekeerd.
Het ministerie van olie zei dat de lage brandstofprijzen hadden geleid tot smokkel naar andere landen. Internationale financiële instituten hebben gewaarschuwd dat de zwaar gesubsidieerde brandstofprijzen in Irak een ondraaglijke last worden zodra het land een vrijemarkteconomie wil ontwikkelen en wil deelnemen aan de wereldmarkt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.