*

 

Ephimenco / Controverse in de supermarkt

Leo van Essen − 02/11/05, 22:12

Hetzelfde thema een dag lang is niet alleen afmattend maar ook bron van verwarring. Zo hoorde ik gisteren dat de grenzen van de vrijheid van meningsuiting ongeveer even ver mogen reiken als de contouren van het heelal.

Eerlijk gezegd: ik dacht het niet. Hier en daar werd zelfs de geniale Céline aangehaald, die vroeger, zonder beperkingen, kon schrijven wat hij dacht. Mensen die dit beweren schijnen niet te weten dat sommige pamfletten van de Franse schrijver het weerzinwekkendste antisemitische braaksel vormen dat ooit is gepubliceerd. Céline beperkte zich niet tot stellingen als ’Zelfs een teennagel van een alcoholistische ariër is beter dan honderden joden als Einstein’, maar riep ook herhaaldelijk op tot moord en uitroeiing van joden. Aan de andere kant hoorde ik ook verkapte oproepen tot zelfcensuur. Zo de Amsterdamse wethouder Aboutaleb op Radio 1, die aan publicisten het advies gaf om de dingen vooral ’positief’ te omschrijven. Hier en daar werd volgens hem ’te veel zuur geproduceerd.’ Niet te hopen is dat Aboutaleb ooit minister van informatie wordt. Maar laat ik me beperken tot het parafraseren van Lenin: feiten zijn niet alleen hardnekkig, maar kunnen ook een zuurheidsgraad bevatten die zelfs een vracht aan zoetsappigheid niet van essentie kan doen veranderen. Moet ik dan mijn discours deels of radicaal wijzigen om beter rekening te houden met de gevoeligheid van Piet of Mohammed? Mijn gesprekspartner, met wie ik regelmatig lange debatten tussen de schappen van de supermarkt voer, vindt eigenlijk van wel. Hij, de sympathieke veiligheidsbeambte in zijn onberispelijke uniform en zorgvuldig uitgesproken Nederlands, heeft het een beetje gezien in dit land. Hij voelt zich als moslim steeds minder geaccepteerd en heeft zijn buik vol van al die beledigingen van de islam. Hij is de vriendelijkheid zelve, maar op dit punt scheiden onze wegen. Gisteren verweet hij me een paar opmerkingen in een recent tv-programma: de islam is in crisis, wordt misbruikt, maar binnen het huis in brand wordt er vooral weggekeken en ontkend. Ik antwoordde dat hij hiermee het bewijs leverde van de juistheid van de stelling van minister Verdonk: er mankeert toch wel iets aan zijn incasseringsvermogen, hij die geen gelegenheid onbenut laat om Nederland en de Nederlanders de vier hoeken van zijn bovenkamer te laten zien. Zo kwamen we ook over de spotprenten te spreken die in een Deense krant waren verschenen en die op het felle protest van Deense moslims en de inmenging van moslimlanden konden rekenen. Moest ik soms om hem te behagen, vroeg ik hem, de geschiedenis gaan herschrijven om de nare kanten van zijn profeten minder ’zuur’ te doen lijken? Wat zou mijn vriendelijke veiligheidsbeambte hebben gevonden als plots in de supermarkt een winkelende Mustafa Kemal Atatürk voor zijn neus was verschenen die zijn snijdende woorden van driekwart eeuw geleden had gedeclameerd: ’De islam, deze absurde theologie van een immorele bedoeïen, is een rottend kadaver dat onze levens vergiftigt’? Nee, dan vind ik zeker dat we hier nog tamelijk beschaafd met elkaar omgaan.

mailIcon print |