*

 

Jesus Christ Superstar / Mensenkind los van het glas-in-lood

Leo van Essen − 02/11/05, 22:04

De postume verering van mensen als Pim Fortuyn of André Hazes is volgens musicalregisseur Paul Eenens een tijdloos gegeven. Zie de ’heldenverering’ van Jezus. Eenens’ Nederlandse versie van ’Jesus Christ Superstar’ gaat vanavond in première. ,,Ik geloof niet dat in elk van ons een Judas schuilt."

Joop van den Ende draaide zich verbijsterd om, zo wil het verhaal, toen hij hoorde van de plannen voor het slot van ’Jesus Christ Superstar’: regisseur Paul Eenens had weinig trek in een al te letterlijke kruisiging aan het eind van de musical.

Zeker, meent de regisseur, is er bestaansrecht voor een 2000 jaar oud verhaal dat in musicalversie ook al vijfendertig jaar meegaat. „Eigenzinnigheid vind ik daarbij wel noodzakelijk”, zegt Eenens (39). „Buiten dat, ’Hamlet’ spelen we toch óók nog, vertaald naar deze tijd?”

De geseling was technisch te doen, maar emotioneel heel zwaar

Volgens Tim Rice, tekstschrijver van het Engelstalige origineel, is ’Jesus Christ Superstar’ meer een menselijk dan een godsdienstig of politiek verhaal. Rice en componist Andrew Lloyd Webber waren ’geïnteresseerd in Jezus als mens’. „We wilden hem afschilderen als een mens met twijfels. Hij was niet altijd even aardig. Soms werd hij wel eens boos – staat allemaal in het evangelie.”

Acteur Dieter Troubleyn (35) wil in de Van den Ende-productie ’een Jezus neerzetten die niet agressief is en niet provoceert’. „Volgens mij was Jezus geen naïeve, louter goede godszoon. Ik probeer hem uit te beelden als een man met randjes en kantjes. Dat maakt hem volgens mij geloofwaardiger en sympathieker. Mensen in de zaal vatten zelfs zoveel sympathie voor deze Jezus op dat ze hopen dat het anders met hem zal aflopen.”

Regisseur Eenens: „Deze benadering van Jezus, zo los van het glas-in- loodraam, was in de jaren zeventig nieuw. Maar nog steeds is ’Jesus Christ Superstar’ voor sommigen een opening naar een nieuwe manier van geloven.”

De voorstelling begint en eindigt met het onzevader. „Ik wil laten zien hoe die woorden kunnen vervluchtigen”, zegt Eenens. „Is dat gebed nog een waardevol ritueel? Zijn we hypocriet of geloofwaardig? En wat betekent geloof eigenlijk voor ons? Die vraag geldt ook voor mijzelf, als ik soms een kaarsje opsteek.”

Zijn ’Superstar’ gaat in wezen over ’heldenverering en massificatie’, zegt Eenens. „Mensen zoeken iemand die ze kunnen navolgen. Dat vinden we comfortabel, we zijn het zicht op onszelf kwijt. ’Pim zegt wat ik denk’, zeiden mensen. En als je vroeg wat ze dan dachten: ’Wat Pim zegt’. Dat is een tijdloos gegeven, het maakt de voorstelling anno 2005 inhoudelijk legitiem.”

Zoveel verschil is er op het toneel niet tussen Jezus en Fortuyn. Ook in Paul Eenens’ versie van ’Jesus Christ Superstar’ wordt de gestorvene herdacht met een bloemenzee, waxinelichtjes en knuffelbeesten.

Acteur Dieter Troubleyn: „Eén persoon kan het verschil maken. Maar het gaat natuurlijk om de boodschap, niet om de persoon. Huilen bij een bloemengraf is mooi als gebaar, maar daar gáát het niet om. Dat is precies Judas’ aanklacht.”

’Jezus! Die mythes over jou die stijgen naar je hoofd. Het lijkt de laatste tijd of jij ze zelf gelooft. De kern van wat je deed – geen mens die die nog kent’, zingt Judas (Martin van der Starre) in de vertaling van Daniël Cohen.

„De rol van Judas Iskariot heeft me altijd geïntrigeerd”, verklaarde auteur Tim Rice in verschillende interviews. Volgens Rice was Judas nogal an unlucky chap, en had hij als slachtoffer van de omstandigheden vooral pech. „Volgens mij hadden veel mensen in die situatie hetzelfde gedaan.”

Paul Eenens is het daar niet mee eens. „De eeuwige vraag is of Judas’ daad noodzakelijk was om de verlossing te bewerkstelligen of dat hij louter op eigen initiatief handelde. Ik geloof niet dat in elk van ons een Judas schuilt. Wél zit in iedereen: ’Vandaag hosanna, morgen kruisigt hem’. We kunnen ons tegen iemand keren zonder precies te weten waarom.”

„In elke meute schuilt een beest”, zijn ook de waarschuwende woorden van Judas aan Jezus.

Dieter Troubleyn: „Onze massale verering kan plotseling omslaan. Dat is angstaanjagend, zo krijg je fanatici en extremisten. Dat kan geen God zo bedoeld hebben.”

Regisseur Paul Eenens maakte ter voorbereiding een reis naar Israël met de hoofdrolspelers. „Soms moet je het intellect niet langer pijnigen, maar je gevoel de ruimte geven”, zegt hij.

