*

 

Publieke ambtsdragers moeten niet zo besmuikt doen over hun karige salaris

Door: redactie − 24/11/05, 23:25

De commissie-Dijkstal stelt terecht voor de salarissen van publieke ambtsdragers flink op te krikken. Dat het kabinet aan dit advies maar gedeeltelijk gevolg geeft, getuigt van een te grote beduchtheid voor het eeuwige verwijt van de stamtafel dat politici louter bezig zijn hun zakken te vullen.

Dat verwijt is apekool, maar het kan standhouden doordat politici zelf hun oren ernaar laten hangen. Het ongemak om het eigen inkomen te verhogen is begrijpelijk, maar het mag geen overwegende rol spelen. In de kern gaat het om de positie en betekenis van het publieke ambt. Een te lage waardering doet daaraan afbreuk; voor je het weet wordt een minister of kamerlid meewarig aangekeken en voor een gekke Henkie gehouden.

Volgens de oude regel behoorde het salaris van een publieke ambtsdrager zo hoog te zijn dat het aantrekkelijk blijft de publieke zaak te dienen en zo laag dat andere dan materiƫle motieven worden aangesproken. Gezien de hoogte van de inkomens die in de top van het bedrijfsleven gangbaar zijn, is het duidelijk dat deze regel niet meer te hanteren valt. In de afgelopen tien jaar zijn de inkomensverhoudingen zo uit het lood geslagen, dat politici niet meer kunnen doen dan de achterstand een beetje goed maken.

In de jaren zestig was het nog mogelijk (in de vier roemruchte Toxopeus-ronden, vernoemd naar de toenmalige liberale minister van binnenlandse zaken) het verschil met de markt te overbruggen, nu kan dat gewoon niet meer. In het bedrijfsleven, bij maatschappelijke organisaties en in de semi-publieke sfeer worden salarissen verdiend die twee tot zes keer het salaris van de premier bedragen (en dan hebben we het nog niet eens over bonussen, optieregelingen en vertrekpremies). Dat onderstreept ten overvloede dat politici en publieke bestuurders allesbehalve zakkenvullers zijn.

Niet dat het wenselijk is hun inkomens tot dat onmaatschappelijk hoge niveau op te trekken. Het gaat om het vinden van een niveau, dat recht doet aan de zwaarte van het ambt, het persoonlijke afbreukrisico en het aanzien van de overheid. Het mooiste zou zijn als ambtsdragers niet meer verdienen dat wij ze met z’n allen gunnen. Daarmee zou een ijkpunt van wat maatschappelijk is worden gemunt. Om dat te bereiken is het noodzakelijk dat politici hun misplaatste besmuiktheid laten varen en over hun salaris een open debat voeren.

mailIcon print |