"We hebben een verrassing", zegt de vrouw als Mariah haar voedselpakket komt halen. De vrouw glimlacht en schuift een perfecte goudblonde krul achter haar fijn gevormde oor. Ze pakt een blauwe doos met witte sneeuwvlokmotieven. Mariah ruikt gelijk de muffe geur van eeuwigdurende houdbaarheid en slikt een golf opkomend maagzuur weg.
“En het gewone pakket?” vraagt Mariah. De beschaafd gestifte opgetrokken mondhoeken gaan naar beneden, terwijl de keurig getekende wenkbrauwen omhoog gaan.
“Het gewone pakket? Nee, er is geen gewoon pakket deze week, je krijgt vandaag een bijzonder pakket. Omdat het kerst is. Allemaal lekkere dingetjes. Het is een actie van de Pelikanenclub: ze hebben hun leden gevraagd dit jaar hun kerstpakket in te ruilen tegen een voedselpakket van de voedselbank.”
Mariah legt de blauwe doos op zijn kant in het kratje achter op haar fiets. Ze rijdt door het grote winkelcentrum, waar het overal witte kerst dreint. Jengelbellende elandenellende mompelt ze. O nee, het zijn rendieren, maar toch ‿
Thuis zet ze de doos op de keukentafel. Open maken hoeft ze hem niet, ze weet zo wel wat er in zit. Op de papierwol links de fles Johannisbeerensap, daarnaast het blikje cocktailworstjes, dan de zoutjes en het blikje pepermuntjes. Op de onderste rij het blikje roze zalm, het doosje groene thee met citroen, het blikje mandarijntjes en de blauwe stompkaars. Bovenop de kerstchocolaatjes en het blauwe kerstlopertje met bijpassende glazenonderzettertjes. Ze weet het nog precies, van de zomer heeft ze er een paar duizend ingepakt.
Op de doos zit een etiket: R. Bijsterveld, Bachlaan 133, dat is aan de andere kant van het park. R. Bijsterveld, de gulle gever. Mariah snuift en steekt een sigaret op. Na twee trekken drukt ze de peuk uit en trekt haar jas weer aan. De blauwe doos gooit ze weer in het kratje.
Rudolf trekt de gordijnen dicht. Hij gaapt en zet de tv aan. Het wil maar niet sneeuwen.
Als de bel gaat, doet hij het gordijn van erker opzij; er staat een vrouw met een paardenstaart in een dik groen jack voor de deur met een grote blauwe doos in haar armen. Vormeloze broek, lompe schoenen; ze heeft wel een aardig gezicht.
“Vrolijk Kerstfeest”, zegt ze als Rudolf open doet. “Hier is uw kerstpakket.”
“Maar”, zegt Rudolf, “dat kerstpakket had ik toch ‿”
“Ik hoef het niet”
“Wilt u niet even binnenkomen?”
“Ja, heel graag.”
Mariah stapt op de precies passend gemaakte mat achter de deur en veegt omslachtig haar voeten voor ze op het witte marmoleum stapt.
“Geeft u uw jas maar hier.”
“Er zit geen lusje aan, dus leg hem maar ergens neer”
“Nee, kijk, ik hang hem op een knaapje, geen probleem. Komt u verder. Wilt u wat drinken? Glaasje madera? Of heeft u liever port?”
“Glaasje port lust ik wel.”
“Ga zitten”
Rudolf wijst naar de roodleren tweezitsbank. Mariah gaat zitten en pakt een sigaret uit haar tasje en steekt hem op.
“Op je gezondheid”
“Cheers!”
“Waarom kom je mijn kerstpakket terugbrengen?”
“Ik hoef het niet, dat zei ik toch al.”
“Wel een beetje ondankbaar, vind je zelf ook niet?”
Mariah gaat rechtop zitten.
“Ondankbaar? Moet ik ook nog dankbaar zijn dat jij zo netjes van dat blauwe kerstlopertje en die onderzettertjes af wilde komen?”
Rudolf staat op.
“Lust je een paar toastjes?”
“Ja, dan kun je mooi je blikje zalm gebruiken.”
Rudolf glimlacht.
“Ik heb nog wel iets anders, zalm smaakt niet zo bij port, vind ik.”
Wat het precies is, weet Mariah niet, maar het smaakt best.
“Nog een glaasje?”
“Lekker.”
“Op je gezondheid.”
“Cheers.”
Mariah trekt haar vest uit.
“Je zit er warmpjes bij”, giechelt ze.
Best een mooi figuurtje, denkt Rudolf, jammer van die kleren.
Buiten is het gaan sneeuwen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.