*

 

Kerstverhaal / Achter de heuvel

Joost van Velzen − 19/12/05, 14:43

Natale was altijd al een apart meisje en niet eens door haar naam. Ze huppelde graag en ook dat was niet zo vreemd. Maar helemaal van deze wereld leek ze nooit te zijn geweest. Het echte probleem vandaag was dat ook de wereld vreemd aan het doen was in haar ogen. Want kon iemand haar vertellen waarom het niet sneeuwde op kerstochtend?

Zoals altijd was Natale haar ouders ontvlucht en liep het meisje zonder enig doel kriskras door de buurt. Huppelen was uit den boze als er geen sneeuw ligt op kerstochtend, dat leek haar niet meer dan logisch.

In elk huis kon je zo naar binnen kijken - iedereen leek alles met elkaar te willen delen. Overal stond een prachtig opgetuigde kerstboom. Kerstbroden en andere lekkernijen sierden de tafels. Zonder uitzondering was ieder persoon in elk huis feestelijk gekleed. Het deed Natale niet veel. Waarom wist ze niet, maar al die pracht en praal - het maakte haar kerst niet speciaal.

In deze huizen wilde ze niet meer naar binnen kijken. Zo saai. Iedereen wilde opgesloten zijn in hun eigen perfecte feestje, zo leek het wel. Wat ze normaal nooit deed, besloot Natale nu wel te doen. In plaats van linksaf te slaan en huiswaarts te keren, nam het meisje de weg naar rechts. Ze zou wel zien waar het haar bracht.

Natale voelde haar hart sneller kloppen bij de aanblik van de omgeving die alsmaar mooier werd naarmate ze verder afdwaalde. Grote bomen keken tevreden op haar neer, kleinere struiken fluisterde met hun bladeren in de wind. Ze ontkwam er niet aan om te gaan huppelen over het zachte gras van het onbekende parkje waar ze nu doorheen liep. Zo leek alles nog mooier. Alsof de wereld met haar mee deinsde in haar enthousiasme.

Op het moment dat Natale het parkje achter haar liet, liep de weg steil omhoog. Het gras ging over in grind, maar het weerhield haar er niet van om te blijven huppelen tot boven op de top van deze kleine heuvel. Als ze daar al niet stil was gaan staan, had Natale dat alsnog gedaan toen ze zag wat er in de verte glinsterde. Op de hoek van een pleintje, dat door een twaalftal huisjes in een halve cirkel omarmd werd, zag ze een klein hoopje maagdelijk witte sneeuw reflecteren in het licht van de zon.

Ze huppelde niet, maar rende nu zo hard als ze kon richting de kleine groep huisjes in de verte. Wat er zich precies afspeelde, kon Natale nog niet zien. Haar ogen keken alleen naar de glinstering, alles eromheen leek weg te vallen. Maar hoe dichter en dichter ze bij het plein en de huisjes kwam, hoe meer ze haar aandacht wel móest vestigen op wat er zich allemaal afspeelde.

Het kleine hoopje sneeuw was slechts een voorbode geweest. Er dwarrelde gemoedelijk sneeuw op het plein neer en zo te zien deed het dat al een paar uur. Een reusachtige beuk sierde het midden van het plein en zijn grote, zware takken waren bedekt met een dikke laag sneeuw. Kinderen en volwassenen, allen gekleed in oude vodden, liepen kriskras door elkaar heen. Ze speelden spelletjes, maakten een sneeuwpop of dronken warme mokken thee die ze met beide handen omklemden. Overal waar Natale keek gebeurde wat.

Haar blik viel op een oude vrouw. Ze had een dwalende blik in haar ogen, alsof ze naar iets of iemand op zoek was. Elk kind dat haar pad kruiste gaf de vrouw een cadeautje uit de zak die ze met zich meedroeg. Bij Natale was het niet anders. De vrouw keek haar aan, sprak in een taal die Natale niet verstond en gaf ook haar een cadeautje.

Ze wilde het uitpakken, maar zag plots van achter op het plein een meisje op haar af komen rennen. In haar handen had het Zuid-Amerikaans ogende meisje een lelijk bosje onkruid. Toen ze uiteindelijk hijgend voor Natale stond en haar met grote ogen aankeek, stak ze in één strakke beweging haar hand met daarin het bosje onkruid uit.

“Niemand wil ze hebben,” zei het kleine meisje met een accent. “Jij wel?”

Natale glimlachte, nam het bosje onkruid aan, keek naar haar eigen cadeautje en gaf dit aan het kleine meisje. Wat er toen gebeurde deed iedereen op het plein naar de twee meisjes omkijken. Het onkruid veranderde met een felle lichtflits in een bosje prachtige rode bloemen.

“Je staat nog steeds aan de rand van ons plein,” sprak het meisje alsof er niks was gebeurd, “wil je samen met mij langs alle mensen huppelen?”

Natale slaakte een diepe zucht en voelde de winterse kou door haar longen gaan. Ze pakte de hand van het meisje en samen huppelden ze het plein op. Overal waar ze kwam zag ze mensen waar het geluk vanaf straalde. Ze wilde hier blijven. De hele kerstdag lang. En morgen ook! Ze wilde iedereen gelukkig zien zijn. Omdat ze bij elkaar waren, omdat het sneeuwde, omdat het kerst was.

mailIcon print |