*

 

Coalitieoverleg Duitsland / De zelfonthoofding van de SPD

Leo van Essen − 02/11/05, 21:55

De vorming van een grote coalitie van christen- en sociaal- democraten in Duitsland is door een diepe crisis binnen de sociaal-democratische SPD onzeker geworden. De partij probeert inmiddels snel de scherven te lijmen, uit welbegrepen eigenbelang.

Oskar Lafontaine wrijft zich in de handen. De ex-voorzitter van de SPD, en kortstondig SPD-minister van financiën in het eerste kabinet van Gerhard Schröder, voorspelde gisteren in de Süddeutsche Zeitung: ,,De strijd om de koers van de partij zal nu volop losbranden.”

Hij meent wel te weten waarom het partijbestuur maandag in opstand is gekomen tegen voorzitter Franz Müntefering. ,,De meerderheid van de partij weet dat de unieke serie van verloren (deelstaat)verkiezingen in de afgelopen jaren een eenvoudige oorzaak had: de SPD heeft een politiek gevoerd die wordt afgewezen door arbeiders en gepensioneerden.”

De beoogde nieuwe voorzitter Platzeck moet de partij nu redden

Lafontaine is als renegaat een van de meest gehate figuren in de sociaal-democratie: hij keerde zijn ’verrechtste’ SPD de rug toe, het voorbeeld van tienduizenden voor hem volgend. Lafontaine heeft met de SPD een rekening te vereffenen. Maar daarom is het nog geen onzin wat hij zegt over de SPD.

Maandag is een conflict op de spits gedreven tussen Franz Müntefering en Andrea Nahles. De slechts 35-jarige oud-voorzitster van de Juso, de Jonge Socialisten, heeft een soort vadermoord gepleegd. Het was Müntefering die haar de hand boven het hoofd hield tegenover Gerhard Schröder, die zijn bedenkingen had tegen het ’jonge ding in de fractie’. Mede dankzij Müntefering schopte zij het ook tot partijbestuurster.

De linkse Nahles –lang een groot fan van Oskar Lafontaine, die zij ’een geschenk voor de partij’ noemde– voerde in de Bondsdag een soort halfslachtige oppositie tegen de hervormingspolitiek van ’haar’ bondskanselier Schröder en diens rood-groene regering. Ze fulmineerde tegen de sociaal-economische hervormingen, vervat in de zogeheten Agenda 2010. Maar telkens als puntje bij paaltje kwam, schikte ze zich.

Partijkader slikte eigenmachtig optreden Müntefering niet meer

Nahles gaf ook lucht aan haar woede toen Müntefering en Schröder in mei dit jaar, zonder raadpleging in de partij, samen vervroegde verkiezingen bedisselden. De aanleiding voor dat verrassende besluit was het verlies van de ’rode’ deelstaat Noordrijn-Westfalen. Na de serie verloren verkiezingen vond Schröder dat hij voor zijn hervormingspolitiek ’een nieuw kiezers- mandaat’ nodig had.

Maar Nahles en de rest van de partij schikten zich weer. Bij de verkiezingen in september wist het duo ’Münte’ en Schröder het aangezegde verpletterende verlies voor de SPD zeer beperkt te houden. Toen Schröder daarna zijn tegenstrever Angela Merkel het recht op het kanselierschap ontzegde – een standpunt dat buiten de SPD als een brutaal soort idioterie gold – speelde vrijwel de gehele partij dit hoge spel gedisciplineerd mee. Iedereen verkondigde braaf het evangelie volgens Schröder en Müntefering: Schröder moet bondskanselier blijven. Groot was de consternatie in de partij toen Schröder toch terugtrad, nog wel ten gunste van Angela Merkel – de vrouw die tijdens de verkiezingscampagne was voorgesteld als incompetente ijskoningin die de sociale voorzieningen wil uithollen ten gunste van de rijken.

Weer moesten partijkader en -bestuur slikken. Een mooi moment voor de partijbestuurders om te laten zien dat zij er nog zijn, kwam toen Uwe Benneter, de onopvallende secretaris-generaal, opstapte.

De secretaris-generaal is de rechterhand van de voorzitter. Hij heeft een belangrijke coördinerende functie bij het uitstippelen van de (verkiezings)strategie. Volgens de statuten doet de voorzitter het bestuur een voordracht voor deze functie, en volgens een ongeschreven regel neemt het bestuur die voordracht over.