Troubleyn: „In Jeruzalem komen de grote religies samen. Volgens mij geloven joden, moslims en christenen in dezelfde universele waarden en dezelfde god, of je die nu Jahweh, Allah of God noemt. Ik wil niet per se de Jezus van de christenen spelen. Ik probeer hem niet te liturgisch te maken, maar de symboliek open te houden. Als je als kind in de katholieke kerk voor het eerst een hostie krijgt, vraag je je af: welk stukje van Jezus heb ik nu? Dat soort symboliek moet je niet letterlijk maken.”

Zijn katholieke opvoeding kwam Troubleyn van pas bij het instuderen van zijn rol. Hetzelfde gold voor Casey Francisco, die Maria Magdalena speelt. Regisseur Eenens, opgegroeid in katholiek Zuid-Limburg, deelde bovendien de nodige documentatie uit. En dan was er natuurlijk nog de Bijbel als voorbeeld en inspiratie. Een enkeling ging dat wat ver. „Zo’n enorm boek, dat is niet te doen”, bekende Jamai Loman (apostel Simon) op televisie.

Regisseur en hoofdrolspelers schrokken in Jeruzalem van de invloed van het toerisme. Eenens: „In de Heilige Grafkerk kun je door een gat in een plaat van plexiglas de rots van het kruis aanraken. Met zijn honderden staan mensen daarvoor in de rij. Heeft die uitverkoop nog iets van doen met de essentie van religie?”

In Eenens’ musical verkopen de kooplui op het tempelplein het soort relikitsch dat aan te schaffen is op sommige evangelische festivals. Ze dragen shirts met teksten als ’My Jesus is stronger than nails’, plaatje erbij van twee grote spijkers. En het lied van Simon, eerder in de voorstelling, zou op eenzelfde festival evenmin misstaan: „Jezus, ik aanbid je, jij bent mijn idool”. Ogen dicht, armen in de lucht, klapklap. Jezus mijn superster. Ze zingen: „Van je hé, van je ho-sanna.”

Een van de meest prangende vragen uit ’Jesus Christ Superstar’ stelt koning Herodes. Als Jezus aan hem voorgeleid wordt, wil hij weten: „Ik stel dezelfde vraag aan elke superman: Ben jij wie je bent omdat je kan wat niemand kan?”

Paul Eenens: „Jezus vertaalde op menselijke wijze het woord van God, maakte het toegankelijk. Daarbij was hij ongetwijfeld charismatisch.” In een land dat bezet en gekneveld was, liet Jezus volgens Eenens ’een weg zien naar spirituele vrijheid’. De regisseur: „Politieke vrijheid ligt daarna in het verschiet. Jezus was wereldveranderend in zijn simpelheid; daar kunnen we nog altijd ons voordeel mee doen. We doen dat te weinig.”

De moeilijkste scène in de musical is volgens Dieter Troubleyn de geseling van Jezus. „Technisch wel te doen, maar emotioneel heel zwaar.” Het resultaat mag er zijn, volgens Troubleyn. „Het is tamelijk angstaanjagend geworden, maar niet onsubtiel zoals in ’The Passion of the Christ’.”

Ook regisseur Paul Eenens lag die verfilming door Mel Gibson van Christus’ lijden en sterven zwaar op de maag. „Ik ben aan de whiskey gegaan. Na twee uur film had ik wel buikpijn, maar geen idee wat Gibson nu wilde vertellen. Het verhaal van Jezus kan telkens opnieuw verteld worden, als je maar écht iets overbrengt. Nou en of het actueel is. Geloof kan het mooiste en het slechtste in mensen naar boven halen. Er gaan nog altijd bommen af in naam van God. Daar lig ik wakker van.”

Jesus Christ Superstar @(Joop van den Ende producties). Met o.a .Dieter Troubleyn, Martin van der Starre, Casey Francisco en Jamai Loman. Regie: Paul Eenen. Vertaald uit het Engels door Daniël Cohen. Première vanavond in Utrecht, tournee door Nederland t/m juli 2006.

www.musicals.nl/jcs

De stormen van protest tegen ’Jesus Christ Superstar’ lijken na vijfendertig jaar geluwd

Bij de eerste uitvoeringen van ’Jesus Christ Superstar’, begin jaren zeventig, kwam er uit (behoudende) christelijke kring protest tegen de musical. Die zou onbijbels zijn: Jezus verricht geen wonderen, de duivel is in het verhaal afwezig en er is de suggestie van een liefdesrelatie tussen Jezus en Maria Magdalena.

Bovendien zou Christus’ lijden niet realistisch (dat is: erg) genoeg worden verbeeld. Belangrijkste bezwaar: de opstanding wordt niet expliciet getoond, hoogstens gesuggereerd.

Vijfendertig jaar later lijkt de proteststorm wat geluwd. De repetities van de Nederlandse uitvoering van de musical verliepen in Veenendaal ’in harmonie’ en ook bij de try-outs in Oss waren er ’geen wantoestanden’. Maar bezoekers van het discussieforum op internet van de vrijgemaakt-gereformeerde kerken noemen ’Jesus Christ Superstar’ ’verdraaiing alom’.

De musical zou ’geniepig anders’ zijn dan de bijbelse waarheid. „De ongelovigen die hier naartoe gaan, worden nu niet bepaald gewezen op een bijbelse boodschap in het lijdensverhaal.”

mailIcon print |