Openlijk kwam Andrea Nahles uit voor haar aspiratie deze post te bekleden. Op typerende wijze maakte Müntefering bekend dat hij de voorkeur gaf aan een minder uitgesproken kandidaat: in een interview. Tegenover het weekblad Der Spiegel noemde hij Kajo Wasserhövel als zijn kandidaat. Kajo wie? Velen meenden dat voorzitter Müntefering zijn oog juist op deze kleurloze man had laten vallen om zijn ’Müntocratie’ te kunnen voortzetten.

Dit keer weigerde Nahles in te binden. Vergeefs bood Müntefering haar het vice-voorzitterschap in de fractie aan. Hij gunde haar ook wel een hogere post in het partijbestuur. Als vice-voorzitter Heidi Wieczorek- Zeul, de 62-jarige pleitbezorgster van Nahles, nu eens plaats voor haar jongere partijgenote zou maken? Maar ’Rode Heidi’ weigerde. Pas dinsdag, toen de partij de scherven aan het ruimen was, maakte ze haar plaats vacant.

Partijgenoten riepen voor de ’bloedige maandag’ het bestuur op om voorzitter Müntefering niet te beschadigen. Toch lieten Müntefering, Nahles en het bestuur het erop aankomen in een stemming. Tot zijn verrassing verloor Müntefering ruim (23 stemmen voor Nahles, 14 voor Wasserhövel, bij acht onthoudingen). En tot Nahles ontzetting trok hij daaruit de consequentie: hij stapte op. Commentatoren spraken van de ’zelfonthoofding’ van de SPD.

Had Müntefering dat maar van tevoren gezegd, verzuchtten bestuurders, Nahles incluis, toen het te laat was. Heeft Müntefering zich verrekend? Paste hij ervoor om beschuldigd te worden van chantage?

Helder is waarom Müntefering geen trek had in Nahles op deze post. Zij voelt zichzelf geroepen het ongenoegen in de partij tot uitdrukking te brengen. Het gaat niet om mijn persoon, benadrukt Nahles steeds. Door haar te kiezen bracht het partijbestuur „de wens naar meer partijdemocratie tot uitdrukking”, stelt ze.

De partijtop is hard bezig de scherven te lijmen. De Brandenburgse minister-president Matthias Platzeck moet op het congres, over twee weken, worden gekozen tot opvolger van Müntefering als partijvoorzitter. En voor de geschrokken Nahles wordt een andere mooie post gevonden. Snel ingrijpen was geboden, omdat de SPD een levensgevaarlijk scenario boven het hoofd hangt: de CDU/CSU forceert over een maand of wat een regeringscrisis, en de gehavende SPD, zonder mediakanselier Schröder, wordt bij verkiezingen verpletterd.

De brand lijkt geblust. Maar het ongenoegen en de richtingenstrijd smeulen voort. Het is voor de SPD te hopen dat de afgevaardigden op het congres slimmer opereren dan hun bestuur.

Iedereen houdt van Matthias Platzeck

Niemand is tegen Matthias Platzeck (51), de nieuwe voorzitter in spe van de SPD. ,,Een rood-groene met conservatieve trekjes’’, noemde hij zichzelf eens. Deze ideale schoonzoon heeft het traject door de partij op kousenvoeten afgelegd. De manier waarop hij nu de hoogste partijpost krijgt, met riant uitzicht op het kanselierschap, is typerend. Hij werd gevráágd, nadat hij eerder al de post van minister van buitenlandse zaken had geweigerd. Brandenburg, waar hij minister-president is, had hem nodig.

Maar ook de SPD heeft hem nodig. Hij bewilligt, maar blijft wel aan als minister-president van zijn deelstaat. Platzeck, ex-burgemeester van Potsdam, ex-milieuactivist in de DDR, maakte vorig jaar grote indruk. Hij zocht overal de kiezers op, en verdedigde tegenover eiergooiende activisten de impopualire sociale hervormingen van de rood-groene regering in Berlijn. Hij ageerde tegen CDU en tegen de linkse PDS, en hij won.

Sindsdien leidt hij in Brandenburg een grote coalitie met de CDU. Hij is er populair, ondanks de grote problemen van de deelstaat; niet zozeer wegens zijn uitgesproken profiel, maar omdat hij voortvarend te werk gaat en omdat hij mensen voor zich inneemt. Die eigenschap – niet de sterkste kant van zijn voorganger Müntefering – zal hij goed kunnen gebruiken in zijn kijvende partij.

mailIcon print |